Terug
Gepubliceerd op 23/12/2025

Besluit  Gemeenteraad

ma 22/12/2025 - 19:30

Reglement op de begraafplaatsen-aanpassing.

Aanwezig: Kris Swinnen, Voorzitter van de raad waarnemend
Jo Roggen, Burgemeester
Chris Jamar, Stijn Doms, Eva Prouvé, Danny Ruysen, schepenen
Ingrid Claes, Elke Allard, Rita Soetaerts, Nadia Najem, Katrien Weckx, Joke Debehets, Herman Cox, Tom Droogmans, Tony Leyssens, gemeenteraadsleden
Herman Stiers, Algemeen directeur
Verontschuldigd: Roland Strouven, Voorzitter van de raad
Kevin Huybrechts, gemeenteraadslid

De gemeenteraad

Juridische basis
  1. Het decreet lokaal bestuur, art. 40 en 41.
  2. Het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging.
  3. Het besluit van 14 mei 2004 van de Vlaamse regering tot organisatie, inrichting en beheer van begraafplaatsen en crematoria.
  4. Omzendbrief van 20 september 2024 over de toepassing van het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging.
Voorgaande
  1. De gemeenteraadsbeslissing van 27 december 2004 houdende 'Reglement op de begraafplaatsen'.
  2. De gemeenteraadsbeslissing van 25 april 2005 houdende 'Reglement op de begraafplaatsen-aanpassing'.
  3. De gemeenteraadsbeslissing van 3 november 2005 houdende 'Reglement op de begraafplaatsen-aanpassing'.
  4. De gemeenteraadsbeslissing van 30 oktober 2006 houdende 'Reglement op de begraafplaatsen-aanpassing'.
  5. De gemeenteraadsbeslissing van 23 augustus 2007 houdende 'Reglement op de begraafplaatsen-aanpassing'.
  6. De gemeenteraadsbeslissing van 31 januari 2011 houdende 'Reglement op de begraafplaatsen-aanpassing'.
  7. De gemeenteraadsbeslissing van 29 december 2011 houdende 'Reglement op de begraafplaatsen-aanpassing.
  8. De gemeenteraadsbeslissing van 21 augustus 2014 houdende 'Reglement op de begraafplaatsen-aanpassing'.
  9. De gemeenteraadsbeslissing van 25 september 2017 houdende 'Reglement op de begraafplaatsen-aanpassing'.
  10. De gemeenteraadsbeslissing van 28 december 2020 houdende 'Reglement op de begraafplaatsen-aanpassing'.
Probleemstelling

Het reglement op de begraafplaatsen dient op een aantal punten te worden gewijzigd. 

Motivering

De onderstaande wijzigingen worden doorgevoerd:

  • Art 1: 
    • definitie 'Begraving', van de assen toegevoegd.
    • definitie 'Ontgraven' toegevoegd.
  • Art 12: Toegevoegd om te verduidelijken: Een grafconcessie is een gebruiksrecht voor een specifieke grafplaats of nis op een begraafplaats, dat door de gemeente wordt verleend voor een bepaalde periode. Dit is geen eigendomsrecht of huur, maar een vergunning om het graf te gebruiken.
  • Art 14: Toegevoegd: Bij het verlenen van de concessie gaat de aanvrager/concessiehouder akkoord met de verplichte onderhoudsplicht. Alle vormen van concessies worden op vlak van onderhoudsplicht op dezelfde wijze behandeld.
  • Art 15, §2: toegevoegd: Volgens het decreet begraafplaatsen is er sprake van verwaarlozing als het graf (zoals bepaald in Art.1 definities) doorlopend vuil, door plantengroei overwoekerd, vervallen, ingestort of bouwvallig is (zie art.57 Gemeentelijk Reglement).
  • Art 21, §3: toegevoegd: De bezwaarindiener zal voortaan verantwoordelijk zijn voor het onderhoud van het graf gedurende de volledige looptijd van de concessie.
  • Art 30, §2: toevoeging van een concessie voor vijftig jaar
  • Art 30ter bijplaatsen in een geconcedeerde grafkelder: Volledig artikel toegevoegd om de mogelijkheid te bieden om 1 asurne bij te plaatsen in een geconcedeerde grafkelder. 
  • Art 33
    • punt b: mogelijkheid van asurne toegevoegd
    • punt f: aanpassing foetussen naar foetusweide, toevoeging van vlinder.
  • Art 36
    • §1: aanpassing opgraven naar ontgraven
    • §3: aanpassing van de paragraaf om de procedure voor retroactieve thuisbewaring van een asurne uit een geconcedeerd graf te verduidelijken
  • Art 38: aanpassing opgravingen naar ontgravingen
    • §1: aanpassing van de paragraaf om de procedure voor ontgravingen voor het verstrijken van de grafrust te verduidelijken
  • Art 40: 
    • §1: aanpassing opgraving naar ontgraving
    • §2: toevoegen van punt d over het openen en sluiten van de nis in het columbarium of het perceel in het urnenveld
  • Art 48: §2: verduidelijking dat het over een graf in volle grond gaat
  • Art 49: §2: toevoegen van fundering en toelichting ervan
  • Art 51: toevoeging van indien
  • Art 52Ter: toevoeging van §4: informatie over het sterrenregister
  • Art 57
    • §2: een vervangen door één
    • §4: en vervangen door of
  • Art 58, §6 toegevoegd voor concessie voor oud-strijder
  • Art 64: verduidelijking van de exacte datum
  • Hoofdstuk XII: Bijzetting van huisdieren - werd toegevoegd om de burgers de mogelijkheid te geven om de assen van hun overleden huisdieren mee te begraven of bij te zetten op de begraafplaats
  • Hoofdstuk XIII: voorheen hoofdstuk XII, nummer werd aangepast door toevoeging van het hoofdstuk over huisdieren
  • Art 69: correctie van het adres van de griffie van de rechtbank van Eerste Aanleg en de griffie van de politierechtbank.
Publieke stemming
Aanwezig: Kris Swinnen, Jo Roggen, Chris Jamar, Stijn Doms, Eva Prouvé, Danny Ruysen, Ingrid Claes, Elke Allard, Rita Soetaerts, Nadia Najem, Katrien Weckx, Joke Debehets, Herman Cox, Tom Droogmans, Tony Leyssens, Herman Stiers
Voorstanders: Jo Roggen, Chris Jamar, Stijn Doms, Eva Prouvé, Danny Ruysen, Ingrid Claes, Elke Allard, Rita Soetaerts, Nadia Najem, Kris Swinnen, Katrien Weckx, Joke Debehets, Herman Cox, Tom Droogmans, Tony Leyssens
Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.

Het gecoördineerd reglement als volgt vast te stellen:

HOOFDSTUK I : Algemene bepalingen

Art. 1 Definities

- Begraving: Tenzij duidelijk anders bepaald of blijkt in dit reglement, omvat dit zowel de letterlijke begraving van een stoffelijk overschot als ook de plaatsing van de assen **in een columbarium, urnenveld, grafkelder en uitstrooiing.

- Belanghebbende: Iedere persoon die verklaart belang te hechten aan de instandhouding van het graf van een overledene.

- Meest belanghebbende: Diegene die het graf het meest bezoekt en onderhoudt. De nog levende partner in de eerste plaats, bloed- en aanverwanten in de eerste of tweede graad ten tweede, worden altijd geacht de meest belanghebbende te zijn, tenzij voor het college uit de feiten anders blijkt.

- Graf: Tenzij duidelijk anders bepaald of blijkt in dit reglement, iedere laatste rustplaats van een overledene op de begraafplaats, behalve een strooiweide, en de graftekens die hiertoe behoren.

- Graftekens: Ieder voorwerp ter herinnering aan een overledene geplaatst op of bij het betreffende graf of strooiweide, inclusief een grafsteen.

- […]

- Decreet: Decreet op de begraafplaatsen en de lijkbezorging van 16 januari 2004*

- Grafrust: De grafrust zoals bepaald in het decreet*

- Ontgraven: Het opgraven van een lichaam uit een graf of een urn uit een columbarium of urnenveld. **

Dit gebeurt op verzoek van nabestaanden om de stoffelijke resten of de urn een nieuwe bestemming te geven, zoals herbegraving, verstrooiing, of thuisbewaring. 

Dit kan eveneens gebeuren op verzoek van het parket met het oog op gerechtelijk onderzoek.**

 gewijzigd bij GR 23 augustus 2007

*gewijzigd bij GR 28 december 2020

**  gewijzigd bij GR 22 december 2025

Art. 2 De begraafplaatsen

De gemeente beschikt over 4 begraafplaatsen gelegen te:

- Geetbets, Steenweg op Kortenaken

- Geetbets – Rummen, Schelfstraat

- Geetbets – Grazen, Broekstraat

- Zoutleeuw – Budingen, Parochie Hogen, Hogenstraat

Art. 3 Voorzieningen

§1 Faciliteiten op elke begraafplaats

Iedere begraafplaats beschikt over percelen voor het begraven in volle grond, grafkelders, een columbarium, een urnenveld en een strooiweide.

§2 Kinderperken

De begraafplaatsen van Geetbets en Rummen beschikken bovendien over kinderperken, met vlinderboom, urnenpaddenstoel, urnenveld, graven volle grond, strooiweide en graven voor foetussen. De vlinderboom is een aluminium constructie in de vorm van een boom waarin vlinders kunnen bevestigd worden ter nagedachtenis, zoals bepaald in Art 52Ter. De urnenpaddenstoel is een betonnen element in de vorm van een rode paddenstoel met witte stippen. Elke witte stip is een afdekplaat van een nis waarin 1 asurne kan worden geplaatst, en waarop de naam en ev. geboorte-en overlijdensdatum kan worden geplaatst. De urnenpaddenstoel mag gebruikt worden voor overledenen jonger dan 18 jaar.

Art. 4 Personen die begraven kunnen worden

De gemeentelijke begraafplaatsen zijn bestemd voor de begraving van:

1. de personen die op het grondgebied van de gemeente […] **overleden of dood aangetroffen zijn;

2. de personen die in het bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister van Geetbets zijn ingeschreven [ofwel minder dan 10 jaar geleden nog waren ingeschreven]*;

3. de personen [reeds voor hun overlijden]* begunstigd met een recht van begraving door middel van een concessie;

4. uitzonderlijk, personen die een bijzondere relatie hebben gehad met de gemeente, mits betaling van een belasting op de begraafplaatsen voor niet-inwoners, vastgesteld door de gemeenteraad, en welke eenmalig betaald dient te worden voor het geconcedeerd graf, het geconcedeerde perceel in het urnenveld of de geconcedeerde nis in het columbarium*****;
[De Burgemeester dient voor de begraving zijn toestemming te geven]**;

5. levenloos geboren kinderen*** op verzoek van de ouders, indien minstens één van deze ouders valt onder één van de voorgaande categorieën. *****

6. [ ] ******

7. personen die wegens ziekte en/of ouderdom in een andere gemeente ingeschreven zijn, hetzij in een instelling of bij familieleden of kennissen, maar die voor deze inschrijving hun verblijfplaats in Geetbets hadden gedurende 10 jaar. Bewijs is ten laste van de nabestaanden.*****

 * gewijzigd bij GR 23 augustus 2007

** gewijzigd bij GR 31 januari 2011

***. gewijzigd bij GR 21 augustus 2014

**** gewijzigd bij GR 25 september 2017

***** gewijzigd bij GR 28 december 2020

****** verwijderd bij GR 28 december 2020

 [Art. 4bis Begraafplaats Hogen

Op de gemeentelijke begraafplaats van Hogen kunnen bovendien begraven worden:

1. de personen die op het grondgebied van het gehucht Hogen overleden of dood aangetroffen zijn;

2. de personen die in het bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister van Kortenaken dan wel Zoutleeuw zijn ingeschreven op adressen behorend tot het gehucht Hogen ofwel minder dan 10 jaar geleden nog als zodanig waren ingeschreven;

 3. uitzonderlijk, personen die een bijzondere relatie hebben gehad met het gehucht Hogen, mits betaling van een belasting op de begraafplaatsen voor niet-inwoners, vastgesteld door de gemeenteraad, en welke eenmalig betaald dient te worden voor het geconcedeerd graf, het geconcedeerde perceel in het urnenveld of de geconcedeerde nis in het columbarium***;

[De Burgemeester dient voor de begraving zijn toestemming te geven geven.]** gewijzigd bij GR 31 januari 2011;

4. levenloos geboren kinderen op verzoek van de ouders, indien minstens één van deze ouders valt onder één van de voorgaande categorieën.] * en ***

* gewijzigd bij GR 23 augustus 2007

** gewijzigd bij GR 31 januari 2011

*** gewijzigd bij GR 28 december 2020

Art. 5 Begraving*

§1 Uren waarop begraven kan worden

Begraving is wenselijk op de werkdagen en zaterdagen van 09.00 uur tot 12.00 uur en van 13.00 uur tot 16.00 uur, niet op zondagen en wettelijke feestdagen.

§2 Toestemming gemeentebestuur

Het gemeentebestuur geeft toelating tot begraven en bepaalt de plaats en het tijdstip van begraven.

§3 Aanvraag begraving

De aanvraag tot begraving vermeldt het type van begraving en de eventuele concessie.

* gewijzigd bij GR 28 december 2020

Art. 6 Kosteloze begraving

[Alle begravingen, behoudens deze onder art.4, 4° en art. 4bis, 3° zijn kosteloos.]

Indien niet voor de nodige graftekens wordt gezorgd, worden deze kosteloos door de gemeente geplaatst. Voor deze graftekens gelden ingevolge Art. 47, 50 of 51 wel andere voorwaarden. 

ingevoegd bij GR 23 augustus 2007

Art.7 Grafrust

Behoudens in geval van een gerechtelijk bevel tot opgraving [of toestemming tot opgraving door de burgemeester om ernstige redenen] is de verplichte grafrust nooit minder dan 10 jaar.
ingevoegd bij GR 30 oktober 2006

Art. 8 Bekendmakingen

Bekendmakingen aangaande het aflopen van termijnen of voorgenomen beslissingen omtrent een graf of begraafplaats geschieden steeds op dezelfde wijze. Dit gebeurt door gedurende 1 jaar voorafgaand aan het verlopen van een termijn of de voorziene uitvoering van een beslissing een bekendmaking hieromtrent aan het betreffende graf, de ingang van de begraafplaats alsook éénmalig in het gemeentelijk informatieblad te plaatsen. Hierin worden belanghebbenden tevens gewezen op de gevolgen van het aflopen van de termijn of beslissing én de eventuele mogelijkheden die hen hieraan voorafgaand openstaan.

Art. 9 Niet-geconcedeerde graven*

§1 Bewaring

Niet-geconcedeerde graven worden kosteloos bewaard gedurende een termijn van 10 jaar.

§2 Bijplaatsen

[Niet-geconcedeerde graven geven geen recht op bijplaatsing.]

*ingevoegd bij GR 30 oktober 2006

*gewijzigd bij GR 21 augustus 2014

Art. 10 Omzetting in concessie

Geschrapt bij GR 21 augustus 2014

Art. 11 Eindigen termijn en bekendmaking*

§1 Bekendmaking van ontruiming

a) Wanneer niet-geconcedeerde gronden moeten worden ontruimd, dan zal een afschrift van de beslissing tot ontruiming gedurende 1 jaar voor het vervallen van begravingstermijn bekendgemaakt worden:

- aan het betrokken graf en/of in de nabijheid van het te ontruimen perceel.

- aan de ingang van de begraafplaats.

 b) In het gemeentelijk informatieblad verschijnt een artikel betreffende de ontruiming van de niet-geconcedeerde percelen.

§2 Wegnemen van de graftekens

a) De belanghebbenden zullen, te rekenen vanaf de datum van de bekendmaking bedoeld in vorige alinea, beschikken over een termijn van 1 jaar om de graftekens weg te nemen.

b) Na die termijn worden zij van ambtswege verwijderd, en worden ze eigendom van de gemeente. Het college van burgemeester en schepenen beslist over de bestemming van deze materialen.

*gewijzigd bij GR 21 augustus 2014

HOOFDSTUK II : Concessies

Art. 12 Definitie concessie

Het verlenen van een concessie houdt de toekenning in van de ingebruikneming van een nis of perceel grond voor opberging van niet-gecremeerde of gecremeerde lichamen maar houdt geen verhuring noch verkoop in. Er mag aan de concessie nooit een andere bestemming worden gegeven dan die waarvoor ze werd verleend. De concessies zijn onoverdraagbaar.

Een grafconcessie is een gebruiksrecht voor een specifieke grafplaats of nis op een begraafplaats, dat door de gemeente wordt verleend voor een bepaalde periode. Dit is geen eigendomsrecht of huur, maar een vergunning om het graf te gebruiken.*

* gewijzigd bij GR 22 december 2025

Art. 13 Bevoegdheid

De gemeenteraad draagt de bevoegdheid tot het verlenen van concessies over aan het college van burgemeester en schepenen; deze delegatie geldt ook voor het hernieuwen van de concessies, het voortijdig beëindigen van de concessies en voor de terugneming van de verwaarloosde concessies.

Art. 14 Voorwerp

1. Eenzelfde concessie kan dienen voor de aanvrager, zijn echtgenoot, zijn bloed- of aanverwanten evenals voor allen daartoe aangewezen door de concessiehouder en die daartoe bij de gemeentelijke overheid hun wil te kennen hebben gegeven.

Bij het verlenen van de concessie gaat de aanvrager/concessiehouder akkoord met de verplichte onderhoudsplicht. Alle vormen van concessies worden op vlak van onderhoudsplicht op dezelfde wijze behandeld.*

*gewijzigd bij GR 22 december 2025

2. Wanneer iemand overlijdt, kan een concessie voor een aanliggend perceel of aanliggende nis worden aangevraagd door diegenen die met de overledene een band van verwantschap hadden*

*gewijzigd bij GR 28 december 2020

3. Elke natuurlijke en rechtspersoon kan een concessieaanvraag indienen ten behoeve van een derde en van diens bovengenoemde(n).

Art. 15 Aanvraag*

§1 Aanvraag van de concessie

Het college van burgemeester en schepenen wordt gemachtigd om de concessies te verlenen.

De concessie wordt schriftelijk en met het formulier “Aanvraag grafconcessie” aangevraagd.

[…]

§2 Einde van de concessie

Het college van burgemeester en schepenen wordt tevens gemachtigd om de concessies te beëindigen bij toepassing van een procedure van verwaarlozing.

Volgens het decreet begraafplaatsen is er sprake van verwaarlozing als het graf (zoals bepaald in Art.1 definities) doorlopend vuil, door plantengroei overwoekerd, vervallen, ingestort of bouwvallig is (zie art.57 Gemeentelijk Reglement).**

Een graf reserveren voordat er een overlijden heeft plaatsgehad, is in geen geval mogelijk.

* gewijzigd bij GR 23 augustus 2007

**gewijzigd bij GR 22 december 2025

§3 Aantal personen**

Een concessie wordt standaard toegekend voor 2 personen.

**ingevoegd bij GR 28 december 2020

Art. 16 Omvang

Bij een overlijden mogen er voor maximum drie naast elkaar aanliggende percelen of columbariumnissen concessies worden toegekend. De concessietermijn van de 3 percelen of nissen start vanaf de eerste ingebruikneming van het eerste perceel of nis.

gewijzigd bij GR 29 december 2011

Art. 17 Duur

[Een concessie wordt verleend voor en neemt aanvang op de datum van de eerste begraving

- 30 jaar voor volle grond, columbarium en urnenveld

- 50 jaar voor grafkelders en graven van lokaal historisch belang.]

gewijzigd bij GR 31 januari 2011

Art. 18 Eindigen van de concessie en hernieuwing*

§1 Wegnemen van ambtswege

Wanneer een concessie om welke reden ook een einde neemt, kan het graf worden ontruimd en worden de niet weggenomen graftekens en de nog bestaande ondergrondse constructies van ambtswege eigendom van de gemeente.

Na verloop van deze termijn wordt er geen hernieuwing van de concessie meer toegestaan.

 §2 Bekendmaking vervallen concessie

Om belanghebbenden de gelegenheid te bieden alsnog een hernieuwing van de concessie aan te vragen of om graftekens weg te nemen, wordt gedurende 1 jaar voorafgaand aan het verlopen van de concessie een bekendmaking hieromtrent aan het graf en de ingang van de begraafplaats geplaatst alsook éénmalig in het gemeentelijk informatieblad.

 §3 Aanvraag hernieuwing concessie

Aanvraag tot hernieuwing van een concessie gebeurt onder dezelfde voorwaarden en op dezelfde wijze als een eerste aanvraag.

[De hernieuwing gaat in op de datum van het einde van de vorige concessie.]

§4 Weigering hernieuwing grafconcessie

Hernieuwingen kunnen enkel geweigerd worden als blijkt dat op het moment van de aanvraag de concessie verwaarloosd is. (zie art. 57)

[proportionele berekening van retributie bij hernieuwing] verwijderd bij GR 28 december 2020

 §5 Grafrust

Indien er van de mogelijkheid tot hernieuwing van de concessie bij een bijzetting geen gebruik wordt gemaakt én indien de laatste begraving in de concessie zich voordoet minder dan tien jaar voor het verstrijken van de concessie, dan moet het graf gedurende een termijn van tien jaar behouden blijven.

*Ingevoegd bij GR 31 januari 2011

Art. 19 Betaling

 […]*

[De aanvraag van een concessie of een vernieuwing verplicht tot betaling van de verschuldigde retributie per overschrijving of in contanten.[…]**

De begrafenisondernemer of zijn aangestelde die uit naam van de nabestaanden een aanvraag doet, zonder een geldige volmacht te kunnen voorleggen, stelt zich van rechtswege borg voor betaling van de concessie.]* 

* gewijzigd bij GR 23 augustus 2007

** gewijzigd bij GR 31 januari 2011

Art. 20 Voortijdige beëindiging

§1 College van burgemeester en schepenen

Het college van burgemeester en schepenen kan een geconcedeerd perceel of een geconcedeerde nis wegens openbaar belang, dienstnoodwendigheden of in geval van wijziging van de bestemming van de begraafplaats (sluiting van de begraafplaats) voortijdig beëindigen.

§2 Compensatie

In dit geval kan de concessiehouder geen aanspraak maken op enige vergoeding.

De concessiehouder heeft wel recht op het bekomen van een perceel van dezelfde oppervlakte of een nis van dezelfde grootte op dezelfde of op een andere begraafplaats in de gemeente.

§3 Bekendmaking

Hiertoe wordt gedurende 1 jaar voorafgaand aan de voorziene uitvoering van deze beslissing een bekendmaking hieromtrent aan het graf en de ingang van de begraafplaats geplaatst, alsook éénmalig in het gemeentelijk informatieblad.

De kosten van overbrenging van de stoffelijke overschotten en van de graftekens of eventueel een vervangende grafkelder zijn ten laste van de gemeente.

Art. 21 Voortijdige beëindiging op aanvraag

§1 College van burgemeester en schepenen

Het college van burgemeester en schepenen kan tevens een concessie voortijdig beëindigen op schriftelijk verzoek van de meest belanghebbende.

§2 Terugvorderen van de concessieprijs

De betaalde concessieprijs kan noch geheel noch gedeeltelijk teruggevorderd worden.

§3 Bezwaar indienen

Bezwaren tegen een voortijdige beëindiging moeten schriftelijk worden ingediend bij het college van burgemeester en schepenen.

De bezwaarindiener zal voortaan verantwoordelijk zijn voor het onderhoud van het graf gedurende de volledige looptijd van de concessie.*

*gewijzigd bij GR 22 december 2025

§4 Bekendmaking

Hiertoe wordt gedurende 1 jaar voorafgaand aan het nemen van de beslissing hiertoe een bekendmaking hieromtrent aan het graf en de ingang van de begraafplaats geplaatst alsook éénmalig in het gemeentelijke informatieblad.

Art. 22 ‘Eeuwigdurende’ concessies

§1 Hernieuwing

Telkens na vijftig jaar, en zonder vergoeding kan de concessie, die krachtens het keizerlijk decreet van 23 prairial jaar XII werd verleend voor de inwerkingtreding van de wet van 20 juli 1971 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging, op aanvraag hernieuwd worden voor een termijn van 50 jaar.

§2 Bekendmaking

Hiertoe wordt gedurende 1 jaar voorafgaand aan het verlopen van de concessie een bekendmaking hieromtrent aan het graf en de ingang van de begraafplaats geplaatst alsook éénmalig in het gemeentelijke informatieblad.

§3 Schriftelijk verzoek

Op schriftelijk verzoek, overeenkomstig de procedure voorzien voor verlenging van een concessie in dit reglement, wordt de hernieuwing toegestaan voor een termijn van 50 jaar.

 HOOFDSTUK III: Lijkbezorging

Art. 23 Aangifte en vaststelling

§1 Aangifte

Elk overlijden of het ontdekken van een stoffelijk overschot in de gemeente moet zonder verwijl en uiterlijk de eerstvolgende werkdag aangegeven worden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand.

§2 Vaststelling

Het overlijden wordt door de ambtenaar van de burgerlijke stand vastgesteld op basis van een getuigschrift afgeleverd door de behandelende geneesheer of een geneesheer hiertoe aangesteld door de ambtenaar van de burgerlijke stand.

Art. 24 Formaliteiten

Degenen die voor de begraving instaan, regelen met het gemeentebestuur de formaliteiten betreffende de begraving. Bij ontstentenis daarvan wordt door het gemeentebestuur het nodige gedaan.

Art. 25 Termijn voor begraving

Tenzij in speciale gevallen en op advies van de behandelende geneesheer, vindt ten vroegste 24 uur na het overlijden de begraving van niet-gecremeerde stoffelijke overschotten of de crematie met daarop volgend de begraving, de berging of de verstrooiing van de as plaats. De burgemeester of zijn aangestelde beslist in elk geval over dag en uur van de begrafenis.

De begraving heeft plaats binnen de 7 dagen volgend op de aangifte van het overlijden.

Art. 26 Kisting en balseming

§1 Kisting

Tot kisting mag slechts worden overgegaan, nadat het overlijden werd vastgesteld door de ambtenaar van de burgerlijke stand.

De burgemeester of zijn gemachtigde mag de kisting bijwonen.

Het gebruik van doodskisten, foedralen, doodswaden, producten en procédés die de natuurlijke en normale ontbinding van het lijk of de crematie beletten, is verboden.

§2 Balseming

Een balseming of enige andere conserverende behandeling, voorafgaand aan de kisting, kan in de door de Vlaamse regering bepaalde gevallen toegelaten worden. Deze gevallen zijn opgenomen in de Art. 25, 26 en 27 van het besluit van de Vlaamse regering van 14 mei 2004 tot organisatie, inrichting en beheer van begraafplaatsen en crematoria.

Behalve om te voldoen aan een rechterlijke beslissing mag de kist na de kisting niet meer geopend worden.

Art. 27 Lijkenvervoer in het algemeen*

§1 Vervoer gecremeerde lijken

Het vervoer van gecremeerde lijken is vrij, doch dient te gebeuren volgens de regels van welvoeglijkheid.

 §2 Vervoer niet-gecremeerde lijken

Het vervoer van een niet-gecremeerd stoffelijk overschot binnen het Vlaamse Gewest kan plaatsvinden vanaf het moment dat de behandelende geneesheer of de geneesheer die het overlijden heeft vastgesteld, een attest heeft opgesteld waarin hij verklaart dat het om een natuurlijke doodsoorzaak gaat en dat er geen gevaar voor de volksgezondheid is*.

 De niet-gecremeerde lijken moeten individueel met een lijkwagen of op een passende wijze vervoerd worden.

De gemeente ziet toe op het ordelijk, welvoeglijk en respectvol verlopen van de lijkstoet.

* gewijzigd bij GR 21 augustus 2014

Art. 28 Lijkenvervoer naar het buitenland

Voor zover stoffelijke overschotten van de in België overleden personen naar het buitenland moeten vervoerd worden, is het vervoer, naargelang het geval, onderworpen aan de formaliteiten vermeld in:

a) het KB van 8 maart 1967, wanneer het lijk moet vervoerd worden naar Luxemburg of Nederland;

b) het akkoord van Straatsburg van 26 oktober 1973, wanneer het lijk moet vervoerd worden naar een ander land dan vermeld onder a) en dat het akkoord van Straatsburg ondertekend heeft;

c) het Regentesbesluit van 20 juni 1947, wanneer een lijk moet vervoerd worden naar een land, niet bedoeld in a) of b);

Art. 29 Mortuarium

De mortuaria dienen voor:

1. het bewaren in afwachting van de begraving, van de gevonden lijken die nog dienen geïdentificeerd te worden;

2. het ontvangen van het stoffelijke overschot van overleden personen die niet kunnen bewaard worden op de plaats van overlijden of hun woonplaats;

3. het opnemen van lijken waarop ingevolge rechterlijke beslissing een lijkschouwing moet worden verricht;

4. het bewaren van stoffelijke overschotten voor vrijwaring van de openbare gezondheid;

5. het bewaren van lijken waarvan de overbrenging is gevraagd door de familie of bij ontstentenis door elke belanghebbende na machtiging van het gemeentebestuur.

Art. 30 Bepalingen begravingen *gewijzigd GR 28 december 2020

§1 Uitvoerings volgens plan

De begravingen worden volgens plan in regelmatige volgorde uitgevoerd. Dit plan wijst de percelen aan voor alle begravingen. Bovengrondse begravingen zijn niet toegelaten.

[…]

§2 Geconcedeerd graf in volle grond

Bij de begraving van een eerste niet-gecremeerd stoffelijk overschot zal een concessie voor het perceel (d.i. de hoofdconcessie) verschuldigd worden. Deze concessie wordt aangegaan voor dertig jaar of vijftig jaar* en kan verlengd worden met een termijn van tien, twintig of dertig jaar. De concessie geeft recht op de begraving van twee personen waarvan de eerste begraving altijd een niet-gecremeerd stoffelijk overschot betreft.

*gewijzigd bij GR 22 december 2025

§3 Bijplaatsen in een geconcedeerd graf in volle grond

Mits naleving van de in artikel 30bis gestelde voorwaarden kunnen in een geconcedeerd graf in volle grond maximaal vier personen begraven worden waarvan maximaal 2 niet-gecremeerde stoffelijke overschotten. De volgorde van het bijplaatsen is vrij.

§4 Diepten

Boven de bovenste kist bevindt zich een laag grond van ten minste 65 cm en tussen de twee kisten wordt een laag grond van minimum 30 cm aangebracht.

Urnenvelden hebben een diepte van 50 cm onder het maaiveld.

Art 30bis Bijplaatsen in een geconcedeerd graf in volle grond *ingevoegd GR 22 december 2025

§1 Bijplaatsen van twee stoffelijke overschotten

Conform de in artikel 30 §3 bepaalde limieten en mits betaling van een tweede concessie mogen in een geconcedeerd graf bijkomend nog twee personen worden bijgeplaatst.

§2 Bijkomende concessie

Vanaf het bijplaatsen van een derde persoon zal een bijkomende concessie voor de asurnen verschuldigd zijn.

De concessie voor het bijplaatsen van maximum twee asurnen in een geconcedeerd graf zal gelijktijdig eindigen met de hoofdconcessie. Vanaf dit moment zal de concessie voor het bijplaatsen van de asurnen niet zonder de concessie voor het perceel kunnen bestaan en omgekeerd.

Men kan enkel de concessie voor het perceel verlengen indien de concessie voor het bijplaatsen van de asurnen gelijktijdig en voor eenzelfde termijn wordt verlengd en mits betaling van de bijhorende retributies.

Art 30ter bijplaatsen in een geconcedeerde grafkelder *ingevoegd GR 22 december 2025

§1 Bij begraving van een niet-gecremeerd stoffelijk overschot zal een concessie voor het perceel verschuldigd worden. Dit is de hoofconcessie die kan aangegaan worden voor 50 jaar en kan verlengd worden met een termijn van tien, vijfentwintig of vijftig jaar.

Indien technisch mogelijk kunnen er in dit graf maximaal 2 niet-gecremeerde overschotten en 1 asurne worden geplaatst of 1 niet-gecremeerd overschot en 2 asurnen worden geplaatst, in deze volgorde van begraving.

Wordt de 2de begraving een asurn, dan wordt er geen volgende bijzetting van een stoffelijk overschot meer toegestaan.

§2 Bijkomende concessie

Voor het bijplaatsen van een derde gecremeerd overschot zal een bijkomende concessie asurnen verschuldigd zijn die gelijktijdig met de hoofconcessie zal eindigen.

Vanaf dit moment zal de concessie voor het bijplaatsen van de asurnen niet zonder de concessie voor het perceel kunnen bestaan en omgekeerd.

 

Men kan enkel de concessie voor het perceel verlengen indien de concessie voor het bijplaatsen van de asurnen gelijktijdig en voor eenzelfde termijn wordt verlengd en mits betaling van de bijhorende retributies.

Art. 31 Taak gemeente

§1 Gemachtigden van de gemeente

Uitsluitend gemachtigden van de gemeente zijn ertoe bevoegd te zorgen voor:

- [ verwijderd GR 28 december 2020]

- het delven van een graf voor begravingen of bijzettingen in volle grond en het vullen van de kuil;

- het openen en sluiten van bestaande grafkelders;

- het openen, plaatsen en afsluiten van de plaats van begraving.

§2 Nauwkeurige aanduiding

De begraving op de gemeentelijke begraafplaats met nauwkeurige aanduiding van de plaats ervan wordt opgetekend in een register dat bijgehouden wordt door de gemeente van de begraafplaats waar ze plaatsgevonden heeft. Voor de uitstrooiing van de as beperkt de nauwkeurige aanduiding van de plaats zich tot de vermelding van de strooiweide.

§3 Register

[verwijderd GR 28 december 2020]

Art. 32 Lijkbezorging van behoeftigen

Er wordt in een behoorlijke wijze voorzien in de lijkbezorging van behoeftigen, onverminderd de toepassing van artikel 32 bis*. De daaruit voortvloeiende kosten zijn ten laste van de gemeente van het Vlaamse Gewest waar zij in de bevolkingsregisters, het vreemdelingen­- of wachtregister zijn ingeschreven.

* gewijzigd bij GR 21 augustus 2014

Art. 32 bis Laatste wilsbeschikking inzake de wijze van lijkbezorging en ritueel van uitvaartplechtigheid*

§1 Laatste wilsbeschikking**.

De manieren van lijkbezorging zijn: begraven, verstrooien of bewaren van de as na crematie, of op de wijze en volgens de nadere regels bepaald door de Vlaamse regering.

Elkeen, die de leeftijd van zestien jaar bereikt heeft, kan tijdens zijn leven vrijwillig een schriftelijke kennisgeving van zijn laatste wilsbeschikking overmaken aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van zijn gemeente. Die laatste wilsbeschikking kan handelen over de wijze van lijkbezorging, de asbestemming, het ritueel van levensbeschouwing voor de uitvaartplechtigheid, evenals over de gemeente waar men begraven wil worden of de gemeente waar de as begraven, bijgezet of uitgestrooid moet worden, evenals over de vermelding van het bestaan van een uitvaartcontract.

Indien het overlijden in een andere gemeente van het Vlaams Gewest dan die van de hoofdverblijfplaats heeft plaatsgehad, moet de gemeente van de hoofdverblijfplaats zonder verwijl op aanvraag van de gemeente waarin het overlijden heeft plaatsgehad, informatie betreffende de in het tweede lid bedoelde laatste wilsbeschikking overzenden.

*gewijzigd GR 28 december 2020.

§2 Levensloos geboren kinderen**

Levenloos geboren kinderen die de wettelijke levensvatbaarheidsgrens nog niet hebben bereikt, worden op verzoek van de ouders begraven of gecremeerd. De Vlaamse regering kan nadere regels bepalen met betrekking tot het begraven en cremeren van levenloos geboren kinderen.

*Ingevoegd bij GR 21 augustus 2014.

**gewijzigd GR 28 december 2020

Art. 33 Percelen voor begravingen

a) In volle grond

De percelen voor het begraven in volle grond van een niet-gecremeerd lichaam zijn voor een persoon jonger dan 12 jaar 190cm bij 110cm groot en voor een persoon vanaf 12 jaar 220cm bij 110cm groot.

Voor de geconcedeerde percelen gelden dezelfde afmetingen.

De geconcedeerde percelen voor het begraven in volle grond voor min. 3 en max. 4 personen en/of asurnen zijn 220cm bij 220cm groot.

b) In grafkelder

De geconcedeerde percelen voor het begraven in een grafkelder van twee lichamen en één asurn of van één lichaam en één asurn of van één lichaam en twee asurnen zijn [230]cm bij 120 cm groot.*

De geconcedeerde percelen voor het begraven in een grafkelder voor min. 3 en max. 4 personen en/of asurnen zijn [230]cm bij 240 cm groot.

Het gemeentebestuur plaatst de grafkelders in eigen beheer.

c) In urnenveld

De percelen voor het begraven van 1 of 2 asurnen op het urnenveld zijn 115 cm bij 65 cm groot. Het gemeentebestuur plaatst voor de fundering van de urnendeksels op deze percelen metalen kaders.

d) In columbarium

De gesloten nissen voor bijzetting in het columbarium zijn bestemd voor 2 gecremeerde lichamen.

De maximum afmetingen van de urn zijn:

Hoogte: 26 cm

Diameter: 20 cm

e) Strooiweide

De uitstrooiing geschiedt op een daarvoor bestemd perceel van de begraafplaats door middel van een strooitoestel. Het perceel an met gras of ander groen bezaaid worden.

gewijzigd bij GR 23 augustus 2007

f) foetusweide*

De percelen voor het begraven van foetussen hebben een lengte van 45cm en een breedte van 30 cm. Vermits het gaat om kinderen die niet de wettelijke grens van levensvatbaarheid hebben bereikt, worden deze percelen niet duidelijk afgescheiden.

Een naamplaatje in de vorm van een vlinder, die wordt aangeleverd door het gemeentebestuur, kan aangebracht worden op de vlinderboom zoals bepaald in Art.52 §4

Op de foetusweide mogen geen eigen, bijkomende graftekens worden opgericht.*

Gewijzigd GR 25 september 2017

*Gewijzigd GR …

 HOOFDSTUK IV : Crematie.

Art. 34 Formaliteiten

De crematie is onderworpen aan de formaliteiten bepaald bij het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging.

Art. 35 Asbestemmingen

Asbestemmingen zijn:

a) begraving van de asurn op de begraafplaats;

b) bijzetting van de asurn in het columbarium van de begraafplaats;

c) uitstrooiing van de as op het daartoe bestemde perceel van de begraafplaats;

d) uitstrooiing van de as op de aan het grondgebied van België grenzende territoriale zee, onder de voorwaarden die de Vlaamse regering bepaalt*.

Indien de overledene dit schriftelijk heeft bepaald of bij gebrek aan schriftelijke bepaling door de overledene op gezamenlijk schriftelijk verzoek*, van zowel de echtgenoot of van diegene met wie de overledene een feitelijk gezin vormde als van alle bloed- of aanverwanten van de eerste graad of indien het om een minderjarige gaat, op verzoek van de ouders of voogd kan de as van gecremeerde lijken:

a) uitgestrooid worden op een andere plaats dan de begraafplaats. De as mag niet worden, uitgestrooid op het openbaar domein uitgezonderd de begraafplaats bedoeld in het eerste en tweede lid*. Indien het een terrein betreft dat niet in eigendom is van de overledene of zijn nabestaanden, is een voorafgaande, schriftelijke toestemming van de eigenaar van het terrein vereist;

b) begraven worden op een andere plaats dan de begraafplaats. Deze begraving mag niet gebeuren op het openbaar domein, uitgezonderd de begraafplaats bedoeld in het eerste en tweede lid*. Indien het een terrein betreft dat niet in eigendom is van de overledene of zijn nabestaanden, is een voorafgaande schriftelijke toestemming van de eigenaar van het terrein vereist;

c) in een urne ter beschikking worden gesteld van de nabestaanden om te worden bewaard* op een andere plaats dan de begraafplaats. Indien er een einde komt aan de bewaring van de as wordt de as door toedoen van de nabestaande die er de zorg voor heeft of zijn erfgenamen in geval van diens overlijden, ofwel naar een begraafplaats gebracht om er begraven, in een columbarium bijgezet of uitgestrooid te worden* ofwel op de aan het grondgebied van België grenzende territoriale zee uitgestrooid te worden.

De persoon die de as in ontvangst neemt, is verantwoordelijk voor de naleving van deze bepalingen.

De Vlaamse regering kan nadere voorwaarden bepalen waaraan de in het tweede lid bedoelde bewaringen, begravingen of uitstrooiïngen moeten voldoen*.

Echtgenoten of bloed- en aanverwanten in de tweede* graad kunnen op eenvoudig verzoek en als er geen geschreven wilsbeschikking hierover van de overledene bestaat, een klein symbolisch gedeelte van de as meenemen.

* gewijzigd bij GR 21 augustus 2014

Art. 36 Wijziging bestemming

§1 Opgraven ontgraven asurn*

Onverminderd de naleving van de laatste wilsbeschikking inzake de wijze van lijkbezorging, overeenkomstig Art. 15 van het decreet, kan een asurn, op vraag van de nabestaanden en mits toestemming van de burgemeester, ontgraven* worden om te worden verstrooid of bijgezet in een concessie, begraven op een andere plaats dan de begraafplaats of ter beschikking worden gesteld van de nabestaanden om te worden bewaard op een andere plaats dan de begraafplaats.

*  gewijzigd bij GR 22 december 2025

§2 Retroactieve thuisbewaring van een asurne uit een niet-geconcedeerd graf

De aanvraag tot retroactieve thuisbewaring van een asurne uit een niet-geconcedeerd perceel of nis, bij toepassing van artikel 24 en 24bis, van het decreet op de begraafplaatsen en de lijkbezorging, zoals tot op heden gewijzigd, moet schriftelijk worden ingediend bij het college van burgemeester en schepenen door de overlevende echtgeno(o)t(e) of samenlevende partner en de bloedverwanten eerste graad.

De aanvraag tot retroactieve thuisbewaring kan ingediend worden tot zolang de procedure van ontruiming van de niet-geconcedeerde graven loopt.

De plaats van bewaring of verstrooiing wordt in de aanvraag aangeduid.

De aanvraag tot retroactieve thuisbewaring kan slechts éénmaal worden ingediend.

De modaliteiten betreffende de ontgraving zijn van toepassing.

Wanneer de thuisbewaring ophoudt, kan de as van de overledene uitgestrooid worden op de strooiweide van de gemeentelijke begraafplaats. De asurne kan terug bijgezet of begraven worden in een concessie op de gemeentelijke begraafplaats.

* gewijzigd bij GR 28 december 2020

§3 Retroactieve thuisbewaring van een asurne uit een geconcedeerd graf*,** Een retroactieve thuisbewaring, bij toepassing van Art. 24 en 24bis van het decreet, uit een geconcedeerde nis of een geconcedeerd perceel, moet schriftelijk worden aangevraagd bij het College van Burgemeester en Schepenen door de overlevende echtgeno(o)t(e) of samenlevende partner en de bloedverwanten eerste graad.

De aanvraag tot retroactieve thuisbewaring kan ingediend worden zolang de termijn van de concessie loopt of tot zolang de procedure van de hernieuwing van de concessie loopt.

De plaats van bewaring of verstrooiing wordt in de aanvraag aangeduid. De aanvraag tot retroactieve thuisbewaring kan slechts éénmaal worden ingediend. De aanvraag tot retroactieve thuisbewaring wordt gedurende een periode van 6 maanden afgekondigd worden aan de betrokken nis of perceel.

Deze nis/dit perceel en de afdekplaat/het grafmonument wordt gedurende een termijn van 2 jaar bewaard. Tijdens deze bewaringstermijn worden de nis/het perceel en de afdekplaat/het grafmonument zoals een gewone concessie behandeld. Dit betekent dat de procedure van hernieuwing van de concessie en de procedure van verwaarlozing tijdens deze periode kan toegepast worden.

De modaliteiten betreffende de ontgraving zijn van toepassing.

* gewijzigd bij GR 28 december 2020

** gewijzigd bij GR 22 december 2025

§4 Kosten

De gemeenteraad stelt de kosten vast die verbonden zijn aan het verwijderen van de asurn uit een graf of een columbarium. Twee jaar na deze verwijdering vervalt de concessie zonder dat deze aanleiding kan geven tot een teruggave van de betaalde concessieprijs*.

* gewijzigd bij GR 21 augustus 2014

Art. 37 Asverstrooiingspercelen

Op de asverstrooiingspercelen op de openbare begraafplaatsen mogen geen voorwerpen worden geplaatst (bloemen, kransen, herinneringsbeelden) die de normale groei van het gras belemmeren.

HOOFDSTUK V : Opgravingen en Ontruimingen.

Art. 38 Opgravingen*Ontgravingen**

§1 Opgravingen Ontgravingen voor het verstrijken van de grafrust

Behoudens de ontgravingen door de gerechtelijke overheid bevolen en behoudens bij terugneming van een geconcedeerd perceel of nis wegen openbaar belang of dienstnoodwendigheden, mag geen ontgraving worden verricht dan met een schriftelijke toelating van de burgemeester.**

§2 Ontgravingen** na het verstrijken van de grafrust

Ontgravingen** na het verstrijken van de tienjarige grafrust zijn mogelijk:

- bij terugneming van het geconcedeerd perceel of de nis wegens openbaar belang of dienstnoodwendigheden;

- bij wijziging van de bestemming van de begraafplaats;

- op verzoek wegens ernstige redenen van belanghebbenden, mits voorafgaande machtiging van de burgemeester.

*ingevoegd bij GR 30 oktober 2006

** gewijzigd bij GR 22 december 2025

Art. 39 Herbegravingen

§1 Herbegraving in eigen gemeente

In geval van herbegraven moet door de burgemeester een toelating verleend worden tot herbegraven op een gemeentelijke begraafplaats.

§2 Herbegraving in een andere gemeente

Als een overledene in een andere gemeente wordt herbegraven, moet de burgemeester van die andere gemeente toestemming geven voor de herbegraving in zijn gemeente vooraleer de persoon wordt opgegraven. De burgemeester van de gemeente waar de persoon begraven ligt, moet met toepassing van Art. 4 van het decreet toestemming geven tot de opgraving.

§3 Vervoer naar nieuwe bestemming

Het gecremeerde of niet-gecremeerde stoffelijk overschot moet onmiddellijk naar de nieuwe bestemming worden vervoerd en begraven, mits inachtneming van alle voorschriften terzake.

§4 Asurnen

In geval van crematie wordt de as behandeld overeenkomstig Art. 19 en 24 van het decreet op de begraafplaatsen en de lijkbezorging van 16 januari 2004.

Art. 40 Aanvraag

§1 Aanvrager

De aanvraag tot ontgraving* of herbegraving dient door de meest belanghebbende schriftelijk te worden gericht aan de burgemeester.

* gewijzigd bij GR 22 december 2025

§2 Na te leven beschikkingen

Onverminderd het recht van de burgemeester om in de toelating bijzondere voorwaarden op te leggen, moeten steeds volgende beschikkingen worden nageleefd:

a) dag en uur waarop de opgraving zal geschieden worden in overleg met de dienst van de begraafplaatsen vastgesteld;

b) het grafteken, de beplantingen en alle andere voorwerpen die het openleggen van het graf kunnen bemoeilijken of beletten, moeten verwijderd worden door de aanvrager of familie vooraleer tot de opgraving wordt overgegaan;

c) behoudens een gerechtelijke ontgraving geschiedt het openleggen van het graf, het openen van de grafkelders, het lichten van de kist uit het graf en het vullen van de kuil door de zorgen van een private onderneming, op last van de aanvrager, en onder toezicht van de gemeente;

d) het openen van de nis in het columbarium of het perceel in het urnenveld en het terug sluiten van de nis in het columbarium of perceel in het urneveld, zal gebeuren door de technische dienst van de gemeente. Het uitnemen van de urn uit de nis in het columbarium of het perceel in het urnenveld, dient te gebeuren door de nabestaande/aanvrager. Wanneer deze verkiest dit over te laten aan de technische dienst, kan deze niet verantwoordelijk gesteld worden voor eventuele ongelukken tijdens het verwijderen. *

* gewijzigd bij GR 22 december 2025

Art. 41 Nadere bepalingen

Behalve bij gerechtelijk bevel worden vanaf 1 oktober tot 30 november en op zaterdagen en zon- en feestdagen geen opgravingen verricht. Tijdens de opgraving uit volle grond of grafkelder wordt de plaats ervan voor het publiek visueel afgeschermd. De private onderneming die instaat voor opgraving van een kist, kan de vernieuwing van de kist voorschrijven indien zij zulks nodig achten en elke andere maatregel nemen die van dien aard is dat de welvoeglijkheid en de openbare gezondheid worden beschermd, zulks op kosten van de aanvrager.

Bij de opgraving uit volle grond of grafkelder moet het kerkhof gesloten blijven.

Tenzij het gaat over een ontgraving op gerechtelijk verzoek, moet de politie niet bij een ontgraving aanwezig zijn.

Art. 42 Vervoer

Tijdens het vervoer van onverteerde resten wordt gebruik gemaakt van een al dan niet herbruikbare lucht- en vloeistofdichte kist. Zo deze kist uitsluitend voor het vervoer is bestemd, mag deze kist vervaardigd zijn uit niet-afbreekbaar materiaal.

Als de bestemming van het lijk buiten de begraafplaats van opgraving is gelegen, moet het lijk in afwachting van vervoer worden bewaard in een lucht- en lekdichte kist. Dit gebeurt op kosten van de aanvrager.

Art. 43 Kosten

De prijs en betalingsmodaliteiten voor de opgraving worden in het retributiereglement vastgesteld door de gemeenteraad. Alle kosten zijn ten laste van de aanvrager(s).

Art. 44 Ontruimingen

Ontruimingen kunnen plaatsvinden nadat de termijn van een graf of nis, om welke reden dan ook, verlopen is.

- In het geval de ontruiming betrekking heeft op één of meer niet-gecremeerde lichamen, dan zullen de onverteerde resten in een hiertoe aangewezen, algemeen graf geplaatst worden.

- In het geval de ontruiming betrekking had op één of meer gecremeerde lichamen, dan zal de as worden uitgestrooid op de daartoe bestemde plaats, of op de andere wijzen zoals bepaald in Art. 35.

HOOFDSTUK VI : Graftekens, bouw- en beplantingswerken

Art. 45 Plaatsing graftekens

Tenzij de overledene anders heeft beschikt of zijn verwanten zich ertegen verzetten, heeft eenieder het recht op het graf van zijn verwant of vriend een grafteken te doen plaatsen zonder afbreuk te doen aan het recht van de concessiehouder.

Art. 46 Minimale afstand

De minimale afstand tussen een graf en de perceelgrens van de begraafplaats bedraagt één meter.

Art. 47 Vereisten

§1 Termijn plaatsing grafteken

Op het perceel, waarin een persoon begraven werd, moet uiterlijk zes maanden na de begraving een grafteken aanwezig zijn waarop duidelijk aangebracht is naam, voornaam en datum of jaartal van geboorte en van overlijden, eventueel naam, voornaam van de nog levende echtgeno(o)t(e).

§2 Verloop van de termijn

Indien hieraan na zes maanden of tijdens de verdere duur niet voldaan is, kan in geval van een concessie deze vervallen worden verklaard en/of kan op kosten van de belanghebbende(n) door de gemeente alsnog een gedenkteken worden geplaatst.

Artikel 48 Nadere bepalingen

gewijzigd bij GR 23 augustus 2007

§1 Uniformiteit

¨ Het is niet toegelaten graftekens te plaatsen die door hun vorm, kleur, afmetingen, hun opschriften of aard van de materialen de zindelijkheid, gezondheid, veiligheid en rust op de begraafplaats of het uitzicht hiervan kunnen verstoren.

¨ De graftekens zijn vervaardigd uit duurzame materialen, stevig geplaatst en de basis mag niet dieper dan 15 cm onder het grondpeil worden aangebracht, behoudens de funderingspalen, en het grondvlak moet horizontaal geplaatst worden en in overeenstemming met de aangeduide lijnrichting.

§2 Graftekens graven

De graftekens blijven altijd 15 cm binnen het toegewezen perceel (zie Art. 33) . Dit betekent dat:

¨ het grafteken op een kindergraf maximaal 160cm bij 80cm groot is, en in geval van dubbele concessie ook 190cm breed

¨ het grafteken op een graf volle grond* maximaal 190cm bij 80cm groot is, en in geval van dubbele concessie ook 190cm breed

¨ het een grafteken op een grafkelder maximaal [200]cm bij 90cm groot is, en in geval van dubbele concessie ook 210cm breed.

¨ De graftekens zijn nooit hoger dan 1 meter, voor kindergraven niet hoger dan 75 cm.

* gewijzigd bij GR 22 december 2025

§3 Graftekens urnnenvelden en columbaria

¨ Voor graftekens op de urnenvelden gelden de maximaal toegestane afmetingen: hoogte van de rechtopstaande grafsteen (gemeten vanaf de grond) van 43 cm, breedte van 42 cm en een dikte van 10 cm*

¨ De afmetingen van de horizontaal geplaatste grondplaat (urnendeksels) voor de urnenvelden bedragen maximaal 42cm breedte en 56cm lengte, met een maximale dikte van vooraan 10 cm, en achteraan 14 cm.**

¨ De afmetingen van de afdekplaten (urnendeksels) voor de columbaria zijn standaard vanwege de eveneens standaard grootte van de urnen nissen.

*gewiizigd GR 28 december 2020

 ** ingevoegd bij GR 28 december 2020

§4 Wegnemen van materialen van ambtswege

Indien de in dit artikel gestelde voorwaarden niet worden nageleefd, kan, na een zonder gevolg gebleven ingebrekestelling en op bevel van de burgemeester, van ambtswege worden overgegaan tot het wegnemen van de materialen en het herstellen in de oorspronkelijke staat op kosten van de overtreder.

Ingevoegd GR 28 december 2020

§5 Concessie

¨ De graftekens zijn gedurende de concessie eigendom van de nabestaande of belanghebbende en moeten zodanig opgericht en onderhouden worden dat zij de veiligheid en doorgang niet belemmeren en zonder schade aan te brengen aan de aangrenzende graftekens en graven.

¨ Indien een dubbele concessie wordt aangekocht, dient er een aanduiding voorzien te worden dat het nog ongebruikte perceel van de concessie hiertoe gereserveerd is. In principe dient hiertoe een duurzaam teken op het perceel te worden voorzien.

¨ Bij kinder-, gewone-, of keldergraven kan dit ook gebeuren door bij het reeds geplaatste grafteken een duurzaam plaatje zoals in artikel 50 te bevestigen dat hiervan melding maakt.

¨ In geval van het urnenveld of columbarium kan gekozen worden voor afdekking met een gemeentelijke urnendeksel/lessenaar, voorzien van een plaatje zoals in artikel 50.

Artikel 49 Plaatsing grafstenen gewijzigd bij GR 28 december 2020

§1 Gemeente contacteren

Alvorens de grafzerk kan worden geplaatst, dient de steenkapper contact op te nemen met de Dienst Burgerzaken van de gemeente. Dit kan telefonisch op het nummer 011/58 65 00 of via mail naar burgerzaken@geetbets.be.

§2 Fundering* en afgewerkte grafsteen

Het grafteken moet gefundeerd worden tot op de harde grondlaag om verzakking van de grafsteen te voorkomen. De funderingspalen moeten door de steenkappers zelf voorzien worden. De gemeente is niet verantwoordelijk voor herstelling of onderhoud aan geplaatste grafstenen.*

Alvorens het grafteken op de begraafplaats wordt toegelaten, moeten de voor het grafteken gebruikte materialen volledig gekapt en afgewerkt zijn zodat deze onmiddellijk geplaatst kunnen worden. Geen enkel hulpmateriaal of restmateriaal mag binnen de omheining van de begraafplaats worden achtergelaten.

* gewijzigd bij GR 22 december 2025

§3 Plaatsen en wegnemen van grafstenen

Voor het bijzetten van een lichaam in een graf moet de grafsteen eerst verplaatst worden door de steenkapper of de begrafenisondernemer. De steenkapper of de begrafenisondernemer contacteert desgevallend eerst de Dienst Burgerzaken van de gemeente.

Het terugplaatsen van de grafsteen dient te gebeuren binnen 10 dagen na de begraving.

Grafstenen worden niet geplaatst of herplaatst door grafdelvers.

Het plaatsen of verplaatsen van grafstenen kan enkel plaatsvinden tijdens de uren zoals bepaald in artikel 5.

§4 Wegnemen van materialen van ambtswege

Indien de in dit artikel gestelde voorwaarden niet worden nageleefd, kan, na een zonder gevolg gebleven ingebrekestelling en op bevel van de burgemeester, van ambtswege worden overgegaan tot het wegnemen van de materialen en het herstellen in de oorspronkelijke staat op kosten van de overtreder.

Art. 50 Urnenveld

gewijzigd bij GR 31 januari 2011

§1 Het grafteken voor een urnenveld – zijnde een afdekplaat- wordt in principe geleverd, geplaatst en zonodig vervangen door het gemeentebestuur.

[…]

§2 De afdekplaat kan aangekocht worden en dan is het ook mogelijk het grafteken te laten graveren, te laten zetten met messing of bronzen letters alsook een foto van de overledene of andersoortige afbeelding aan te brengen op het grafteken.

§3 Op de aangekochte afdekplaat kan de familie een naamplaat laten bevestigen. De afmetingen van de naamplaat zijn 10cm bij 20cm bij max. 1cm.*

* gewijzigd bij GR 28 december 2020

§4 Vermeld worden steeds naam, voornaam en datum of jaartal van geboorte en van overlijden, eventueel naam en voornaam van de nog levende echtgeno(o)t(e).

§5 Indien nabestaanden de afdekplaat niet wensen aan te kopen, maar zelf voor een grafteken zorgen, dienen de termijnen en afmetingen zoals voorzien in artikel 47 en artikel 48§3 te worden nageleefd.*

Ingevoegd bij GR 28 december 2020

§6 De kostprijs voor een afdekplaat wordt in een retributiereglement vastgesteld. Eenmaal verkochte stenen worden niet teruggekocht.

§7 Wegnemen van materialen van ambtswege

Indien de in dit artikel gestelde voorwaarden niet worden nageleefd, kan, na een zonder gevolg gebleven ingebrekestelling en op bevel van de burgemeester, van ambtswege worden overgegaan tot het wegnemen van de materialen en het herstellen in de oorspronkelijke staat op kosten van de overtreder.

Ingevoegd GR 28 december 2020

Art. 51 Columbarium

§1 De nissen en afdekplaten voor het columbarium worden geleverd, geplaatst en indien* nodig vervangen door het gemeentebestuur.

* gewijzigd bij GR 22 december 2025

§2 Op de aangekochte afdekplaat is het ook mogelijk het grafteken te laten graveren, te laten zetten met messing of bronzen letters alsook een foto van de overledene of andersoortige afbeelding aan te brengen op het grafteken.*

* gewijzigd bij GR 28 december 2020

§3 Op de aangekochte afdekplaat kan de familie een naamplaat laten bevestigen. De afmetingen van de naamplaat zijn 10cm bij 20cm bij max. 1cm.*

* gewijzigd bij GR 28 december 2020

§4 Vermeld worden steeds naam, voornaam en datum of jaartal van geboorte en van overlijden, eventueel naam en voornaam van de nog levende echtgeno(o)t(e).

§5 De kostprijs voor een afdekplaat wordt in een retributiereglement vastgesteld. Eenmaal verkochte stenen worden niet teruggekocht.

§6 Wegnemen van materialen van ambtswege

Indien de in dit artikel gestelde voorwaarden niet worden nageleefd, kan, na een zonder gevolg gebleven ingebrekestelling en op bevel van de burgemeester, van ambtswege worden overgegaan tot het wegnemen van de materialen en het herstellen in de oorspronkelijke staat op kosten van de overtreder.

Ingevoegd GR 28 december 2020

Art. 52 Herdenkingssteen ingevoegd bij GR 31 januari 2011

§1 Op de gemeentelijke begraafplaats is een herdenkingssteen geplaatst waarop de namen van de op de strooiweide daadwerkelijk uitgestrooide overledenen aangebracht kunnen worden.

§2 De plaatsing en het onderhoud van de herdenkingsplaatjes gebeurt door het gemeentebestuur. Deze naamplaat vermeldt naam, voornaam, geboorte- en overlijdensdatum van de overledene.

§3 Het naamplaatje zal minimum 10 jaar bevestigd blijven te rekenen vanaf aanvangsdatum.

Ingevoegd GR 28 december 2020

§4 Het lettertype, de kleur en het materiaal van het naamplaatje worden bepaald door de gemeente.

Ingevoegd GR 28 december 2020

§5 [Er mag een foto van 4 cm hoog en 3 cm breed opgekleefd worden.]

§6 De vraag om een herdenkingsplaatje aan te brengen gebeurt schriftelijk door een familielid en volgens een formulier te verkrijgen op de dienst burgerlijke stand van de gemeente.

§7 De plaatsing van een herdenkingsplaatje zal aanleiding geven tot het betalen van een door de gemeenteraad vastgelegde retributie.

§8 Wegnemen van materialen van ambtswege

Indien de in dit artikel gestelde voorwaarden niet worden nageleefd, kan, na een zonder gevolg gebleven ingebrekestelling en op bevel van de burgemeester, van ambtswege worden overgegaan tot het wegnemen van de materialen en het herstellen in de oorspronkelijke staat op kosten van de overtreder.

Ingevoegd GR 28 december 2020

Art. 52bis Herdenkingsplaatje bij ontruiming

 §1 Op de gemeentelijke begraafplaats is een herdenkingszuil geplaatst waarop een herdenkingsplaatje met de naam van de overledene waarvan het niet geconcedeerde graf werden ontruimd kan worden aangebracht.

 §2 De plaatsing en het onderhoud van de herdenkingsplaatjes gebeurt door het gemeentebestuur. Het naamplaatje zal minimum 10 jaar bevestigd blijven te rekenen vanaf de aanvangsdatum.

 In het herdenkingsplaatje mogen maximum drie tekstlijnen worden ingegraveerd nl.:

- naam en voornaam (1ste tekstlijn);

- geboortedatum (2de tekstlijn);

- overlijdensdatum (3de tekstlijn).

 §3 De vraag om een herdenkingsplaatje aan te brengen gebeurt schriftelijk door een nabestaande en volgens een formulier te verkrijgen op de dienst burgerlijke stand van de gemeente.

 

§4 Het lettertype, de kleur en het materiaal van het naamplaatje worden bepaald door de gemeente.

Ingevoegd GR 28 december 2020

 §5 De plaatsing van een herdenkingsplaatje zal aanleiding geven tot het betalen van een door de gemeenteraad vastgelegde retributie*.

 * Ingevoegd bij GR 21 augustus 2014

§6 Wegnemen van materialen van ambtswege

Indien de in dit artikel gestelde voorwaarden niet worden nageleefd, kan, na een zonder gevolg gebleven ingebrekestelling en op bevel van de burgemeester, van ambtswege worden overgegaan tot het wegnemen van de materialen en het herstellen in de oorspronkelijke staat op kosten van de overtreder.

Ingevoegd GR 28 december 2020

Art. 52 Ter vlinderboom Ingevoegd GR 25 september 2017

§1 Aan de vlinderboom kunnen metalen vlinders worden bevestigd ter nagedachtenis. Deze vlinders worden verstrekt door de gemeente.

§2 Aan de vlinderboom kunnen enkel bloemen worden gelegd, geen persoonlijke voorwerpen of andere objecten.

§3 Na het verstrijken van 30 jaar, te rekenen vanaf de datum van aanvraag, worden de vlinders van de boom afgenomen, tenzij er een verlenging wordt gevraagd van 10 jaar. De nabestaanden kunnen deze vlinder na verwijdering ophalen.

§4 Ouders die hun kindje hebben laten registreren in het sterrenregister kunnen beschikken over een metalen vlindertje. Dit vlindertje kan, ofwel bevestigd worden, door onze diensten, aan de vlinderboom of thuis worden bewaard.*

* gewijzigd bij GR 22 december 2025

Artikel 53 Aanplantingen en bloemen. Gewijzigd GR 28 december 2020

§1 Aanplantingen en bloemen moeten derwijze worden aangelegd dat zij niet uitweiden buiten de afmetingen die eigen zijn aan het grafmonument. Zij mogen eveneens geplaatst worden op de oppervlakte tussen het grafteken en het gangpad, voor zover zij de breedte van het toegewezen perceel niet overschrijden.

§2 De hoogte van de aanplantingen en bloemen moet beperkt worden tot 1meter boven het maaiveld. Verslenste bloemen en aanplantingen dienen te worden verwijderd. 

§3 Aanplantingen en dergelijke mogen nooit het zicht op de identificatiegegevens van het grafmonument belemmeren. 

§4 Het gemeentepersoneel houdt toezicht op de begraafplaatsen en mag ten allen tijden aanplantingen en bloemen verwijderen indien de in dit artikel gestelde voorwaarden niet worden nageleefd.

§5 Aanplantingen, foto’s, sierstukken, constructies of andere versierselen voor het columbarium zijn niet toegelaten. Bloemen die door de aanwezige hoeveelheid de sereniteit rond het columbarium verstoren, zullen verwijderd worden door het gemeentepersoneel.

Art. 54 Verboden

Rond de graven mogen geen afsluitingen of omheiningen gemaakt worden.

Kniel- en bidbanken zijn niet toegelaten.

HOOFDSTUK VII : Onderhoud der graven.

Art. 55 Bloemen

§1 De bloemen en planten op de graven aangebracht, moeten steeds in goede staat onderhouden worden.

[Er is mogelijkheid tot het plaatsen van bloemen op het verhard gedeelte rond de herdenkingszuil. ]**en ***

§2 Wanneer de bloemen afgestorven zijn, moeten ze verwijderd worden. Bij gebreke hiervan zullen de opruiming en het verwijderen van de potten geschieden door de zorgen van het gemeentebestuur.

§3 Kronen uit kunstmatig materiaal mogen niet geplaatst worden in omhulsels, geheel of ten dele uit breekbaar glas.

[Met het oog op een goed onderhoud van de begraafplaatsen, zal de gemeente steeds 3 weken na Allerheiligen alle bloemstukken en andere organische gedenktekens verwijderen.]*

* gewijzigd bij GR 23 augustus 2007

** gewijzigd bij GR 31 januari 2011

*** gewijzigd bij GR28 december 2020

Art. 56 Allerheiligen

De aangevoerde grafsteen of graftekens, die drie werkdagen vóór Allerheiligen bij de sluiting van de begraafplaats niet zouden geplaatst zijn, moeten door toedoen van de betrokken familieleden daags nadien vóór 10u verwijderd zijn.

Art. 57 Verwaarlozing

§1 Akte van verwaarlozing

De belanghebbenden zijn verantwoordelijk voor het onderhoud van de graven. Wanneer een graf doorlopend onzindelijk, door plantengroei overwoekerd, vervallen, ingestort of bouwvallig is, wordt een akte van verwaarlozing opgesteld door de burgemeester of zijn gemachtigde.

§2 Aanplakking

Die akte blijft één* jaar lang bij het graf en aan de ingang van de begraafplaats aangeplakt.

* gewijzigd bij GR 22 december 2025

§3 Wegnemen van ambtswege

Na het verstrijken van die termijn en bij niet herstelling wordt op bevel van de burgemeester van ambtswege overgegaan tot afbraak of tot het wegnemen van de materialen op kosten van de in gebreke blijvende familie. Daarenboven kan het college van burgemeester en schepenen een einde stellen aan het recht op concessie.

§4 Dringende maatregelen
Ingeval van dringende noodzakelijkheid kan de burgemeester ambtshalve verwaarloosde gedenktekens doen wegnemen zonder verhaal of aanspraak op vergoeding. De dringende noodzaak zal worden vastgesteld in een akte, opgemaakt door de burgemeester, die wordt aangeplakt aan het graf en aan de ingang van de begraafplaats, of* zal verstuurd worden aan de concessiehouder of zijn of haar gekende nabestaande of belanghebbende.

Ingevoegd GR 28 december 2020

* gewijzigd bij GR 22 december 2025

HOOFDSTUK VIII : Graven met lokaal historisch belang en graven van oud-strijders.

Art. 58 Ere-graven

§1 Het college van burgemeester en schepenen bepaalt autonoom welke graven van historische, artistieke, volkskundige of socio-culturele waarde zijn.

§2 De ere-graven worden voorbehouden aan:

1. de oud-strijders 1914 – 1918

2. de invalidensoldaten en de invalidenerkende weerstanders 1940 – 1945

3. de politieke gevangenen

4. de erkende krijsgevangenen

5. de erkende weerstanders 1940 – 1945

6. de oud-strijders 1940 – 1945

7. de erkende weggevoerden

8. de bedienaars van de eredienst.

§3 De ereperken bestaan uit afzonderlijke graven, die zonder onderbreking worden ingenomen en voorzien worden van een eenvormig onderscheidingsteken, dat naam, voornaam, geboorte- en sterftedatum en hoedanigheid van de overledene vermeldt.

§4 Deze grafmonumenten, [graven van lokaal historisch belang en de eregraven], worden gedurende 50 jaar bewaard. De termijn is verlengbaar.

Het onderhoud is ten laste van het gemeentebestuur.

§5 In geval van sluiting van de begraafplaats of een gedeelte ervan moeten de graven overgebracht worden naar de nieuwe begraafplaats.

ingevoegd bij GR 31 januari 2011

§6 Het college kent ambtshalve en kosteloos een concessie van 50 jaar toe voor het begraven van stoffelijke overschotten en voor het begraven en bijzetten van personen voor wie de hoedanigheid van oud-strijder wordt aangetoond door voorlegging van:

- een vuurkaart voor de oud-strijders van de oorlog 14-18 of een kaart met opgave der oorlogsdiensten voor strijders van de oorlog 40-45 afgeleverd door het Ministerie van Landsverdediging of enig ander officieel bewijsdocument op grond waarvan het college het statuut oud-strijder erkent.

Deze kosteloze concessie heeft enkel betrekking op de begraving van de oud-strijder en is niet van toepassing op eventuele bijzetting(en).*

* gewijzigd bij GR 22 december 2025

 HOOFDSTUK IX : Sluiting van de begraafplaats.

Art. 59 Sluiting

§1 Bepaling datum

De gemeenteraad bepaalt de datum waarop niet meer begraven wordt op de oude begraafplaats minstens één jaar op voorhand.

§2 Afschrift

Een afschrift van deze beslissing wordt onverwijld en tot aan de definitieve ontruiming van de begraafplaats aan de ingang ervan uitgehangen.

§3 Grafrust

De gesloten begraafplaatsen worden in de staat gelaten waarin ze zich bevinden. Gedurende ten minste tien jaar mag er geen gebruik van worden gemaakt.

Na verloop van deze termijn of ten minste tien jaar na de laatste begraving, waarbij de inschrijving in het begrafenisregister als bewijs geldt, kan de gemeenteraad beslissen een andere bestemming te geven aan de oude begraafplaatsen.

§4 Concessiehouders

In geval van sluiting en/of wijziging van de bestemming van de begraafplaats kunnen de concessiehouders geen aanspraak maken op enige vergoeding.

Zij hebben slechts recht op het bekomen van een perceel of nis van dezelfde afmetingen op een andere gemeentelijke begraafplaats tot het einde van de concessietermijn.

Het recht op het kosteloos bekomen van een nieuw perceel of nis is afhankelijk van het indienen van een aanvraag door enige belanghebbende binnen een termijn van 1 jaar, volgend op de bekendmaking van de gemeenteraadsbeslissing tot sluiting.

De kosten voor de overbrenging van de stoffelijke overschotten zijn ten laste van het gemeentebestuur.

De kosten voor het overbrengen van de grafmonumenten evenals de kosten van een vervangende grafkelder zijn ten laste van diegenen die de overbrenging hebben aangevraagd.

§5 Ontgravingen

[Na het verstrijken van deze 10-jarige termijn kan er in de gesloten begraafplaats, mits betaling van de belasting op ontgraving, door de burgemeester weer toestemming gegeven worden tot ontgraving, indien de overschotten, al dan niet gecremeerd, worden bijgeplaatst in een concessie in een open begraafplaats dan wel, in het geval van crematie worden uitgestrooid, of buiten de begraafplaats in bewaring worden gegeven] gewijzigd bij GR 23 augustus 2007

HOOFDSTUK X : Politie.

Art. 60 Toegankelijkheid

De gemeentelijke begraafplaats is toegankelijk van zonsopgang tot zonsondergang, behoudens afwijking door de burgemeester vastgesteld.

Art. 61 Aansprakelijkheid

Het gemeentebestuur staat niet in voor de bewaking van de op de graven geplaatste voorwerpen. Het gemeentebestuur kan niet aansprakelijk worden gesteld voor de schade door particulieren of natuurelementen toegebracht aan de graven of voor de diefstal van de aangebrachte gedenktekens.

Art. 62 Verbodsbepalingen

Op de begraafplaatsen zijn alle handelingen en gedragingen verboden waardoor de orde of de aan de doden verschuldigde eerbied verstoord wordt.

Het is in het bijzonder verboden:

- aanplakbrieven of opschriften aan te brengen, behoudens gemeentelijke bekendmakingen met betrekking tot de begraafplaats;

- tegen betaling goederen of diensten aan te bieden;

- de grasperken en aanplantingen van de begraafplaats te betreden of te beschadigen;

- de graftekens en alle hulde- en versieringsvoorwerpen te beschadigen;

- binnen de omheining van de begraafplaats en de aanhorigheden vuilnis en afval neer te leggen, tenzij op de daartoe bestemde plaatsen;

- op de begraafplaats of de aanhorigheden zich te gedragen op een wijze die met de ernst en de stilte der plaats en met de eerbied verschuldigd aan de doden niet overeenstemt;

- met voertuigen de begraafplaats binnen te rijden, tenzij om uitzonderlijke redenen waartoe toelating wordt verleend door de burgemeester;

- vergezeld te zijn van honden of andere dieren, met uitzondering voor visuele gehandicapten of andere mindervaliden met hun geleidehond, politiediensten en erkende bewakingsondernemingen met waak-, speur- en verdedigingshonden;

- opschriften of grafschriften aan te brengen die de welvoeglijkheid, de orde en de aan de doden verschuldigde eerbied verstoren.

Art. 63 Strafbepalingen

Onverminderd de toepassing van de Art. 315, 340, 453 en 526 van het strafwetboek, en voor zover hogere wetgeving geen straffen voorziet, worden de inbreuken op de bepalingen van deze verordening bestraft met een gevangenisstraf van één tot zeven dagen evenals met een boete van één tot vijfentwintig euro ofwel met één van deze straffen alleen.

HOOFDSTUK XI : Overgangsmaatregelen.

Art. 64 Overgangsmaatregel

§1 [Voor elk graf dat in gebruik genomen werd vóór 01/01/2005 begint een concessietermijn van 30 jaar te lopen 15 jaar na de eerste ingebruikname van het graf. Is er in dit graf een bijzetting na 2005, minder dan 15 jaar na de eerste begraving, dan begint de concessie te lopen vanaf de bijzetting.]*

* gewijzigd bij GR 22 december 2025

§2 [Voor de concessies volle grond die genomen zijn vóór 01/01/2005 en waarvan het graf nog niet in gebruik genomen is (zogenaamde concessie “onder levenden”, hetgeen in de huidige regelgeving niet meer kan) start de concessietermijn vanaf 15 jaar na betaling van de concessie]*

* gewijzigd bij GR 22 december 2025

§3 Concessies destijds afgegeven voor 15 jaar worden ambtshalve verlengd tot 30 jaar.

§4 Voor concessies voor nog niet in gebruik genomen grafkelders start de concessietermijn vanaf betaling van de concessie

§5 [Kelders destijds geplaatst door betrokkene en waarvoor geen concessie werd genomen, start de concessietermijn van 50 jaar ofwel:

a) vanaf beslissing van het college

b) in geval van bijzetting, vanaf deze bijzetting

c) in ieder geval ten laatste vanaf 15 jaar nà eerste ingebruikname]

gewijzigd bij GR 31 januari 2011

HOOFDSTUK XII : Bijzetting van huisdieren*

De as van één of meer overleden en gecremeerde huisdieren mogen samen met de overleden eigenaar begraven worden of bijgezet worden op de begraafplaats onder de volgende voorwaarden:

- de dood van het gezelschapsdier of -dieren heeft al eerder plaatsgevonden;

- de urne met het dierlijke as kan enkel gebeuren op het moment van de initiële begraving en mag niet achteraf nog worden begraven of bijgezet;

- om asvermenging te vermijden moet de urne vervaardigd zijn uit niet-afbreekbaar materiaal;

- de urne met het dierlijk as mag nooit de plaats innemen van een andere begunstigde of rechthebbende;

- de urne met het dierlijke as kan verwijderd worden ten gunste van een ander overleden persoon.

Met gezelschapsdier wordt elk dier bedoeld dat tam is en traditioneel in huis gehouden wordt voor gezelschap.

De as van een overleden gezelschapsdier kan niet worden uitgestrooid op de gemeentelijke strooiweides.

Bij beëindiging van de concessie waar het gezelschapsdier mee begraven ligt, zal de as van het gezelschapsdier uitgestrooid worden op een daartoe voorziene plek buiten de gemeentelijke begraafplaatsen.

* gewijzigd bij GR 22 december 2025

HOOFDSTUK XIII : Slotbepalingen.*

* gewijzigd bij GR 22 december 2025

Art. 65 Gevallen niet voorzien

Alle niet in dit reglement voorziene gevallen worden beslecht door het college van burgemeester en schepenen of de burgemeester, in zoverre zij niet door een wet, besluit of decreet aan een andere overheid worden toegewezen en niet in strijd zijn met het niet-discriminatieprincipe. De gemeenteraad wordt op de eerstvolgende zitting van de genomen collegebeslissing in kennis gesteld.

Art. 66 Toepassing

Dit reglement betreffende de gemeentelijke begraafplaatsen vervangt alle vorige reglementeringen en beslissingen.

Art. 67 Bekendmaking

Dit reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig de Art. 186 en 187 van het gemeentedecreet en bezorgd aan de hogere overheid alsook aan de bevolking bekendgemaakt in het gemeentelijk informatieblad.

Art. 68 Inwerkingtreding

Dit reglement wordt van kracht onmiddellijk na de vereiste afkondiging.

Art. 69 Verzending

Afschrift van dit reglement wordt gestuurd aan:

- De Gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant, Agentschap voor Binnenlands bestuur afdeling Vlaams – Brabant, Diestsepoort 6, bus 1, 3000 Leuven.

- De bestendige deputatie van de provincie Vlaams-Brabant, Provincieplein 1,3010 Leuven.

- De griffie van de rechtbank van Eerste Aanleg, Gerechtsgebouw, Ferdinand Smoldersplein 5, 3000 Leuven.*

- De griffie van de politierechtbank, Gerechtsgebouw, Ferdinand Smoldersplein 5, 3000 Leuven.*

- Het Vredegerecht te Zoutleeuw, Sint-Truidensesteenweg 1B, 3440 Zoutleeuw.

- De stad Zoutleeuw, Aen den Hoorn 1, 3440 Zoutleeuw.

- De gemeente Kortenaken, Dorpsplein 35, 3470 Kortenaken.

* gewijzigd bij GR 22 december 2025