Terug
Gepubliceerd op 14/04/2026

Besluit  College

di 14/04/2026 - 16:00

Omgevingsvergunning voor grondwaterwinning baanstok (hulsbeekstraat), referentie omgevingsloket OMV_2026022508- referentie gemeente OMV_2026_00011

Aanwezig: Jo Roggen, Burgemeester
Chris Jamar, Stijn Doms, Eva Prouvé, Danny Ruysen, schepenen
Herman Stiers, Algemeen directeur

Het college

Juridische basis
  1. Het decreet lokaal bestuur, inzonderheid art. 56.
  2. De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening
  3. Het besluit van de Vlaamse regering houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne en latere wijzigingen (VLAREM II)
  4. Het omgevingsvergunningendecreet en uitvoeringsbesluit
Probleemstelling

Het betreft een aanvraag voor grondwaterwinning baanstok (hulsbeekstraat).

Motivering

De omgevingsvergunning wordt als bijlage gehecht aan deze beslissing.

Het college van burgemeester en schepenen geeft de vergunning onder voorwaarde af aan de aanvrager

 

De ingedeelde inrichting of activiteit omvat voortaan:

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid aangevraagd

Hoeveelheid gecoordineerd en vergund

Klasse

53.8.1°b)

andere boringen van grondwaterwinningsputten en grondwaterwinning dan de boringen, vermeld in rubriek 53.1 tot en met 53.7 en 53.12, waarvan het totaal opgepompte debiet kleiner is dan of gelijk is aan 5000 m³ per jaar en minimaal één put een diepte heeft die groter is dan het locatiespecifieke dieptecriterium, zoals weergegeven op de kaart in bijlage 2ter van dit besluit en niet ingedeeld in rubriek 53.8.1° c) VERGUNNING (Nieuw) klasse 2

5000 m³/jaar

4626 m³/jaar

2

 

De voorwaardelijke vergunning wordt afgegeven onder volgende voorwaarden en/of lasten:

Stedenbouwkundige voorwaarden:

1. De aanvrager dient te voldoen aan de voorwaarden zoals opgelegd in het advies van de VMM.

2. De aanvrager dient te voldoen aan de voorwaarden zoals opgelegd in het advies van de Watering van Sint-Truiden.

3. De container en grondwaterwinning dienen volledig buiten de overstromingsgevoelige zone geplaatst te worden zoals weergegeven op het aangepaste inplantingsplan.

4. De container dient op eigen terrein te worden ingeplant op minimaal 5 meter van het dichtstbijzijnde oeverhoofd van de Hulsbeek zoals opgelegd in het advies van de Watering van Sint-Truiden.

5. De wanden van de container dienen in een natuurlijke groentint te worden uitgevoerd in plaats van blauw.

6. De wanden van de container dienen met een natuurlijke houten beplanking te worden afgewerkt.

7. De container dient langs de drie gesloten wanden van het zicht onttrokken te worden door een groenaanplant. De groenvoorziening dient te worden aangeplant als gelaagde, losse beplanting met streekeigen beplanting. Er dient een natuurlijk uitzicht bekomen te worden in plaats van een strakke haag. De groenvoorziening moet worden aangeplant in het eerstvolgende plantseizoen na de uitvoering van de vergunde werken. Uitval van plantgoed dient steeds vervangen te worden.

8. De voorliggende vergunning is slechts geldig zolang er een geldige vergunning voor de betreffende grondwaterwinning bij de gemeente gekend is. Van zodra er geen vergunning gekend is voor de grondwaterwinning, dient de container en eventueel bijhorende infrastructuur onmiddellijk verwijderd te worden.

9. Er worden geen reliëfwijzigingen toegestaan.

10. De bouwheer wordt er op gewezen omzichtig te werken ter hoogte van het openbaar domein. Bij ontegensprekelijke schade aan het openbaar domein aangericht door de bouwheer, zullen alle kosten aan hem doorverrekend worden.

 

ALGEMENE EN SECTORALE MILIEUVOORWAARDEN:

§1. Het Besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (Vlarem II, BS van 31 juli 1995; zoals gewijzigd) waarvan inzonderheid volgende bepalingen:

Algemene milieuvoorwaarden: Hoofdstuk 4.1, 4.2, 4.3, 4.4, 4.5, 4.6, 4.7, 4.8, 4.9, 4.10

Sectorale milieuvoorwaarden: Hoofdstuk 5.53

 

BIJZONDERE MILIEUVOORWAARDEN:

* Elke winningsput moet uitgerust zijn met een peilbuis wanneer de put een diameter heeft van minder dan 600 mm en het water niet wordt opgepompt via een bovengrondse pomp. Op alle putten in dezelfde watervoerende laag moet er minstens 1 debietmeter met een aftapkraantje na de debietmeter geplaatst worden. De aanvrager wordt er op gewezen dat dit verplicht is conform Vlarem II art. 5.53.2.2 en 5.53.3.1.

* De gegevens van de debietmeting (type, serienummer en merk van de debietmeter) worden aan de gemeente Geetbets bezorgd. Het debiet wordt jaarlijks genoteerd in een register. De exploitant toont aan dat de debietmeter geplaatst is via milieu@geetbets.be.

* Het aanleveren van het putschema van de reeds geboorde boorput. Er dient tevens ook bewijs te worden aangeleverd met betrekking tot de diepte van de put. Dit dient te gebeuren 1 maand na het boren van de put. De exploitant brengt de gemeente op de hoogte wanneer de put wordt geboord via milieu@geetbets.be.

 

Een beperking van het aangevraagde debiet conform het advies van VMM. Het debiet wordt beperkt tot 4626 m³/jaar.

 

Een beperking voor de aangevraagde diepte conform het advies van VMM. De diepte van de winning wordt beperkt tot 37 m in het Onder-Oligoceen Aquifersysteem (HCOV A0450).

 

Een beperking van de looptijd met een einddatum tot 31 december 2033.

 

Ter info dient er aan de aanvrager nog volgende te worden meegegeven: Voor degene met een eigen waterwinning of meer dan 500 m³ water per jaar verbruikt, betaalt een heffing op de waterverontreiniging. Indien er grote hoeveelheden (>500 m³/jaar) wordt opgepompt, is er nog een bijkomende heffing op de winning van grondwater. Grootverbruikers moeten elk jaar voor 15 maart een aangifte doen van hun waterverbruik. Voor meer informatie: https://www.vmm.be/water/heffingen  en https://www.vmm.be/water/heffingen/doe-je-aangifte

 

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van andere vergunningen of machtigingen, als die nodig zouden zijn.