Terug
Gepubliceerd op 01/09/2026

Besluit  College

di 01/09/2026 - 16:00

Omgevingsvergunning voor het bouwen van een vrijstaande eengezinswoning, referentie omgevingsloket OMV_2026025392- referentie gemeente OMV_2026_00032

Aanwezig: Jo Roggen, Burgemeester
Chris Jamar, Stijn Doms, Eva Prouvé, Danny Ruysen, schepenen
Herman Stiers, Algemeen directeur

Het college

Juridische basis
  1. Het decreet lokaal bestuur, inzonderheid art. 56.
  2. De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening
  3. Het besluit van de Vlaamse regering houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne en latere wijzigingen (VLAREM II)
  4. Het omgevingsvergunningendecreet en uitvoeringsbesluit
Probleemstelling

Het betreft een aanvraag voor het bouwen van een vrijstaande eengezinswoning.

Motivering

De omgevingsvergunning wordt als bijlage gehecht aan deze beslissing.

Artikel 1.

Het college van burgemeester en schepenen aanvaard de nieuwe projectinhoudversie die werd ingediend op 12 augustus 2026.


Artikel 2.

Het college van burgemeester en schepenen geeft de vergunning onder voorwaarde af aan de aanvrager.


De voorwaardelijke vergunning wordt afgegeven onder volgende voorwaarden en/of lasten:

1. UITERLIJK ACHT DAGEN VOOR DE START VAN DE WERKZAAMHEDEN MOET DOOR DE VERSLAGGEVER DE STARTVERKLARING ALS ELEKTRONISCH DOCUMENT RECHTSTREEKS NAAR DE ENERGIEADMINISTRATIE DOORGESTUURD WORDEN.

2. De voorwaarden opgenomen in het advies van de Watering van Sint-Truiden moeten strikt nageleefd worden. De riolering dient voorzien te worden van goed inspecteerbare terugslagkleppen.

3. De reliëfwijzigingen in de voortuin dienen zich te beperken tot de zone van de oprit zoals aangevraagd. Vanaf de verharding dient via een natuurlijke helling zo snel mogelijk aangesloten te worden op het bestaande maaiveld.

4. Voor de ingebruikname van de woning moet deze voldoen aan het decreet houdende de beveiliging van woningen door optische rookmelders (dd. 01/06/2012).

5. De bouwheer wordt er op gewezen omzichtig te werken ter hoogte van het openbaar domein. Bij ontegensprekelijke schade aan het openbaar domein aangericht door de bouwheer, zullen alle kosten aan hem doorverrekend worden.

6. De groenvoorzieningen opgetekend op het inplantingsplan worden aangelegd met streekeigen bomen en/of beplanting en dit ten laatste het eerste plantseizoen volgend op de uitvoering van de vergunde werken.

 

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van andere vergunningen of machtigingen, als die nodig zouden zijn.