De OCMW-raad
De rechtspositieregeling moet aangepast worden aan de wijzigingen van het rouwverlof en aan de gewijzigde personeelsformatie.
Het rouwverlof is sinds 25 juli 2021 verlengd tot 10 dagen bij het overlijden van partner of kinderen daarom moet artikel 189 aangepast worden.
Omwille van de gewijzigde personeelsformatie moeten BIJLAGE II. SPECIFIEKE AANWERVINGS- EN BEVORDERINGSVOORWAARDEN en BIJLAGE III. WEDDESCHALEN. aangepast worden.
Artikel 1.
Volgende wijzigingen aan de rechtspositieregeling aan te brengen:
TITEL VIII – OMSTANDIGHEIDSVERLOF
Artikel 189
Het personeelslid krijgt omstandigheidsverlof naar aanleiding van de volgende gebeurtenissen:
| huwelijk van het personeelslid of het afleggen van een verklaring van wettelijke samenwoning door het personeelslid, vermeld in artikel 1475 tot en met 1479 van het Burgerlijk Wetboek, met uitzondering van het afleggen van een verklaring van samenwoning van bloed- of aanverwanten: |
4 werkdagen, op te nemen binnen een termijn van 14 kalenderdagen voor of na het burgerlijk huwelijk
|
| bevalling van de echtgenote of samenwonende partner, of ter gelegenheid van de geboorte van een kind dat wettelijk afstamt van de werknemer: |
Statutair: 10 werkdagen, op te nemen binnen een termijn van 30 kalenderdagen na de geboorte. Contractueel: 10 werkdagen, op te nemen binnen een termijn van 4 maanden na de geboorte. De eerste 3 werkdagen vallen ten laste van het bestuur, de resterende 7 werkdagen zijn ten laste van het ziekenfonds. |
| overlijden van de samenwonende of huwelijkspartner, een bloed- of aanverwant in de eerste graad van het personeelslid, of van de samenwonende of huwelijkspartner: |
4 werkdagen, op te nemen binnen een termijn van 14 kalenderdagen na overlijden |
| huwelijk van een kind van het personeelslid, van de samenwonende of huwelijkspartner: |
2 werkdagen, op te nemen binnen een termijn van 14 kalenderdagen voor of na het burgerlijk huwelijk |
| overlijden van een bloed- of aanverwant van het personeelslid of de samenwonende partner in om het even welke graad, die onder hetzelfde dak woont als het personeelslid of de samenwonende partner: |
2 werkdagen, op te nemen binnen een termijn van 14 kalenderdagen na overlijden |
| overlijden van een bloed- of aanverwant van het personeelslid of de samenwonende partner in de tweede graad, een overgrootouder of een achterkleinkind, niet onder hetzelfde dak wonend als het personeelslid of de samenwonende partner: |
Een werkdag te nemen binnen een termijn van 7 kalenderdagen. |
| huwelijk van een bloed- of aanverwant: in de eerste graad, die geen kind is; in de tweede graad, van het personeelslid, de samenwonende of huwelijkspartner: |
de dag van het burgerlijk huwelijk |
Vervangen door
Artikel 189
Het personeelslid krijgt omstandigheidsverlof naar aanleiding van de volgende gebeurtenissen:
| huwelijk van het personeelslid of het afleggen van een verklaring van wettelijke samenwoning door het personeelslid, vermeld in artikel 1475 tot en met 1479 van het Burgerlijk Wetboek, met uitzondering van het afleggen van een verklaring van samenwoning van bloed- of aanverwanten: |
4 werkdagen, op te nemen binnen een termijn van 14 kalenderdagen voor of na het burgerlijk huwelijk
|
| bevalling van de echtgenote of samenwonende partner, of ter gelegenheid van de geboorte van een kind dat wettelijk afstamt van de werknemer: |
Statutair: 10 werkdagen, op te nemen binnen een termijn van 30 kalenderdagen na de geboorte. Contractueel: 10 werkdagen, op te nemen binnen een termijn van 4 maanden na de geboorte. De eerste 3 werkdagen vallen ten laste van het bestuur, de resterende 7 werkdagen zijn ten laste van het ziekenfonds. |
| overlijden van een aanverwant in de eerste graad van het personeelslid, of van de samenwonende of huwelijkspartner: |
4 werkdagen, op te nemen binnen een termijn van 14 kalenderdagen na overlijden |
| overlijden van echtgeno(o)t(e), samenwonende partner, kind of pleegkind bij langdurige pleegzorg |
10 werkdegen. 3 werkdagen moeten worden opgenomen tussen het overlijden en de begrafenis van de overleden persoon en de andere zeven werkdagen binnen het jaar na de dag van het overlijden. Hier kan van worden afgeweken mits akkoord van het hoofd van het personeel. Bij het overlijden van de pleegouder(s) in het kader van langdurige pleegzorg op het moment van overlijden is er een recht op drie werkdagen die kunnen worden opgenomen tijdens de periode die begint op de dag van het overlijden en die eindigt op de dag van de begrafenis (afwijkingen hierop zijn mogelijk, mits akkoord van het hoofd van het personeel). De dagen rouwverlof zijn betaalde afwezigheidsdagen omstandigheidsverlof |
| huwelijk van een kind van het personeelslid, van de samenwonende of huwelijkspartner: |
2 werkdagen, op te nemen binnen een termijn van 14 kalenderdagen voor of na het burgerlijk huwelijk |
| overlijden van een bloed- of aanverwant van het personeelslid of de samenwonende partner in om het even welke graad, die onder hetzelfde dak woont als het personeelslid of de samenwonende partner: |
2 werkdagen, op te nemen binnen een termijn van 14 kalenderdagen na overlijden |
| overlijden van een bloed- of aanverwant van het personeelslid of de samenwonende partner in de tweede graad, een overgrootouder of een achterkleinkind, niet onder hetzelfde dak wonend als het personeelslid of de samenwonende partner: |
Een werkdag te nemen binnen een termijn van 7 kalenderdagen. |
| huwelijk van een bloed- of aanverwant: in de eerste graad, die geen kind is; in de tweede graad, van het personeelslid, de samenwonende of huwelijkspartner: |
de dag van het burgerlijk huwelijk |
BIJLAGE II. SPECIFIEKE AANWERVINGS- EN BEVORDERINGSVOORWAARDEN
Schrappen:
Functiebenaming : OCMW- secretaris
Functiewaardering : OCMW- secretaris – klasse 1 tot 6.000 inwoners.
Invoegen:
Functiebenaming : Hoofdmaatschappelijk assistent
Functiewaardering : B4-B5
Formele vereisten bij werving en bevordering.
- Minstens houder zijn van een diploma bachelor in het sociaal-agogisch werk met de titel van maatschappelijk assistent, bachelor in de verpleegkunde, afstudeerrichting sociale verpleegkunde of een daarmee gelijkgesteld diploma.
- In het bezit zijn van een rijbewijs B.
- Het vast bureau kan bij de vacantverklaring de bevorderings- en aanwervingsvoorwaarden verder specifiëren.
BIJLAGE III. Weddeschalen.
salaris-schalen |
B1 |
B2 |
B3 |
| Minimum |
17.300 |
18.850 |
19.550 |
| Maximum |
23.350 |
26.450 |
29.150 |
| Verhoging |
1x1x500 |
1x1x600 |
1x1x800 |
|
|
5x2x500 |
1x2x650 |
1x2x750 |
|
|
1x2x450 |
2x2x600 |
6x2x800 |
|
|
4x2x500 |
1x2x650 |
1x2x750 |
|
|
1x2x600 |
1x2x600 |
2x2x800 |
|
|
|
1x2x650 |
1x2x900 |
|
|
|
2x2x600 |
|
|
|
|
1x2x650 |
|
|
|
|
1x2x600 |
|
|
|
|
1x2x800 |
|
|
|
|
|
|
| 0 |
17.300 |
18.850 |
19.550 |
| 1 |
17.800 |
19.450 |
20.350 |
| 2 |
17.800 |
19.450 |
20.350 |
| 3 |
18.300 |
20.100 |
21.100 |
| 4 |
18.300 |
20.100 |
21.100 |
| 5 |
18.800 |
20.700 |
21.900 |
| 6 |
18.800 |
20.700 |
21.900 |
| 7 |
19.300 |
21.300 |
22.700 |
| 8 |
19.300 |
21.300 |
22.700 |
| 9 |
19.800 |
21.950 |
23.500 |
| 10 |
19.800 |
21.950 |
23.500 |
| 11 |
20.300 |
22.550 |
24.300 |
| 12 |
20.300 |
22.550 |
24.300 |
| 13 |
20.750 |
23.200 |
25.100 |
| 14 |
20.750 |
23.200 |
25.100 |
| 15 |
21.250 |
23.800 |
25.900 |
| 16 |
21.250 |
23.800 |
25.900 |
| 17 |
21.750 |
24.400 |
26.650 |
| 18 |
21.750 |
24.400 |
26.650 |
| 19 |
22.250 |
25.050 |
27.450 |
| 20 |
22.250 |
25.050 |
27.450 |
| 21 |
22.750 |
25.650 |
28.250 |
| 22 |
22.750 |
25.650 |
28.250 |
| 23 |
23.350 |
26.450 |
29.150 |
Vervangen door
| Salarisschalen |
B1 |
B2 |
B3 |
B4 |
B5 |
| Minimum Maximum |
17.300 23.350 |
18.850 26.450 |
19.550 29.150 |
19.950 29.750 |
21.400 32.500 |
| Verhoging |
1x1x500 5x2x500 1x2x450 4x2x500 1x2x600 |
1x1x600 1x2x650 2x2x600 1x2x650 1x2x600 1x2x650 2x2x600 1x2x650 1x2x600 1x2x800 |
1x1x800 1x2x750 6x2x800 1x2x750 2x2x800 1x2x900 |
1x1x800 1x2x850 1x2x800 1x2x850 2x2x800 1x2x850 2x2x800 1x2x850 2x2x800 |
1x1x900 1x2x950 2x2x900 1x2x950 2x2x900 1x2x950 2x2x900 1x2x950 1x2x1000 |
| 0 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 |
17.300 17.800 17.800 18.300 18.300 18.800 18.800 19.300 19.300 19.800 19.800 20.300 20.300 20.750 20.750 21.250 21.250 21.750 21.750 22.250 22.250 22.750 22.750 23.350 |
18.850 19.450 19.450 20.100 20.100 20.700 20.700 21.300 21.300 21.950 21.950 22.550 22.550 23.200 23.200 23.800 23.800 24.400 24.400 25.050 25.050 25.650 25.650 26.450 |
19.550 20.350 20.350 21.100 21.100 21.900 21.900 22.700 22.700 23.500 23.500 24.300 24.300 25.100 25.100 25.900 25.900 26.650 26.650 27.450 27.450 28.250 28.250 29.150 |
19.950 20.750 20.750 21.600 21.600 22.400 22.400 23.250 23.250 24.050 24.050 24.850 24.850 25.700 25.700 26.500 26.500 27.300 27.300 28.150 28.150 28.950 28.950 29.750 |
21.400 22.300 22.300 23.250 23.250 24.150 24.150 25.050 25.050 26.000 26.000 26.900 26.900 27.800 27.800 28.750 28.750 29.650 29.650 30.550 30.550 31.500 31.500 32.500 |
Artikel 2.
Deze beslissing via het digitaal loket te bezorgen aan het administratief toezicht.