De gemeenteraad
De notulen en het zittingsverslag van de vergadering van de gemeenteraad van 30 maart 2026 dienen te worden goedgekeurd.
De ontwerpnotulen en zittingsverslag werden met de dagorde van de gemeenteraad meegestuurd.
Indien er geen opmerkingen gemaakt worden, kunnen de notulen en het zittingsverslag worden goedgekeurd.
De notulen en het zittingsverslag van de gemeenteraad van 30 maart 2026 goed te keuren.
De gemeenteraad
De gemeente sloot reeds in het verleden een overeenkomst af met IGO div voor de inzet van een aanwijzend schatter ten belope van 0.25 VTE. De overeenkomst ging in op 01 mei 2020 en loopt af op 01 mei 2026.
Aangezien duidelijk is dat op 30 april 2026 niet alle woningen die de gemeente op het oog had ook effectief konden opgenomen worden door de aanwijzend schatter van IGO div, is het met het oog op het gelijkheidsbeginsel, logisch om ook na 01 mei 2026 verdere stappen te laten zetten door een aanwijzend schatter.
Een herschatting van de kadastrale inkomens zorgt voor een correctere verdeling van de heffing van opcentiemen onroerende voorheffing over het grondgebied.
De gemeente is vennoot van IGO div.
Gelet op de opgebouwde ervaring binnen IGO div, wordt er voorgesteld om een nieuwe overeenkomst met hen af te sluiten voor een periode tot en met 15 september 2028 met een inzet van 0,21 VTE.
De overeenkomst kan tussentijds opgezegd worden volgens de modaliteiten opgenomen in de bijgevoegde samenwerkingsovereenkomst (bijlage 1). De kostprijs en praktische afspraken worden eveneens opgenomen in deze samenwerkingsovereenkomst. Bijlage 2 omvat de formele prijsindicatie.
Artikel 1.
Akkoord te gaan met het voorstel van IGO div om startend vanaf 01 mei 2026 0,21 VTE aanwijzend schatter af te nemen van IGO div, de kostprijs wordt jaarlijks ingeschat op €18.891,60.
Artikel 2.
De modaliteiten van de bijgevoegde samenwerkingsovereenkomst goed te keuren.
Artikel 3.
De aanstelling van de heer Mathijs Freddy als aanwijzend schatter voor de gemeente Geetbets te herbevestigen.
De gemeenteraad
De samenstelling van de iGG werd als volgt door de gemeenteraden vastgesteld:
Hierna werd er een oproep tot kandidaten gelanceerd door de IVOG-iGG (vanaf 28 november2025 tot en met 28 februari 2026) met publicaties op de gemeentelijke websites, infobladen en in een aantal dagbladen;
Een aantal kandidaturen werden tijdig ontvangen.
Alle betrokken gemeenteraden dienen afzonderlijk een beslissing te nemen aangaande het aanduiden van de effectieve en plaatsvervangende leden in de iGG en dat op voorstel van de IVOG-iGG. Zij duiden tevens een voorzitter, de plaatvervangers en de vaste secretaris aan.
Het beheerscomité van de IVOG-iGG (verslag van de vergadering van 2 april 2026) heeft een gemotiveerd voorstel gedaan omtrent het aanduiden van de leden, de plaatvervangers en de voorzitter.
Artikel 19 van de statuten van de IVOG-iGG aangaande het profiel van de kandidaten bepaalt
‘De kandidaat-leden dienen te beantwoorden aan volgend profiel:
De deskundigen, waaronder de voorzitter, dienen daarenboven ook blijk te geven van expertise in de ruimtelijke ordening. Dat kan een architect, een jurist, een stedenbouwkundige of een ruimtelijk planner zijn, maar ook iemand die middels ervaring of streekwerking inzicht in de materie heeft verworven en over een grondige kennis van de streek beschikt op vlak van het beleidsdomein omgeving zoals mobiliteit, leefmilieu, erfgoed of landschap.’
Volgende kandidaturen voor deskundige leden werden tijdig ontvangen:
Volgende kandidaturen voor afgevaardigden van de maatschappelijke geledingen werden tijdig ontvangen:
Er werden voldoende kandidaturen ingediend om, binnen het beheerscomité van de IVOG-iGG, een voorstel te formuleren van geschikte leden en plaatvervangers dat voldoet aan de verhoudingen/samenstelling zoals bepaald in de desbetreffende gemeenteraadsbesluiten.
De verplichte man/vrouw-verhouding dient gerespecteerd te worden.
Er wordt gestreefd naar een evenredige verdeling van de leden over de participerende gemeenten.
Binnen het strategisch project van de Getestreek wordt gewerkt aan een streekvisie en zal een aanzet gegeven worden tot een aantal beleidskaders en acties, waarvoor de Gecoro op bepaalde tijdstippen om advies zal gevraagd worden.
De besturen willen vooral kandidaten aantrekken overeenkomstig de statutaire profielvereisten, aantoonbare deskundigheid in ruimtelijke ordening of aanverwante disciplines, een zo hoog mogelijk deskundigheids- en ervaringsniveau, voeling met de Getestreek, beschikbaarheid en engagement, de nood aan een evenwichtige mix van expertisedomeinen.
In de statuten van de IVOG-iGG werd voorzien dat een personeelslid van de stad Zoutleeuw het vast secretariaat zal waarnemen van de iGG.
Artikel 1.
De gemeenteraad neemt kennis van het verslag van 2 april 2026 van het beheerscomité van de IVOG-iGG aangaande het gemotiveerde voorstel van aanduiding van de leden, de plaatsvervangers en de voorzitter van de iGECORO Getestreek.
Artikel 2.
Volgende kandidaten worden aangeduid als:
Moris Marthe (als erkend ruimtelijk planner) wordt aangesteld als voorzitster.
Artikel 3.
Meekers Sven, Stafmedewerker – expert omgevingsvergunningen van de Stad Zoutleeuw wordt aangeduid als vaste secretaris van de iGG. Peetermans Lothar, Gemeentelijk Omgevingsambtenaar van de Stad Zoutleeuw wordt aangeduid als plaatsvervangend secretaris.
Artikel 4.
De samenstelling van de Intergemeentelijk Gecoro Getestreek (iGG) bekend te maken volgens de bepalingen van art. 330 van het Decreet Lokaal Bestuur.
Artikel 5.
Alle politieke fracties vertegenwoordigd in de gemeenteraad, duiden autonoom één vertegenwoordiger aan en stellen de secretaris van de iGECORO een vast mailadres ter beschikking (uiterlijk op 1 juni 2026) waar hij de uitnodigingen en de agenda kan naar toe sturen.
De gemeenteraad
Jaarlijks wordt een samenwerking aangegaan met een externe firma ter ondersteuning van de groendienst. De technische dienst stelt voor een nieuwe opdracht uit te schrijven voor het dienstjaar 2026.
In het kader van de opdracht “Samenwerking ter ondersteuning van de groendienst” werd een bestek met nr. 2026-144 opgesteld door de technische dienst.
De afname binnen deze opdracht wordt beperkt tot 1.000 uur.
De uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op € 30.991,74 excl. btw of € 37.500,00 incl. 21% btw.
Er wordt voorgesteld de opdracht te gunnen bij wijze van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.
De uitgave voor deze opdracht is voorzien in het budget van 2026, op budgetcode 0680-00/6139999/BESTUUR/CBS/0/IP-GEEN (actie GBB).
Artikel 1.
Het bestek met nr. 2026-144 en de raming voor de opdracht “Samenwerking ter ondersteuning van de groendienst”, opgesteld door de technische dienst worden goedgekeurd. De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten voor aannemingen van werken, leveringen en diensten. De raming bedraagt € 30.991,74 excl. btw of € 37.500,00 incl. 21% btw.
Artikel 2.
Bovengenoemde opdracht wordt gegund bij wijze van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.
In toepassing van artikel 15 van de wet van 17 juni 2016 betreffende de overheidsopdrachten is de uitvoering van de opdracht beperkt tot het kader van de programma's voor beschermde arbeid.
In toepassing van artikel 15 van de wet van 17 juni 2016 betreffende de overheidsopdrachten, is de opdracht voorbehouden aan sociale werkplaatsen en ondernemers die de sociale en professionele integratie van kansarmen of personen met een handicap tot doel hebben.
Artikel 3.
De uitgave voor deze opdracht is voorzien in het budget van 2026, op budgetcode 0680-00/6139999/BESTUUR/CBS/0/IP-GEEN (actie GBB)
De gemeenteraad
De gemeente wenst over te gaan tot de huur van café "Bij Moe "om te worden gebruikt als evenementenlocatie/feestzaal voor particulieren en lokale verenigingen.
Hiervoor is er een huurovereenkomst opgemaakt.
Het gehuurde goed is: café "Bij Moe", gelegen Persoonstraat 17, 3454 Rummen (Geetbets), met bestemming polyvalente zaal.
De basishuurprijs bedraagt € 820,00 per maand.
Deze huurprijs kan één keer per jaar, op de verjaardag van de inwerkingtreding van de overeenkomst, worden aangepast aan de index van de consumptieprijzen (gezondheidsindex) volgens de formule: basishuurprijs x nieuw indexcijfer = aangepaste huurprijs;
Het aanvangsindexcijfer is het indexcijfer van de maand die de ondertekening van de huurovereenkomst voorafgaat.
Het nieuw indexcijfer is het indexcijfer van de maand die de verjaardag van de inwerkingtreding van de huur voorafgaat. De indexaanpassing vindt slechts plaats op schriftelijk verzoek van de belanghebbende partij en werkt slechts terug tot 3 maanden voorafgaand aan die van het verzoek.
De huurovereenkomst kan ingaan op 1 mei 2026.
De verhuurder wordt belast met het aanleveren van de keuring van de laagspannings- en gasinstallatie. De gemeente staat in voor het voorzien in de ISO-genormeerde pictogrammen en evacuatieplannen. Ook zal de gemeente 7 noodverlichtingsarmaturen vernieuwen. De geraamde kost voor deze ingreep bedraagt:
Artikel 1.
Goedkeuring wordt verleend aan het voorstel café "Bij Moe" te huren volgens de voorwaarden vervat in het ontwerp van de huurovereenkomst.
Artikel 2.
Goedkeuring wordt verleend aan de aanpassingswerken ten laste van gemeente Geetbets volgens het advies door de brandweer, zijnde het voorzien in evacuatieplannen, pictogrammen en de vernieuwing van de noodverlichtingsarmaturen tegen het geraamde bedrag van € 2.212,15 excl. btw of € 2.676,70 incl. 21% btw.
De gemeenteraad
De gemeente ondertekende het Lokaal Energie- en Klimaatpact 1.0 op 26 augustus 2021 en het Lokaal Energie- en Klimaatpact 2.0 op 28 november 2022. Dit pact ondersteunt de uitvoering van concrete klimaatacties om samen de nodige transitie in het energie- en klimaatbeleid waar te maken. Dit past in het burgemeestersconvenant en de klimaatdoelstellingen van de hogere overheden. Binnen het Lokaal Energie- en Klimaatpact moet een jaarlijkse inhoudelijke rapportering met betrekking tot de voortgang opgemaakt worden dat na voorleggen aan de gemeenteraad bij het Agentschap Binnenlands Bestuur moet ingediend worden. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van het Lokaal Klimaatpactportaal, waar de Vlaamse overheid de monitoring van de doelstellingen bijhoudt.
De gemeente wil zich ook tijdens deze en volgende legislatu(u)r(en) blijven inzetten voor een ambitieus gemeentelijk klimaatbeleid. Naast het (intergemeentelijk) klimaatactieplan dragen ook het Lokaal Energie- en Klimaatpact 1.0 en 2.0 (LEKP) bij aan de transitie in het energie- en klimaatbeleid. De effecten van de klimaatverandering worden steeds zichtbaarder en tegelijk ook meer en meer confronterend: de ontregeling van het klimaat vergroot de kans op extreme weersomstandigheden. Als gemeente hebben we een voorbeeldfunctie. Samen met de andere overheden, steden en gemeenten kunnen we bouwen aan een duurzamere toekomst.
Door het ondertekenen van het Lokaal Energie- en Klimaatpact 1.0 en 2.0 geeft de gemeente aan actie te ondernemen om onder meer de doelstellingen vermeld in de volgende werven waar te maken:
Door de ondertekening van het Lokaal Energie- en Klimaatpact 1.0 en 2.0 komt de gemeente in aanmerking om financiële middelen naar de gemeente te halen om de verscherpte doelstellingen te bereiken. Aan iedere ondertekende gemeente wordt gevraagd om de middelen als cofinanciering in te zetten: de totale uitgaven voor klimaatacties dienen minstens het dubbele van de verkregen subsidies te bedragen.
Jaarlijks dient de gemeente ook inhoudelijk en financieel te rapporteren met betrekking tot de voortgang binnen het Lokaal Energie- en Klimaatpact.
Met de verkregen subsidies zijn de volgende acties (deels) mee gefinancierd en gerealiseerd in het verleden:
Financiële weerslag
Dit betreft een rapportering. Deze bevat geen financiële weerslag.
Uitfasering Lokaal Energie- en Klimaatpact
Vanaf 1 januari 2027 houdt het LEKP op te bestaan. In de loop van 2026 evalueert Vlaanderen naar een Vlaams dialoogplatform rond energie en klimaat met en voor lokale besturen. Het stappenplan voor de uitfasering is als volgt:
De gemeenteraad neemt kennis van de inhoudelijke en financiële rapportering 2025 in verband met het Lokaal Energie- en Klimaatpact.
De gemeenteraad
Nu de werken in de Biesemstraat en zijstraat Leeuwbeekstraat zijn afgerond, dient de overdracht van de getroffen publieke gronddelen naar privédomein te gebeuren. De gemeenteraad dient zijn goedkeuring te geven voor de desaffectatie van de getroffen gronden.
Om de betrokken percelen te kunnen desaffecteren, dienen de nodige plannen te worden opgemaakt. Deze plannen werden opgesteld door studiebureau Arcadis. In opdracht van Arcadis maakte landmeter Lambrecht Christof op 23 januari 2026 een update van het opmetingsplan in het kader van de prekadastratie.
De prekadastratie is vereist voor de kosteloze overdracht van de gronden, aangezien hierdoor een nieuw kadastraal perceelnummer wordt toegekend aan het betrokken perceel.
De opmaak en aanlevering van de noodzakelijke plannen door het studiebureau heeft echter meer tijd in beslag genomen dan voorzien. Hierdoor diende de gemeente geruime tijd te wachten op de definitieve plannen, wat een vertraging heeft veroorzaakt in de verdere procedure van de grondoverdracht.
De betrokken publieke voortuinzones dienen in eerste instantie te worden gedesaffecteerd. Hierdoor komen deze gronden in het privaat domein van de gemeente terecht, zodat ze nadien kunnen worden overgedragen aan de aanpalende eigenaars. Deze overdracht zal gebeuren via een notariële akte. De kosten hiervan zullen ten laste van de gemeente worden gelegd.
Artikel 1.
De gemeenteraad keurt de desaffectatie goed en geeft de goedkeuring om de procedure tot desaffectatie en kosteloze overdraging van het openbaar domein naar privé op te starten.
Artikel 2.
Alle kosten met betrekking tot de overdracht vallen ten laste van de gemeente.
De gemeenteraad
Het Vlaams Regeerakkoord pleit voor een passende omkadering van vrijwilligers in crisissituaties.
In de mededeling van 4 april 2025 betreffende het Vlaams Defensieplan pleit de Vlaamse Regering voor een versterking van de burgerlijke weerbaarheid, samen met de lokale besturen (Punt 9). Er wordt een Vlaams burgerlijk weerbaarheidsprogramma aangekondigd waarvan de lokale overheden de coördinatie opnemen. In die context kunnen lokale besturen lokale vrijwilligerskorpsen oprichten die onmiddellijk ingeschakeld kunnen worden in het kader van noodhulpverlening en waar vrijwilligers bijdragen aan het uitvoeren van logistieke, operationele en medische taken in het geval van bijzondere nood.
De conceptnota aan de Vlaamse Regering van 23 mei 2025 over het Vlaams burgerlijk weerbaarheidsprogramma ‘vrijwilligerskorpsen’ moedigt gemeenten aan om gemeentelijke vrijwilligerskorpsen op te richten om de weerbaarheid en paraatheid bij noodsituaties te versterken. Concreet werkt de Vlaamse Regering in deze conceptnota het vrijwilligerskorpsenmodel uit met de intentie het uitbouwen van gemeentelijke vrijwilligerskorpsen te faciliteren, en structureel te voorzien in ondersteuning voor dit engagement door via lokale besturen in te zetten op vorming, coördinatie, samenhorigheid en burgerzin. Het model ontlast lokale besturen maximaal in noodsituaties. De doelstelling van de vrijwilligerskorpsen is om de waardevolle vaardigheden, het engagement en de motivatie van Vlamingen op een gecoördineerde manier inzetbaar te maken. Gelet op hun decretale rol als ‘helper van de Vlaamse overheid’ en hun bestaande expertise hierin, wordt de coördinatie en begeleiding van de vrijwilligerskorpsen opgenomen door Rode Kruis-Vlaanderen. Binnen het model van de vrijwilligerskorpsen ligt de beslissing over de oprichting van een vrijwilligerskorps bij de gemeente.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juli 2025 kent een projectsubsidie toe aan Rode Kruis-Vlaanderen van 1 september 2025 tot 31 augustus 2029 voor de ondersteuning van de gemeentelijke vrijwilligerskorpsen. Deze ondersteuning vertaalt zich naar het aanbieden van opleidingen voor vrijwilligers en het voorzien van een digitale crisistool voor rekrutering, verzekering, inzet en coördinatie van het gemeentelijk vrijwilligerskorps.
De gemeenteraad erkent het belang van lokale betrokkenheid, solidariteit en burgerzin bij de uitbouw van een veerkrachtige gemeenschap. De oprichting van een gemeentelijk vrijwilligerskorps is een waardevol instrument om de gemeentelijke noodplanning te versterken. Het vrijwilligerskorps kan immers hulp en ondersteuning bieden in geval van lokale crisis- en noodsituaties. De samenwerking met Rode Kruis-Vlaanderen, beschreven in het vrijwilligerskorpsenmodel, garandeert zowel juridische bescherming voor vrijwilligers, alsook efficiëntie en coördinatie van het korps via de digitale crisistool van het Rode Kruis.
De gemeenteraad wil dus actief inzetten op de versterking van de lokale veerkracht bij lokale crisissituaties, het bevorderen van de solidariteit tussen inwoners en van de weerbaarheid van individuen. We willen vrijwilligerswerk ten dienste van de lokale gemeenschap faciliteren en we willen nieuwe vrijwilligers mobiliseren. Daarom wenst de gemeenteraad deel te nemen aan een georganiseerd kader voor vrijwilligers bij noodsituaties op basis van het vrijwilligerskorpsenmodel zoals uiteengezet in de conceptnota aan de Vlaamse Regering van 23 mei 2025 over het Vlaams burgerlijk weerbaarheidsprogramma ‘vrijwilligerskorpsen’.
Financiële aspecten
De gemeenteraad neemt akte van de ondersteuning die door de Vlaamse Regering via Rode Kruis-Vlaanderen ter beschikking wordt gesteld van gemeentelijke vrijwilligerskorpsen. De Vlaamse financiering dekt de kosten voor de applicatie waarin vrijwilligers zich moeten registreren en noodvragen gesteld kunnen worden en voor de aangeduide coördinator van het Rode Kruis-Vlaanderen. Daarnaast dekt de Vlaamse financiering de kosten voor de EHBO-opleidingen en jaarlijkse bijscholingen en simulaties van/voor de vrijwilligers en dit t.e.m. de 80e vrijwilliger. Vanaf de 81e vrijwilliger worden deze kosten door het lokaal bestuur gedragen. Alle geregistreerde vrijwilligers zijn bij inzet tijdens noodsituaties via de applicatie gedekt door de verzekering van Rode Kruis- Vlaanderen, zowel de verzekering ‘lichamelijke ongevallen’ als de verzekering ‘burgerlijke aansprakelijkheid’.
Artikel 1.
De gemeenteraad beslist om een gemeentelijk vrijwilligerskorps op te richten.
Artikel 2.
De gemeenteraad beslist tot aansluiting van het gemeentelijk vrijwilligerskorps bij het vrijwilligerskorpsmodel zoals beschreven in de conceptnota aan de Vlaamse Regering Vlaams burgerlijk weerbaarheidsprogramma 'vrijwilligerskorpsen'. Binnen dit model krijgt het gemeentelijk vrijwilligerskorps ondersteuning van rode Kruis-Vlaanderen inzake: het opleiden van vrijwilligers, de coördinatie, registratie en verzekering van vrijwilligers via de digitale crisistool.
Artikel 3.
Het vrijwilligerskorps zal minstens 10 leden en maximaal 80 leden omvatten.
Artikel 4.
De gemeenteraad verleent de machtiging om een hulpvraag in de digitale crisistool te lanceren aan de burgemeester en de noodplanningscoördinator.
Artikel 5.
De gemeenteraad engageert zich om via de communicatiekanalen van de gemeente de werving van vrijwilligers te ondersteunen.
De gemeenteraad
In het kader van de IGS Jeugd Beleefproject werd op 15 mei 2020 de projectvereniging ‘Beleefproject’ opgericht. Overeenkomstig het Decreet Lokaal Bestuur (art. 401) kan een projectvereniging opgericht voor een periode van ten hoogste 6 jaar. De Raad van Bestuur Beleefproject is overtuigd van de meerwaarde van de IGS Jeugd Beleefproject en stelt dan ook voor om deze te verlengen, wat ook een verlening van de projectvereniging betekent. De gemeentes Landen en Hoegaarden hebben de vraag gesteld voor een mogelijke toetreding tot de projectvereniging. Ingeval van effectieve toetreding moeten de statuten in die zin aangepast worden, alsook de doelstellingen en de gemeentelijke bijdrage. Dit wordt nog voorbereid en zal ter goedkeuring voorgelegd worden aan de gemeenteraad in zitting van mei 2026
Vanuit de huidige IGS Jeugd Beleefproject werd een ‘Afsprakennota bovenlokaal netwerk vrijetijdsparticipatie voor mensen in armoede’ voor de periode 2027-2032 ingediend. Om ontvankelijk te zijn moet de projectvereniging de projectvereniging verlengd worden.
Daarom wordt nu al het akkoord van de gemeenteraad gevraagd voor de verlenging van de projectvereniging, zij het onder voorbehoud van de goedkeuring van de aanpassing van de statuten, de doelstellingen en de gemeentelijke bijdrage aan de IGS.
Verlenging projectvereniging
De gemeenteraad
De gemeenteraad dient een huishoudelijk reglement vast te stellen.
Op basis van het modelreglement van de Vereniging van Vlaamse steden en gemeenten (VVSG) werd er door een werkgroep van de gemeenteraad samengesteld uit vertegenwoordigers van elke fractie en onder leiding van de voorzitter een ontwerp van reglement opgesteld aangepast aan de werking van de gemeenteraad van Geetbets.
Het huishoudelijk reglement als volgt goed te keuren:
BIJEENROEPING
Art. 1.
De gemeenteraad vergadert zo dikwijls als de zaken die tot zijn bevoegdheid behoren het vereisen en dit ten minste tienmaal per jaar.
De gemeenteraad wordt gehouden op de laatste maandag van de maand, tenzij de voorzitter anders beslist.
Art. 2
§1.
De voorzitter van de raad beslist tot bijeenroeping van de gemeenteraad en stelt de agenda van de vergadering op.
§2.
De oproeping wordt verzonden via het persoonlijke e-mailadres dat door de gemeente aan elk raadslid ter beschikking gesteld wordt. De dossiers die betrekking hebben op de agenda worden ter beschikking gesteld op de wijze bepaald in art. 9.
§1 van dit reglement.
§3.
De voorzitter van de raad moet de gemeenteraad bijeenroepen op verzoek van:
1° een derde van de zittinghebbende leden;
2° een vijfde van de zittinghebbende leden als zes weken na de datum van de vorige gemeenteraad nog geen bijeenroeping is gebeurd. De periode van zes weken wordt geschorst van 11 juli tot en met 15 augustus;
3° het college van burgemeester en schepenen;
4° de burgemeester voor zover het verzoek uitsluitend betrekking heeft op de eigen bevoegdheden van de burgemeester.
In hun schriftelijke aanvraag aan de algemeen directeur moeten de aanvragers de agenda vermelden met voor elk punt een toegelicht voorstel van beslissing, de datum en het uur van de beoogde vergadering. De algemeen directeur bezorgt vervolgens de voorstellen aan de gemeentevoorzitter van de raad. De aanvraag moet ondertekend zijn door minstens het vereiste aantal raadsleden en moet tijdig ingediend worden zodat de voorzitter de oproepingstermijnen, bepaald in art. 2.
§4 van dit reglement, kan nakomen.
De voorzitter roept de vergadering bijeen op de voorgestelde datum en het aangewezen uur en met de voorgestelde agenda. De voorzitter kan punten aan de agenda toevoegen.
§4.
De oproeping wordt minstens acht dagen vóór de dag van de vergadering bezorgd aan de gemeenteraadsleden. In spoedeisende gevallen kan gemotiveerd van deze oproepingsperiode worden afgeweken. Het is de bevoegdheid van de voorzitter van de raadom die spoedeisendheid vast te stellen.
Een gezamenlijke oproeping in spoedeisende gevallen kan enkel als er zowel voor de gemeenteraad als de OCMW-raad spoedeisende punten zijn.
§5.
De oproeping vermeldt in elk geval de plaats, de dag, het tijdstip en de agenda van de vergadering. De agendapunten moeten voldoende duidelijk omschreven zijn. Voor elk punt dat ter stemming voorligt moet een toegelicht voorstel van beslissing toegevoegd zijn. Minstens één dergelijk punt moet op de agenda staan.
Een gezamenlijke oproeping bevat duidelijk onderscheiden agenda’s voor de gemeenteraad en de OCMW-raad.
Art. 3.
Gemeenteraadsleden kunnen uiterlijk vijf dagen vóór de vergadering punten aan de agenda van de gemeenteraad toevoegen. Hiertoe bezorgen ze hun toegelicht voorstel van beslissing aan de algemeen directeur, die de voorstellen bezorgt aan de gemeentevoorzitter van de raad. Een lid van het college van burgemeester en schepenen, noch het college als orgaan, kan van deze mogelijkheid gebruik maken.
De algemeen directeur deelt de aanvullende agendapunten, zoals vastgesteld door de voorzitter van de raad, onmiddellijk mee aan de gemeenteraadsleden, samen met de bijbehorende toegelichte voorstellen.
FYSIEK, DIGITAAL OF HYBRIDE
Art. 4.
§1.
De gemeenteraad kan enkel digitaal vergaderen in volgende uitzonderlijke omstandigheden:
Pas nadat de voorzitter van de raad vastgesteld heeft dat een dergelijke uitzonderlijke omstandigheid zich effectief voordoet, wordt overgegaan tot een digitale vergadering van de gemeenteraad.
Dezelfde voorwaarden voor de oproeping gelden als in art. 2 van dit reglement, met daarbij de duidelijk vermelding dat het om een digitale vergadering gaat, inclusief de link met de toegang tot de digitale vergadering.
Is de oproeping voor vergadering reeds verstuurd, dan blijft die geldig, maar wordt op dezelfde wijze een aanvulling gestuurd die duidelijk maakt dat de vergadering enkel digitaal zal doorgaan, inclusief de link met de toegang tot de digitale vergadering. Van die aanvulling kan geen gebruik gemaakt worden om nog bijkomende punten aan de agenda toe te voegen. Ook de bekendmaking voor het publiek wordt op dezelfde wijze als in art. 8.
§1 van dit reglement aangevuld.
De voorwaarden uit het besluit van de Vlaamse Regering van 10 september 2021 over de voorwaarden voor digitaal of hybride vergaderen voor de organen van de lokale besturen gelden onverminderd.
§2.
De gemeenteraad kan enkel hybride vergaderen in volgende omstandigheden:
Pas nadat de voorzitter van de raadvastgesteld heeft dat een dergelijke uitzonderlijke omstandigheid zich effectief voordoet, wordt overgegaan tot een hybride vergadering van de gemeenteraad.
De voorzitter van de raad is steeds fysiek aanwezig bij een hybride vergadering.
Dezelfde voorwaarden voor de oproeping gelden als in art. 2 van dit reglement, met daarbij de duidelijk vermelding dat het om een hybride vergadering gaat, inclusief de link met de digitale toegang tot de hybride vergadering. De oproeping vermeldt welke raadsleden digitale toegang hebben.
Is de oproeping voor vergadering reeds verstuurd, dan blijft die geldig, maar wordt op dezelfde wijze een aanvulling gestuurd die duidelijk maakt dat de vergadering hybride zal doorgaan, inclusief de link met de digitale toegang tot de vergadering. Van die aanvulling kan geen gebruik gemaakt worden om nog bijkomende punten aan de agenda toe te voegen. Ook de bekendmaking voor het publiek wordt op dezelfde wijze als in art. 8.
§1 van dit reglement aangevuld.
De voorwaarden uit het besluit van de Vlaamse Regering van 10 september 2021 over de voorwaarden voor digitaal of hybride vergaderen voor de organen van de lokale besturen gelden onverminderd.
OPENBAAR OF BESLOTEN
Art. 5.
§1.
De vergaderingen van de gemeenteraad zijn in principe openbaar.
§2.
De vergadering is niet openbaar als:
1° het om aangelegenheden gaat die de persoonlijke levenssfeer raken. Zodra een dergelijk punt aan de orde is, beveelt de voorzitter de behandeling in besloten vergadering;
2° de gemeenteraad met twee derde van de aanwezige leden en op gemotiveerde wijze beslist tot behandeling in besloten vergadering, in het belang van de openbare orde of op grond van ernstige bezwaren tegen de openbaarheid.
De vergaderingen over de beleidsrapporten (= het meerjarenplan, de aanpassingen van het meerjarenplan en de jaarrekening) zijn in elk geval openbaar.
Art. 6.
De besloten vergadering kan enkel plaatsvinden na de openbare vergadering, uitgezonderd in tuchtzaken.
Bij een gezamenlijke oproeping opent de voorzitter eerst de openbare zitting van de gemeenteraad, waarbij de voorzitter de vergadering van de gemeenteraad schorst nadat de agenda van het openbare deel afgewerkt is. Tijdens deze schorsing van de gemeenteraad opent de voorzitter de openbare zitting van de OCMW-raad, gevolgd door de eventuele besloten zitting van de OCMW-raad. Na het sluiten van de vergadering van de OCMW-raad, opent de voorzitter het besloten deel van de gemeenteraad.
Als tijdens de openbare vergadering van de gemeenteraad blijkt dat de behandeling van een punt in besloten zitting moet worden voortgezet, kan de openbare vergadering van de gemeenteraad, enkel met dit doel, worden onderbroken.
Als tijdens de besloten vergadering van de gemeenteraad blijkt dat de behandeling van een punt in openbare zitting moet gebeuren, dan wordt dat punt opgenomen op de agenda van de eerstvolgende gemeenteraad. In geval van dringende noodzakelijkheid van het punt, of in geval van de eedaflegging van een personeelslid kan de besloten zitting, enkel met dat doel, worden onderbroken.
Art. 7.
De gemeenteraadsleden, alsmede alle andere personen die krachtens de wet of het decreet de besloten vergaderingen van de gemeenteraad bijwonen, zijn tot geheimhouding verplicht.
INFORMATIE VOOR HET PUBLIEK
Art. 8.
Plaats, dag, uur en agenda van de gemeenteraadsvergadering en de agenda ervan worden openbaar bekend gemaakt door publicatie op de webtoepassing van de gemeente. Dit gebeurt uiterlijk acht dagen voor de vergadering. Deze bekendmaking wordt gecommuniceerd via de socialemediakanalen van het lokaal bestuur.
Indien raadsleden punten aan agenda toevoegen, wordt de aangepaste agenda binnen de 24 uur nadat hij is vastgesteld, op dezelfde wijze bekendgemaakt
In spoedeisende gevallen wordt de agenda uiterlijk 24 uur nadat hij is vastgesteld, en uiterlijk vóór de aanvang van de vergadering, op dezelfde wijze bekendgemaakt.
INFORMATIE VOOR RAADSLEDEN
Art. 9
§1.
Vanaf de verzending van de oproeping worden op het netwerk van de gemeente voor de raadsleden alle stukken ter beschikking gesteld die horen bij de agenda. In het bijzonder gaat het over de verklarende nota's, de feitelijke gegevens, de eventueel verleende adviezen en de gemotiveerde ontwerpen van beslissing.
Ook de nog goed te keuren notulen en het nog goed te keuren zittingsverslag van de vorige vergadering worden op dezelfde wijze ter beschikking gesteld.
§2.
De ontwerpen van meerjarenplan, aanpassingen van het meerjarenplan en jaarrekening worden op zijn minst veertien dagen vóór de vergadering waarop ze besproken worden aan ieder lid van de gemeenteraad bezorgd.
Vanaf het ogenblik dat het ontwerp van het beleidsrapport bezorgd is aan de raadsleden, wordt aan hen ook de bijbehorende documentatie ter beschikking gesteld.
Deze stukken worden op dezelfde wijze bezorgd aan de raadsleden zoals in art. 9.
§1 van dit reglement.
Art. 10.
Aan de raadsleden moet, op hun verzoek, door de algemeen directeur of de door hem aangewezen personeelsleden technische toelichting worden verstrekt over de stukken in de dossiers voor de vergadering van de gemeenteraad.
Onder technische toelichting wordt verstaan het verstrekken van inlichtingen ter verduidelijking van de feitelijke gegevens die in de dossiers voorkomen en van het verloop van de procedure.
De raadsleden richten hun verzoek mondeling of per e-mail aan de algemeen directeur. Vragen worden op dezelfde wijze beantwoord als ze gesteld worden, tenzij het raadslid en de algemeen directeur (of het aangewezen personeelslid) anders overeenkomen.
Art. 11
§1.
De gemeenteraadsleden hebben, ongeacht de drager, het recht van inzage in alle dossiers, stukken en akten betreffende het bestuur van de gemeente.
§2.
De notulen van het college van burgemeester en schepenen worden, uiterlijk op dezelfde dag als de vergadering van het college volgend op deze waarop de notulen werden goedgekeurd, verstuurd aan de gemeenteraadsleden.
§3.
De briefwisseling gericht aan de voorzitter van de raad en die bestemd is voor de gemeenteraad, wordt binnen de drie dagen via e-mail meegedeeld aan de gemeenteraadsleden.
§4.
De raadsleden hebben via het netwerk van de gemeente steeds toegang tot alle volgende documenten die opgemaakt zijn tijdens de huidige bestuursperiode:
§5.
Alle andere dossiers, stukken en akten die betrekking hebben op het bestuur van de gemeente dan die in art. 9 en art. 11.
§ 2 tot § 4 van dit reglement, kunnen door de raadsleden op vraag geraadpleegd worden.
De raadsleden vragen inzage via e-mail aan de algemeen directeur. Daarbij geven ze duidelijk aan welke concrete stukken ze wensen in te zien. Het moet gaan om een vraag die niet onredelijk is. Uiterlijk drie dagen na ontvangst van de aanvraag antwoordt de algemeen directeur via e-mail met de manier waarop de stukken beschikbaar gesteld worden. De stukken worden vanaf dat moment minstens acht dagen beschikbaar gesteld. Indien een raadslid vermoedt dat een opgevraagd stuk onvolledig is, meldt het raadslid dit onmiddellijk aan de algemeen directeur.
Ook als de inzage geweigerd wordt, antwoordt de algemeen directeur binnen dezelfde termijn via een e-mail met daarin de motivering waarom de inzage geweigerd wordt.
§6.
De gemeenteraadsleden kunnen via een gelijkaardige procedure en termijnen als in §5 van dit artikel een afschrift verkrijgen van die dossiers, stukken en akten. De gevraagde afschriften ter afhaling klaargelegd op het secretariaat van de gemeente. Er wordt geen vergoeding gevraagd voor een geleverd afschrift, tenzij de aanvraag zeer omvangrijk is.
Art. 12.
Raadsleden hebben het recht de gemeentelijke instellingen, en diensten die de gemeente opricht en beheert, te bezoeken. Dat geldt ook voor de instellingen en diensten van de autonome gemeentebedrijven.
Om de algemeen directeur in de mogelijkheid te stellen dit bezoekrecht praktisch te organiseren, delen de raadsleden minstens drie dagen vooraf schriftelijk mee welke instellingen of diensten ze willen bezoeken en welke dag en welk uur hun voorkeur heeft.
Tijdens het bezoek van een inrichting of dienst van de gemeente mogen de raadsleden zich niet mengen in de werking. De raadsleden zijn op bezoek en gedragen zich als een bezoeker.
Art. 13.
Raadsleden hebben het recht om schriftelijke en mondelinge vragen te stellen aan het college van burgemeester en schepenen over gemeentelijke aangelegenheden. Daarvoor is geen toegelicht voorstel van beslissing nodig.
Raadsleden stellen hun schriftelijke vragen via een e-mail aan de burgemeester en de algemeen directeur. De burgemeester bevestigt meteen via e-mail de ontvangst van de vraag. Binnen de 10 dagen na de ontvangst beantwoordt de burgemeester, of een door de burgemeester aangewezen schepen, via e-mail de vraagsteller. Ook de algemeen directeur ontvangt deze e-mail.
Raadsleden hebben twee mogelijkheden om mondelinge vragen te stellen:
De mondelinge vragen worden gesteld na afhandeling van de agendapunten van de openbare vergadering van de gemeenteraad waarover gestemd moet worden. Is het conform art. 5.
§2 van dit reglement niet mogelijk de vraag te behandelen in het openbare deel van de vergadering, dan wordt die behandeld bij de start van het besloten deel.
QUORUM
Art. 14.
§1.
Vooraleer aan de vergadering van de gemeenteraad deel te nemen, tekenen de leden de aanwezigheidslijst. De namen van de leden die deze lijst tekenden, worden in de notulen vermeld.
§2.
De gemeenteraad kan enkel beraadslagen of beslissen als de meerderheid van de zittinghebbende leden aanwezig is.
Indien een kwartier na het vastgestelde uur niet voldoende leden aanwezig zijn om geldig te kunnen beraadslagen, stelt de voorzitter vast dat de vergadering niet kan doorgaan.
Indien tijdens de vergadering het quorum niet meer gehaald wordt, schorst de voorzitter de vergadering voor een kwartier. Stelt de voorzitter na de heropening vast dat er nog steeds niet voldoende leden aanwezig zijn om geldig te vergaderen, dan sluit de voorzitter de vergadering.
De agendapunten die niet afgehandeld zijn, worden hernomen bij de start van de eerstvolgende raadsvergadering. Ze worden ook op die wijze opgenomen in de agenda.
§3.
De gemeenteraad kan echter, als hij eenmaal bijeengeroepen is zonder dat het vereiste aantal leden aanwezig is, na een tweede oproeping, ongeacht het aantal aanwezige leden, op geldige wijze beraadslagen en beslissen over de onderwerpen die voor de tweede maal op de agenda voorkomen.
In de oproeping wordt vermeld dat het om een tweede oproeping gaat. In de tweede oproeping worden de bepalingen van artikel 26 van het decreet over het lokaal bestuur overgenomen.
VERGADEREN
Art. 15.
§1.
De voorzitter van de raad zit de vergaderingen van de gemeenteraad voor, en opent en sluit de vergaderingen.
§2.
Op vraag van een raadslid, of op eigen initiatief, kan de voorzitter de vergadering schorsen als dat wenselijk is. De duur van de schorsing wordt bepaald door de voorzitter van de raad. Van deze schorsing wordt melding gemaakt in de notulen.
§3.
Het laten deelnemen van derden aan de vergadering is slechts toegelaten in de gevallen bepaald in het decreet over het lokaal bestuur en de reglementen van de gemeenteraad.
Buiten deze gevallen kunnen derden bij de behandeling van een bepaald agendapunt slechts toegelaten worden met het oog op het verstrekken van informatie, toelichtingen en/of technische adviezen inzake materies, waarin zij uit hoofde van hun vorming, kwalificatie en/of beroepservaring als deskundig worden erkend.
De voorzitter kan derden uitnodigen. Derden kunnen in geen geval deelnemen aan de besluitvorming en mogen het besloten deel van de vergadering enkel bijwonen gedurende de toelichting die ze geven. De voorzitter bepaalt wanneer een derde tijdens de raad het woord krijgt.
§4.
De voorzitter van de raad geeft bij het begin van de raad kennis van de tot de raad gerichte verzoeken en doet alle mededelingen die de raad aanbelangen.
De gemeenteraad vat daarna de behandeling aan van de punten die vermeld staan op de agenda, in de daardoor bepaalde volgorde, tenzij de raad er anders over beslist.
§5.
Een punt dat niet op de agenda van de gemeenteraad voorkomt, mag niet in bespreking worden gebracht, behalve in spoedeisende gevallen.
Tot spoedbehandeling kan enkel worden besloten door ten minste twee derde van de aanwezige leden. De namen van die leden en de motivering van de spoedeisendheid worden in de notulen vermeld.
Art. 16.
§1.
Nadat het agendapunt werd toegelicht, vraagt de voorzitter van de raad of er vragen zijn.
De voorzitter verleent het woord in volgorde van de aanvragen en, in geval van gelijktijdige aanvraag, op basis van de rangorde van de raadsleden.
§2.
De voorzitter kan op elk moment in de vergadering het woord geven aan de algemeen directeur.
§3.
Het woord kan door de voorzitter niet geweigerd worden voor een rechtzetting van beweerde feiten.
In de volgende gevallen en volgorde krijgt iemand voorrang om te spreken, waardoor de bespreking van de hoofdvraag of het voorstel van beslissing tijdelijk wordt onderbroken:
1° om te vragen dat men niet zal besluiten;
2° om de verdaging te vragen;
3° om een punt te verwijzen naar een raadscommissie of naar de deontologische commissie;
4° om voor te stellen dat een ander dan het in bespreking zijnde probleem bij voorrang zou behandeld worden;
5° om te eisen dat het voorwerp van de beslissing concreet zou omschreven worden;
6° om naar het reglement te verwijzen.
§4.
Niemand mag onderbroken worden wanneer hij/zij spreekt, behalve door de voorzitter voor een verwijzing naar het reglement of voor een terugroeping tot de orde.
Als een gemeenteraadslid, aan wie het woord werd verleend, afdwaalt van het onderwerp, kan alleen de voorzitter hem tot de behandeling van het onderwerp terugbrengen. Indien na een eerste verwittiging het lid verder van het onderwerp blijft afdwalen, kan het woord door de voorzitter ontnomen worden. Elk lid, dat in weerwil van de beslissing van de voorzitter, tracht aan het woord te blijven, wordt geacht de orde te verstoren.
Dit geldt eveneens voor zij die het woord nemen zonder het te hebben gevraagd en gekregen, en die aan het woord blijven in weerwil van het bevel van de voorzitter.
Elk scheldwoord, elke beledigende uitdrukking en elke persoonlijke aantijging worden geacht de orde te verstoren.
§5.
Nadat de leden voldoende aan het woord zijn geweest, sluit de voorzitter de bespreking.
Art. 17
§1.
De voorzitter is belast met de handhaving van de orde in de raadsvergadering. Van de handelingen die de voorzitter in dit verband stelt, wordt melding gemaakt in de notulen.
§2.
Elk raadslid dat de orde verstoort, wordt door de voorzitter tot de orde teruggeroepen. Elk lid dat tot de orde werd teruggeroepen, mag zich verantwoorden, waarna de voorzitter beslist of de terugroeping tot de orde gehandhaafd of ingetrokken wordt.
§3.
De voorzitter kan, na een voorafgaande waarschuwing, elke toehoorder die openlijk tekens van goedkeuring of van afkeuring geeft of die op een andere wijze wanorde veroorzaakt, uit de zaal doen verwijderen.
De voorzitter kan bovendien een proces-verbaal opmaken tegen die persoon en dat proces-verbaal bezorgen aan het openbaar ministerie met het oog op de eventuele vervolging van de betrokkene.
§4.
Wanneer de vergadering rumoerig wordt, en daardoor het normale verloop van de bespreking in het gedrang wordt gebracht, kondigt de voorzitter aan dat hij/zij, bij voortzetting van het rumoer, de vergadering zal schorsen of sluiten.
Indien de wanorde toch aanhoudt, schorst of sluit de voorzitter de vergadering. De raadsleden en de toehoorders moeten dan onmiddellijk de zaal verlaten.
STEMMEN
Art. 18.
§1.
Voor elke stemming in de gemeenteraad omschrijft de voorzitter het voorwerp van de stemming waarover de vergadering zich moet uitspreken.
§2.
De beslissingen worden bij volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen genomen. De volstrekte meerderheid is gelijk aan meer dan de helft van de stemmen, onthoudingen, blanco en ongeldige stemmen niet meegerekend. Bij staking van stemmen is het voorstel verworpen.
§3.
De gemeenteraadsleden stemmen niet geheim, behalve in de volgende gevallen:
1° de vervallenverklaring van het mandaat van gemeenteraadslid en van schepen;
2° het aanwijzen van de leden en het beëindigen van deze aanwijzing van de gemeentelijke bestuursorganen en van de vertegenwoordigers van de gemeente in overlegorganen en in de organen van andere rechtspersonen en feitelijke verenigingen;
3° individuele personeelszaken.
§4.
De voorzitter stemt als laatste, behalve bij geheime stemming.
Art. 19
De gemeenteraadsleden stemmen mondeling.
De mondelinge stemming geschiedt door elk raadslid ‘ja’, ‘neen’ of ‘onthouding’ te laten uitspreken. Zij doen dat (met uitzondering van de voorzitter) in wijzerzin volgens de zitplaatsen.
Art. 20.
Bij een geheime stemming worden voorbereide stembriefjes gebruikt en wordt uniform schrijfmateriaal ter beschikking gesteld, zodat het niet mogelijk is om aan de stembriefjes te zien welke pen er gebruikt is
De raadsleden stemmen ‘ja’, ‘neen’ of onthouden zich. De onthouding gebeurt bij een geheime stemming door het afgeven van een blanco stembriefje.
Voor de stemming en de stemopneming is het bureau samengesteld uit de voorzitter en de jongste twee raadsleden. Ieder raadslid is gemachtigd de regelmatigheid van de stemopnemingen na te gaan.
Vooraleer tot de stemopneming over te gaan, wordt het aantal stembriefjes geteld. Stemt dit aantal niet overeen met het aantal raadsleden die aan de stemming hebben deelgenomen, dan worden de stembriefjes vernietigd en wordt elk raadslid uitgenodigd opnieuw te stemmen.
Opm: E-notulen bevat de mogelijkheid dat er geheim gestemd wordt via de toepassing.
Art. 21.
Voor elke benoeming tot ambten, elke contractuele aanstelling, elke verkiezing en elke voordracht van kandidaten wordt tot een afzonderlijke stemming overgegaan. Als bij de benoeming, de contractuele aanstelling, de verkiezing of de voordracht van kandidaten de vereiste meerderheid niet wordt verkregen bij de eerste stemming, wordt opnieuw gestemd over de twee kandidaten die de meeste stemmen hebben behaald.
Als bij de eerste stemming sommige kandidaten een gelijk aantal stemmen behaald hebben, dan wordt de jongste kandidaat tot de herstemming toegelaten. Personen worden benoemd, aangesteld, verkozen of voorgedragen bij volstrekte meerderheid van stemmen. Bij staking van stemmen heeft de jongste kandidaat de voorkeur.
Art. 22
§1.
De gemeenteraad stemt over het eigen deel van elk beleidsrapport.
Nadat zowel de gemeenteraad als de OCMW-raad elk hun deel van het beleidsrapport hebben vastgesteld, keurt de gemeenteraad het deel van het beleidsrapport goed zoals vastgesteld door de OCMW-raad. Door die goedkeuring wordt het beleidsrapport in zijn geheel geacht definitief vastgesteld te zijn. De gemeenteraad kan het deel van het beleidsrapport zoals vastgesteld door de OCMW-raad niet goedkeuren als dat de financiële belangen van de gemeente bedreigt. In dat geval vervalt de eventuele vaststelling van het deel van het beleidsrapport zoals vastgesteld door de gemeenteraad.
§2.
De gemeenteraad stemt telkens over het geheel van het eigen deel van het beleidsrapport.
In afwijking daarvan kan elk gemeenteraadslid de afzonderlijke stemming eisen over een of meer onderdelen die hij/zij aanwijst in het gemeentelijke deel van het beleidsrapport. In dat geval mag de gemeenteraad pas over het geheel van zijn deel van het beleidsrapport stemmen na de afzonderlijke stemming.
Als deze afzonderlijke stemming tot gevolg heeft dat het ontwerp van beleidsrapport moet worden gewijzigd, wordt de stemming over het geheel verdaagd tot een volgende vergadering van de gemeenteraad.
Is er in de OCMW-raad een afzonderlijke stemming geweest, waardoor de stemming over het geheel verdaagd is naar een volgende vergadering van de OCMW-raad en had de gemeenteraad ervoor zijn deel van het beleidsrapport al vastgesteld, dan vervalt die vaststelling en stelt de gemeenteraad het gewijzigde ontwerp van beleidsrapport vast op een volgende vergadering.
NOTULEN, ZITTINGSVERSLAG EN ONDERTEKENING
Art. 23.
§1.
De notulen van de gemeenteraad vermelden, in chronologische volgorde, alle besproken onderwerpen, alsook het gevolg dat gegeven werd aan die punten waarover de gemeenteraad geen beslissing heeft genomen.
Zij maken eveneens duidelijk melding van alle beslissingen. Behalve bij geheime stemming of bij unanimiteit, vermelden de notulen voor elk raadslid of die voor of tegen het voorstel heeft gestemd of zich onthield.
De notulen en het zittingsverslag van de vergadering van de gemeenteraad worden onder de verantwoordelijkheid van de algemeen directeur opgesteld overeenkomstig de bepalingen van artikel 277 en 278 van het decreet over het lokaal bestuur.
§2.
De zittingsverslagen van de vergaderingen van de gemeenteraad vermelden, in chronologische volgorde, alle besproken onderwerpen, de essentie van de tussenkomsten en van de mondeling en schriftelijk gestelde vragen en antwoorden.
Een raadslid kan vragen om in het zittingsverslag de rechtvaardiging van zijn stemgedrag op te nemen.
§3.
Als de gemeenteraad een aangelegenheid overeenkomstig artikel 5.
§2 en artikel 6 van dit reglement in besloten vergadering behandelt, vermelden de notulen alleen de beslissingen en wordt over die aangelegenheid geen zittingsverslag opgesteld.
§4.
Tijdens de vergaderingen van de gemeenteraad mogen geen audio- of audiovisuele opnames gemaakt worden, behalve door wie verantwoordelijk is voor het opmaken van de notulen en het zittingsverslag. Deze opnames zijn geen bestuursdocumenten, maar louter een administratief hulpmiddel. Ze mogen enkel gebruikt en geraadpleegd worden ter ondersteuning van de opmaak van het ontwerpzittingsverslag en de ontwerpnotulen. Vanaf het moment dat de ontwerpnotulen en het ontwerpzittingsverslag opgemaakt zijn, worden de opnames meteen en definitief gewist. Er wordt niet gewacht op de goedkeuring van de ontwerpen.
De voorzitter van de raadkan in uitzonderlijke omstandigheden toch opnames toelaten tijdens het openbare deel van de raadsvergadering. De gemeenteraad wordt daarvan op de hoogte gebracht bij het begin van de vergadering.
Art. 24.
§1.
De nog goed te keuren notulen en het nog goed te keuren zittingsverslag van de vorige raadsvergadering worden ter beschikking gesteld van de raadsleden zoals bepaald in art. 9.
§1 van dit reglement.
De goedkeuring van de notulen en het zittingsverslag is het eerste agendapunt.
Elk gemeenteraadslid heeft het recht opmerkingen te maken over de redactie van de notulen en het zittingsverslag van de vorige vergadering. Als die opmerkingen door de gemeenteraad worden aangenomen, worden de notulen en het zittingsverslag in die zin aangepast.
Over de goedkeuring van de notulen en het zittingsverslag wordt gestemd. Ze worden door de voorzitter van de gemeenteraad en de algemeen directeur ondertekend.
In het geval de gemeenteraad bij spoedeisendheid werd samengeroepen, kan de gemeenteraad beslissen om opmerkingen toe te laten op de eerstvolgende vergadering.
§2.
Als de gemeenteraad het wenselijk acht, worden de notulen geheel of gedeeltelijk staande de vergadering opgemaakt en ter plekke door de algemeen directeur en een meerderheid van de aanwezige raadsleden ondertekend.
Art. 25.
De reglementen, beslissingen, akten, brieven en alle andere stukken worden ondertekend zoals bepaald in artikel 279 tot 283 van het decreet over het lokaal bestuur.
De stukken, die niet vermeld worden in artikel 279.
§1 tot §3 en §5 van het decreet over het lokaal bestuur, worden ondertekend door de burgemeester en medeondertekend door de algemeen directeur. Zij kunnen deze bevoegdheid overdragen conform artikel 280 en artikel 283 van het decreet over het lokaal bestuur.
FRACTIES
Art. 26.
§1.
Het gemeenteraadslid of de gemeenteraadsleden die op eenzelfde lijst verkozen zijn, vormen één fractie. Enkel wanneer voldaan is aan artikel 71, vijfde lid, van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011 kunnen de kandidaten van een lijst twee aparte fracties vormen.
§2.
Elke fractie kiest een fractieleider uit haar leden en deelt op de eerstvolgende raadsvergadering mee wie de fractieleider is. Een fractie kan op elk moment een nieuwe fractieleider kiezen.
De fractieleider vertegenwoordigt de fractie in de vergaderingen van de gemeenteraad en het bureau van de raad. Hij/zij fungeert als aanspreekpunt voor de algemeen directeur en het college van burgemeester en schepenen.
De fractieleider coördineert de standpunten en activiteiten van de fractie en zorgt voor een effectieve communicatie binnen de fractie.
Wanneer de fractieleider afwezig is, wordt deze functie waargenomen door een ander lid van de fractie. Men kijkt daarbij in afnemende volgorde naar de naamstemmen die elk lid behaalde bij de gemeenteraadsverkiezingen.
§3.
Ter ondersteuning van gemeenteraadsfracties wordt een vergaderlokaal ter beschikking gesteld.
VERGOEDINGEN RAADSLEDEN
Art. 27.
§1.
Aan de gemeenteraadsleden, met uitzondering van de burgemeester en de schepenen, wordt presentiegeld verleend voor de volgende vergaderingen waarop zij aanwezig zijn:
1° de vergaderingen van de gemeenteraad;
2° de vergaderingen van de gemeenteraadscommissies (incl. deze waarvoor raadsleden overeenkomstig art. 37.
§3, vierde lid van het decreet over het lokaal bestuur zijn aangewezen als leden met raadgevende stem) ;
3° de vergaderingen met de vertegenwoordigers van de intern verzelfstandigde agentschappen;
4° de vergadering waarvoor men in principe recht op presentiegeld heeft, maar waarvoor het aanwezigheidsquorum niet werd bereikt;
5° de vergaderingen die slechts gedeeltelijk werden bijgewoond;
6° de vergaderingen die werden hervat op een andere dag;
7° de vergaderingen van de deontologische commissie.
§2.
Het presentiegeld bedraagt € 124,98, geïndexeerd overeenkomstig artikel 18 van het besluit van de Vlaamse Regering d.d. 06 juli 2018 houdende het statuur van de lokale mandataris, voor de vergaderingen van de gemeenteraad.
De voorzitter van de raad ontvangt een dubbel presentiegeld voor de vergaderingen van de gemeenteraad die de voorzitter voorzit.
Art. 28.
Aan alle gemeenteraadsleden wordt eentablet ter beschikking gesteld. Dat toestel wordt gebruikt voor het raadswerk in de gemeente en het OCMW.
Het toestel beschikt over een beveiligde toegang tot het netwerk van de gemeente en het OCMW. Toegang tot de bestaande mappenstructuur van de administratie is niet toegestaan. Het toestel is voorzien van de software die nodig is om de taken die horen bij het raadslidmaatschap goed te kunnen uitoefenen, en dat binnen een beveiligde omgeving. Een raadslid bewaart geen persoonsgegevens of vertrouwelijke informatie lokaal op het toestel.
Elk raadslid krijgt een mailbox en e-mailadres van de gemeente. Raadsleden gebruiken enkel dit e-mailadres voor e-mails die te maken hebben met het raadslidmaatschap en gebruiken het e-mailadres ook enkel daarvoor. Het automatische doorsturen van e-mails naar een persoonlijk e-mailadres is verboden. Inhoudelijke dossiers of informatie van het bestuur mogen niet worden doorgestuurd naar private mailboxen, niet gekopieerd worden en niet gedeeld worden via onvoldoende beveiligde platformen zoals Dropbox of Google Drive.
Het is verboden voor de raadsleden om met hun account van het bestuur in te loggen op een ander toestel dan de laptop of tablet die ter beschikking gesteld is.
Wanneer het mandaat ten einde komt, hebben de raadsleden 7 dagen tijd om het toestel terug te bezorgen en eventuele private berichten, die toch in de mailbox terechtgekomen zouden zijn, te wissen. Het is verboden om informatie en berichten te wissen die rechtstreeks of onrechtstreeks te maken hebben met het raadslidmaatschap of de gemeente. Er wordt door de ICT-dienst een back-up gemaakt van de gegevens op de laptop en in de mailbox. Deze back-up is enkel raadpleegbaar nadat de gemeenteraad of de OCMW-raad daartoe expliciet beslist. Dat kan enkel in uitzonderlijke en gemotiveerde situaties.
Art. 29
§1.
Gemeenteraadsleden kunnen de kosten van studiedagen of vormingscursussen, (ingericht door overheidsinstanties, onderwijsinstellingen of de VVSG), terugvorderen van het gemeentebestuur, voor zover deze cycli of studiedagen noodzakelijk of verrijkend zijn voor de uitoefening van hun mandaat. Deze kosten moeten worden verantwoord met bewijsstukken.
De terugvorderbare kosten mogen niet buitensporig zijn en moeten vergelijkbaar zijn met deze van vormingsinitiatieven voor gemeente- en OCMW-personeel. Ze betreffen in principe enkel vormingscycli of studiedagen in het binnenland. Voor buitenlandse bezoeken geeft het bureau van de raad een voorafgaand advies.
Er worden geen kosten vergoed voor het behalen van bijkomende diploma’s.
De relevantie en de kostprijs van de vorming worden beoordeeld door de algemeen directeur in overleg met de vormingsambtenaar.
§2.
Terugbetaling van bijkomende kosten veroorzaakt door een specifieke gezinssituatie wegens aanwezigheid op een raads- of commissievergadering, is mogelijk. Een verzoek tot terugbetaling met verantwoordingsstukken kan worden ingediend bij de algemeen directeur.
Verplaatsingskosten van raadsleden, noodzakelijk voor de uitoefening van hun mandaat, worden door het gemeentebestuur terugbetaald na voorlegging van bewijsstukken, op basis van de wettelijk vastgestelde tarieven.
Jaarlijks wordt een overzicht gemaakt van de terugbetaling van de kosten van de mandatarissen. Dat document is openbaar.
§3.
De gemeente sluit een verzekering af om de burgerlijke aansprakelijkheid, met inbegrip van de rechtsbijstand, te dekken die bij de normale uitoefening van hun mandaat persoonlijk ten laste komt van de gemeenteraadsleden.
De gemeente sluit naast de verzekering, vermeld in het eerste lid, de volgende verzekeringen af:
De gemeenteraad
De gemeenteraad dient een deontologische code vast te stellen.
Op basis van het modelreglement van de Vereniging van Vlaamse steden en gemeenten (VVSG) werd er door een werkgroep van de gemeenteraad samengesteld uit vertegenwoordigers van elke fractie en onder leiding van de voorzitter een ontwerp van deontologische code opgesteld.
De deontologische code als volgt op te stellen:
Art. 1 – Voorkomen van (de schijn van) belangenvermenging en cliëntelisme
§1.
Een lokale mandataris staat in al zijn handelen, in het besluitvormingsproces en in het contact met burgers, steeds in dienst van het algemeen belang.
§2.
Een lokale mandataris gaat actief en uit zichzelf alle vormen van belangenvermenging (en de schijn ervan) tegen. Dit betekent dat:
§3.
Een lokale mandataris vervult de rol van aanspreekpunt en informatiebemiddelaar voor de burger steeds op neutrale basis, zonder persoonlijke bevoordeling van een of meerdere burgers in een dossier dan wel het wekken van de schijn daarvan.
§4.
Ter voorkoming van overschrijding van de onder 1.1 en 1.2 beschreven normen, engageren alle mandatarissen zich tot het aanleveren, en up-to-date houden van de volgende gegevens bij de algemeen directeur:
De aangelegde lijsten zijn op aanvraag door de lokale mandatarissen in te kijken bij de algemeen directeur.
§5.
Ter voorkoming van overschrijding van de norm beschreven onder § 3 zorgt de algemeen directeur ervoor dat dossierbehandelende personeelsleden alle tussenkomsten opnemen in het desbetreffende administratieve dossier. Louter informatieve vragen of vragen/tussenkomsten van uitvoerende mandatarissen in het kader van hun functionele en hiërarchische relaties met de behandelende personeelsleden of diensten, vallen daarbuiten.
Toelichting bij belangenvermenging en de schijn ervan
Belangenvermenging betekent dat het algemeen belang wordt vermengd met het rechtstreekse belang van de mandataris, hetzij persoonlijk, hetzij als vertegenwoordiger, hetzij via het persoonlijke belang van de huwelijkspartner, van de wettelijke samenwonende partner, of van bloed- en aanverwanten tot en met de vierde graad van de mandataris. Hierdoor is de zuiverheid van besluitvorming of handelen in het algemeen belang niet langer gewaarborgd. Niet alleen feitelijke belangenvermenging, maar ook de schijn ervan moeten worden vermeden.
Een aantal termen vragen om verduidelijking:
‘Belang’: niet alleen financiële maar ook ‘morele’ belangen worden hieronder verstaan. Bijvoorbeeld: de gemeenteraad beslist over het tot bouwgrond maken van het stukje natuur palend aan de tuin van de mandataris.
‘Rechtstreeks belang’: een belang van de mandataris dat wordt bevorderd of benadeeld door een voorliggende beslissing. De vraag moet gesteld worden: kan iemand nog met redelijke zekerheid objectief aanwezig zijn/meebeslissen in een bestuursorgaan? Bijvoorbeeld: in de raad wordt over extra financiële ondersteuning beslist voor de sportclub waarvan een lokale mandataris de voorzitter is.
‘Persoonlijk belang’: het moet gaan om een belang dat gebonden is aan de persoon van de mandataris. Dit in tegenstelling tot een collectief belang dat overlapt met het belang van de mandataris. Bijvoorbeeld: de mandataris die een auto bezit mag wél meestemmen over het parkeerbeleid in de gemeente.
‘De schijn van’: niet zozeer het toevallige beeld van de burger is hierbij leidend. Het gaat erom dat bepaalde gedragingen van de lokale mandataris het voor de burger aannemelijk maken dat deze mandataris in de verleiding kan komen om de belangen te vermengen. Bijvoorbeeld: een mandataris is jongerenbegeleider. Vanwege overlast wordt de locatie waar de mandataris werkt mogelijk gesloten. De mandataris start een petitie en stuurt een ingezonden brief naar de krant. De mandataris neemt vervolgens ook deel aan de beraadslaging en stemming over de sluiting van de locatie. De in Art. 1.3 vastgelegde verplichting gaat verder dan de bestaande wetgeving. De gemeenteraad ziet het aanleveren van deze gegevens als een beschermmaatregel voor de mandatarissen. Naast het feit dat transparantie op belangen en netwerken mogelijke suggestieve aantijgingen ontmoedigt, zal deze er ook voor zorgen dat mandatarissen elkaar gemakkelijker waarschuwen bij mogelijke risico’s op belangenvermenging
Toelichting bij cliëntelisme en de schijn ervan
Lokale mandatarissen zijn een aanspreekpunt voor burgers. Mandatarissen kunnen hen de geijkte paden wijzen of hun ongenoegen over de werking van het lokaal bestuur aanhoren. Er zitten echter grenzen aan deze rol. Die grens wordt getrokken bij cliëntelisme: een vorm van politieke klantenbinding door het aanbieden of uitvoeren van diensten en hulp aan individuele burgers met het doel de stem van die burger te winnen. In essentie zet een mandataris zich in die gevallen in voor het particulier belang en niet het algemeen belang.
Er wordt dan ook wel gesproken over ‘dienstbetoon’. Tussenkomsten om dossiers te bespoedigen dan wel te beïnvloeden vallen hier bijvoorbeeld onder.
Art. 2 – Tegengaan van oneigenlijke beïnvloeding en de schijn ervan
§1
Een lokale mandataris mag zijn invloed en stem niet laten kopen of beïnvloeden door, noch aanbieden voor geld, goederen, diensten of andere gunsten die hem gegeven of beloofd werden.
Regelgeving inzake corruptie: Strafwetboek, Art. 245
§2
Een lokale mandataris moet actief en uit zichzelf de schijn van beïnvloeding en partijdigheid tegengaan. De mandataris doet dit door:
§3
Het geven van geschenken aan, dan wel het uitnodigen van derden gebeurt nooit in eigen naam, maar altijd in naam van het lokaal bestuur. Daarbij zal men er steeds waakzaam voor zijn alle vormen van partijdigheid, bevoordeling en/of uitsluiting te vermijden.
§4
Ter bevordering van de transparantie en het voorkomen van enige schijn van beïnvloeding spreken de mandatarissen onderling af dat:
Toelichting
Burgers wensen mandatarissen die met de voeten in de figuurlijke klei staan. Het is dan ook niet ongewoon dat mandatarissen aanwezig zijn bij festivals of sportwedstrijden e.d.m. Hiervoor ontvangen ze veelal ook een uitnodiging. Net als de (meestal kleine) geschenken die een mandataris kan ontvangen, zullen de meeste mandatarissen aangeven dat deze hun besluitvorming niet zomaar zullen beïnvloeden. Toch moet men opletten. Beïnvloeding werkt subtiel en de meeste mensen zullen er onbewust na verloop van tijd toch gevoelig aan raken. Belangrijker nog: een mogelijk onschuldig geschenk of een gepaste uitnodiging kan nog altijd een negatieve reactie opwekken. De schijn van beïnvloeding is nooit ver weg, vooral niet in dossiers waarover veel te doen is. Daarom moeten mandatarissen ook rekening houden met het moment waarop en de context waarin een geschenk of uitnodiging wordt overhandigd. Een geschenk in ontvangst nemen tijdens de onderhandelingsfase bij een gunning of op een uitnodiging ingaan voor een bezoek aan een uiterst gecontesteerd initiatief, kan onverstandig zijn, omdat het een schijn van beïnvloeding nalaat.
Art. 3 – Verantwoord gebruik van faciliteiten en middelen van het lokaal bestuur
Terugbetaling en verantwoording kosten: Besluit van de Vlaamse regering van 6 juli 2018 houdende het statuut van de lokale mandataris, Art. 35
§1
Een lokale mandataris gebruikt de voorzieningen en eigendommen van het lokaal bestuur niet voor privédoeleinden.
§2
Lokale mandatarissen gaan verantwoord en op een sobere wijze om met de publieke middelen en vergoedingen die tot hun beschikking staan.
§3
Lokale mandatarissen die gebruik maken van de onkostenvergoedingen leggen hier op een transparante wijze en volgens de afgesproken procedure verantwoording over af.
Bepaling van en procedure voor terugbetaling specifieke kosten (huishoudelijk reglement): Decreet Lokaal Bestuur, Art. 38
§4
De algemeen directeur rapporteert jaarlijks over de gedeclareerde onkostenvergoedingen aan de gemeenteraad.
Art. 4 – Zorgvuldige omgang met informatie
§1
De lokale mandataris bewaakt het geheime karakter en de vertrouwelijkheid van informatie. Dit betekent dat de mandataris:
§2
Lokale mandatarissen gaan discreet en voorzichtig om met de informatie waartoe zij toegang hebben. Dit houdt onder andere in dat de mandataris:
§3
Lokale mandatarissen gebruiken de informatie waartoe zij toegang hebben vanuit hun ambt nooit voor het eigen belang of voor het persoonlijke of zakelijke belang van derden.
§4
Lokale mandatarissen zijn open en eerlijk over de redenen en inzichten op basis waarvan zij hun stem uitbrengen.
§5
Voor de eenduidigheid en transparantie over informatieaanvraag, -ontvangst en deling spreken de lokale mandatarissen af dat:
Art. 5 – Respectvolle omgang met anderen
§1
Lokale mandatarissen gaan op respectvolle wijze om met elkaar, de algemeen directeur en andere personeelsleden, evenals met de burgers, in woord, gebaar en geschrift.
§2
Lokale mandatarissen zaaien geen twijfel over elkaars integriteit. Zij erkennen en bevestigen elkaar actief in hun streven naar het dienen van het algemeen belang vanuit hun ambt, rol en politieke kleur.
§3
Lokale mandatarissen onthouden zich in het openbaar, dus ook in openbare raads- en commissievergaderingen, van negatieve uitlatingen over individuele personeelsleden.
§4
Een lokale mandataris staat op dezelfde gewetensvolle manier ten dienste van alle burgers, zonder onderscheid van geslacht, geaardheid, huidskleur, afstamming, sociale stand, nationaliteit, filosofische en/of religieuze overtuiging, ideologische voorkeur of persoonlijke gevoelens.
§5
Bij onenigheid in de onderlinge omgang of de gang van zaken tijdens of buiten vergaderingen gaan mandatarissen, mogelijk onder begeleiding, in eerste instantie het gesprek aan met elkaar.
Toelichting
Waar liggen de grenzen binnen het politieke spel? Een grap kan nog. Een verhitte discussie kan voorvallen wanneer de dossiers ergens over gaan. Kritiek kan worden geleverd op de resultaten van beleid in de praktijk. De integriteit van een collega-mandataris in het publiek betwijfelen, een schepen seksistisch toespreken, een personeelslid met naam en toenaam aan de publieke schandpaal nagelen, … zijn dan weer evidente voorbeelden die de grenzen overschrijden. Ook in het heetst van de politieke strijd moeten lokale mandatarissen beseffen dat dergelijk gedrag schadelijk is voor de geloofwaardigheid van het lokaal bestuur en op termijn nefaste gevolgen kan hebben voor de kwaliteit van het gezamenlijke proces van besluitvorming.
Deel 3: Naleving en Handhaving
Art. 6 en 7: Het voorkomen van mogelijke schendingen
Art. 6
Wanneer een lokale mandataris twijfelt of een eigen handeling een overtreding van de code zou kunnen zijn, moet dit bespreekbaar gemaakt kunnen worden. Dit kan zijn binnen de eigen fractie, met een collega-mandataris, met de algemeen directeur of eventueel met een externe deskundige, zoals een medewerker van de VVSG (contactformulier VVSG).
Art. 7
Wanneer een lokale mandataris twijfelt over een nog niet uitgevoerde handeling van een andere lokale mandataris, dan waarschuwt hij die persoon, mogelijk met het advies om informatie in te winnen bij de algemeen directeur of een medewerker van de VVSG (contactformulier VVSG).
Art. 8 en 9: Het signaleren van vermoedens van schendingen van de deontologische code
Art. 8
Wanneer een lokale mandataris eraan twijfelt of een regel van de deontologische code is overtreden door een andere lokale mandataris, dan kaart de mandataris dit bij voorkeur aan bij de mandataris in kwestie. Indien er goede redenen zijn om dit niet te doen, dan zal de mandataris de kwestie voorleggen aan de algemeen directeur of een medewerker van de VVSG (contactformulier VVSG).
Al dan niet na een gesprek met de algemeen directeur of een medewerker van de VVSG, kan de mandataris overgaan tot een formele melding bij de voorzitter van de deontologische commissie. Vanaf dit moment start het formele handhavingsproces onder mandaat van de deontologische commissie.
Art. 9
De volgende personen kunnen een melding van een schending van de deontologische code doen bij de deontologische commissie:
Toelichting
De deontologische commissie is een commissie ‘van, voor en door’ mandatarissen. Om deze reden kunnen alleen zij formeel een melding doen. Gegeven de rol van de algemeen directeur, zal ook deze de mogelijkheid hebben een melding te maken. Dit sluit niet uit dat eventuele vermoedens van schendingen via andere kanalen aangebracht kunnen worden (denk aan burgers, de klachtencoördinator, …) bij een van de personen die een formele melding kunnen doen.
Burgers, leveranciers en anderen die een klacht willen indienen, verwijzen we graag door naar de daarvoor bestemde procedure.
Art. 10,11, 12, 13, 14 en 15 : Het duiden en onderzoeken van vermoedens van schendingen van de deontologische code.
Art. 10
De gemeenteraad richt een deontologische commissie op voor de gemeenteraad.
Het doel van de deontologische commissie is eerst en vooral het bevorderen van het zelfcorrigerend vermogen van het lokaal bestuur.
In de deontologische code worden de volgende zaken vastgelegd over de deontologische commissie:
a. samenstelling
b. bevoegdheid
c. werking
a. Samenstelling
b. Bevoegdheid
c. Werking
Toelichting
De leden van de deontologische commissie worden verzocht neutraal en objectief te oordelen over meldingen van vermoedens van schendingen. Om deze reden wordt ervoor gekozen de verhoudingen in de commissie niet de verhoudingen in de gemeenteraad te laten volgen, maar om iedere fractie één lid voor te laten dragen. Uitzonderlijk zal de fractie die de voorzitter voordraagt twee leden hebben in de commissie. Om de balans tussen de fracties te bewaken zal de voorzitter daarom geen stemrecht hebben, behalve dan wanneer er een gelijke verdeling van stemmen is.
Art. 11
De deontologische commissie mandateert de algemeen directeur om een ontvankelijkheidstoets uit te voeren. De algemeen directeur kan daarin bijgestaan worden door interne en/of externe experten.
Om de ontvankelijkheid te onderzoeken zal altijd een gesprek plaatsvinden met de melder. Een melding is ontvankelijk wanneer aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
Iedere melding wordt vertrouwelijk behandeld. In deze fase is de naam van de melder en degene over wie de melding gaat slechts bekend bij de leden van de deontologische commissie en bij de eventueel door de algemeen directeur aangestelde experten.
Art. 12
De algemeen directeur formuleert een ontvankelijkheidsadvies en stuurt dit, inclusief de onderliggende stukken die deel uitmaken van het advies, aan de leden van de commissie ter beoordeling. Indien de leden van de deontologische commissie niet binnen de tien werkdagen bezwaar maken op het advies, dan wordt het advies over de ontvankelijkheid formeel omgezet in een beslissing van de deontologische commissie, als uiteindelijk verantwoordelijke voor de beslissing. Indien één lid bezwaar aantekent tegen het advies van de algemeen directeur, zal de deontologische commissie bijeenkomen voor de bespreking en beoordeling van het advies.
Wanneer het advies luidt dat een melding ontvankelijk is, neemt de algemeen directeur de onderzoeksvraag op in het advies aan de deontologische commissie.
Wanneer een melding niet-ontvankelijk is, betekent dit meteen het einde van de formele procedure. De melder wordt hierover schriftelijk geïnformeerd door de algemeen directeur, in naam van de deontologische commissie.
Een melder kan een melding ook zelf intrekken. Wanneer het om een interpersoonlijke schending gaat, betekent dit in principe het einde van de formele procedure. Bij een schending van de andere gedragsregels (bijvoorbeeld belangenvermenging) zal de formele procedure door blijven lopen. De melding is in dit geval niet gebonden aan degene die de melding doet.
Art. 13
Bij een ontvankelijke melding start de algemeen directeur, onder mandaat van de commissie, een vooronderzoek. De algemeen directeur kan zich hierbij door interne en/of externe experten bij laten staan.
De vermeende schender wordt schriftelijk op de hoogte gesteld van het vooronderzoek door de algemeen directeur, behalve wanneer de commissie acht dat dit het vooronderzoek kan schaden. De vermeende schender wordt erop gewezen dat deze zich tijdens het proces mag laten bijstaan door een raadspersoon naar keuze.
De commissie bepaalt waaruit het vooronderzoek zal bestaan. Het vooronderzoek bestaat in ieder geval uit:
Art. 14
De algemeen directeur brengt schriftelijk advies uit aan de deontologische commissie op basis van het vooronderzoek.
Het conceptadvies wordt eerst ter lezing voorgelegd aan de voorzitter van de commissie.
Vervolgens wordt het concept ter inzage voorgelegd aan de vermeende schender, zodat deze de kans heeft schriftelijke opmerkingen te formuleren bij het conceptadvies. Deze opmerkingen worden als bijlage toegevoegd aan het schriftelijk advies aan de commissie.
Het advies van de algemeen directeur, waarover de deontologische commissie beraadslaagt, beslaat in principe vijf mogelijke scenario’s waarop de commissie zich zal richten:
Art. 15
De deontologische commissie oordeelt op basis van het advies van de algemeen directeur over de te nemen vervolgstappen.
De melder en de vermeende schender hebben het recht om in deze fase te worden gehoord door de deontologische commissie. Voor beiden geldt dat zij zich in deze kunnen laten bijstaan door een raadspersoon. Geen van de partijen is verplicht zich te laten horen.
De commissie kan in het kader van het vooronderzoek ook getuigen horen.
Na het bestuderen van het advies van de algemeen directeur en het horen van de betrokkenen bespreekt de commissie het vermoeden van schending en wordt een gemotiveerd advies overgemaakt aan de gemeenteraad.
De wijze van communiceren vanuit de gemeenteraad over de voorliggende zaak is onderdeel van het advies van de deontologische commissie.
Indien de deontologische commissie een schending heeft vastgesteld – omdat de schender deze heeft toegegeven of omdat ze uit het onderzoek is gebleken – dan neemt ze in haar advies ook de meest passende, proportionele vorm van afhandeling op, inclusief een beschrijving van de verzwarende en verzachtende omstandigheden bij het voorstel van afhandeling.
Er wordt een uitzondering gemaakt op deze regel wanneer:
De commissie streeft in haar oordeel naar unanimiteit. Een simpele meerderheid van uitgebrachte stemmen volstaat om tot een oordeel te komen. Indien er evenveel stemmen voor als tegen een oordeel zijn, dan heeft de voorzitter de doorslaggevende stem.
Een lid van de commissie kan ervoor kiezen een afwijkend standpunt op te tekenen en, met het advies aan de gemeenteraad, mee te sturen.
Art. 16 en 17: Het zich uitspreken over schendingen van de deontologische code
Art. 16
De gemeenteraad beoordeelt of een mandataris een schending heeft begaan. Hij doet dit op basis van het gemotiveerd advies van de deontologische commissie.
Als de raad beslist om af te wijken van het advies, dan moet de vermeende schender de kans krijgen om zich tijdens de besloten zitting van de gemeenteraad uit te spreken over de beslissing.
Wanneer de gemeenteraad vaststelt dat de deontologische code geschonden werd door een mandataris van de gemeente, dan kan de raad:
Art. 17
Via de gemeenteraadsvoorzitter en de burgemeester communiceert de gemeenteraad over haar oordeel en (indien mogelijk) de gronden daarvan. De deontologische commissie adviseert de gemeenteraad voor haar communicatie.
Art. 18: Het evalueren van de deontologische code
Minimaal één keer per bestuursperiode evalueert de raad de deontologische code. De raad vraagt daarvoor eerst advies aan de deontologische commissie. Daarbij wordt onder meer bekeken of de code nog actueel is, of ze nog goed werkt en of ze nageleefd wordt.
De gemeenteraad
De gemeenteraad dient een deontologische commissie op te richten.
Het doel van de deontologische commissie is eerst en vooral het bevorderen van het zelfcorrigerend vermogen van het lokaal bestuur.
De werking wordt geregeld in de deontologische code.
Het aantal leden van de deontologische commissie bedraagt 1 per fractie en evenveel als het aantal fracties in de gemeenteraad, aangevuld met de voorzitter van de gemeenteraad, die wordt toegevoegd als voorzitter van de deontologische commissie. Onafhankelijke raadsleden zijn geen onderdeel van een fractie en zijn niet vertegenwoordigd in de deontologische commissie.
Elke fractie wijst het mandaat in de commissie toe met een voordracht gericht aan de voorzitter van de gemeenteraad.
Iedere fractie draagt één of meer plaatsvervangers voor.
Volgende leden en plaatsvervangers werden voorgedragen:
Open-Dorp: effectieve: Jo Roggen, plaastvervanger: Eva Prouvé.
cd&v-PLUS: effectieve: Ingrid Claes, plaastvervanger: Herman Cox.
Vooruit: effectieve: Tom Droogmans, plaastvervanger: Elke Allard.
De N-VA fractie bestaat slechts uit 1 raadslid, Kevin Huybrechts.
N-VA: Kevin Huybrechts.
De deontologische commissie als volgt op te richten:
Open-Dorp: effectieve: Jo Roggen, plaastvervanger: Eva Prouvé.
cd&v-PLUS: effectieve: Ingrid Claes, plaastvervanger: Herman Cox.
Vooruit: effectieve: Tom Droogmans, plaastvervanger: Elke Allard.
N-VA: Kevin Huybrechts.
Voorzitter: Roland Strouven.
De gemeenteraad
De algemene vergadering van Creadiv vindt plaats op 8 mei 2026.
De agenda is als volgt:
De effectieve vertegenwoordiger is Kris Swinnen en plaatsvervangend vertegenwoordiger is Jo Roggen.
Artikel 1.
De gemeenteraad beslist goedkeuring te verlenen aan alle punten op de agenda van de Algemene Vergadering Creadiv nv van 8 mei 2026.
Artikel 2.
De gemeenteraad draagt de aangeduide vertegenwoordiger/plaatsvervangend vertegenwoordiger op om namens het bestuur zijn stemgedrag af te stemmen op het in de beslissing van de gemeenteraad van heden bepaalde standpunt met betrekking tot de agendapunten van voormelde Algemene Vergadering.
Artikel 3.
Een afschrift van dit besluit zal verzonden worden naar Creadiv nv, secretariaat@efin.be
De gemeenteraad
De gemeente werd per aangetekend schrijven van 2 april 2026 opgeroepen om op digitale wijze deel te nemen aan de Algemene Vergadering tevens jaarvergadering van Fluvius Opdrachthoudende Vereniging op 3 juni 2026.
Artikel 432, alinea 3 van het Decreet over het Lokaal Bestuur, bepaalt dat de vaststelling van het mandaat van de vertegenwoordiger dient te worden herhaald voor elke Algemene vergadering.
De effectieve vertegenwoordiger is Roland Strouven (roland.strouven@geetbets.be) en plaatsvervangend vertegenwoordiger is Jo Roggen (jo.roggen@geetbets.be).
Artikel 1.
Zijn goedkeuring te hechten aan de agenda van de Algemene Vergadering tevens Jaarvergadering van Fluvius Opdrachthoudende Vereniging d.d. 3 juni 2026 met als agendapunten:
Artikel 2.
De vertegenwoordiger van de gemeente die zal deelnemen aan de digitale Algemene Vergadering tevens Jaarvergadering van Fluvius Opdrachthoudende Vereniging op 3 juni 2026 (of iedere andere datum waarop deze uitgesteld of verdaagd zou worden), op te dragen zijn stemgedrag af te stemmen op de beslissingen genomen in de gemeenteraad van heden inzake voormeld artikel 1 van onderhavige beslissing.
Artikel 3.
Het college van burgemeester en schepenen te gelasten met de uitvoering van voormelde beslissingen en onder meer kennisgeving hiervan te verrichten aan Fluvius Opdrachthoudende Vereniging, ter attentie van het secretariaat (in pdf-versie), uitsluitend op het e‑mailadres vennootschapssecretariaat@fluvius.be.
De gemeenteraad
De gemeente werd per aangetekend schrijven van 2 april 2026 opgeroepen om deel te nemen aan de Algemene Vergadering tevens jaarvergadering van Fluvius Zenne-Dijle die op 18 juni 2026 plaatsheeft.
De documentatiestukken werden zowel per mail overgemaakt als elektronisch en kunnen worden geraadpleegd op het Extranet van Fluvius Zenne-Dijle.
Artikel 432, alinea 3 van het Decreet over het Lokaal Bestuur, bepaalt dat de vaststelling van het mandaat van de vertegenwoordiger dient te worden herhaald voor elke Algemene vergadering.
Als vertegenwoordigers voor de algemene vergaderingen van Fluvius Zenne-Dijle voor de duur van de legislatuur werden volgende personen aangeduid:
Effectieve: Kris Swinnen: kris.swinnen@geetbets.be.
Plaatsvervanger: Roland Strouven: roland.strouven@geetbets.be.
Artikel 1.
Zijn goedkeuring te hechten aan de agenda van de Algemene Vergadering tevens jaarvergadering van de opdrachthoudende vereniging Fluvius Zenne-Dijle d.d. 18 juni 2026.
1. Kennisneming verslagen van de Raad van Bestuur en van de commissaris van Fluvius Zenne-Dijle over het boekjaar 2025.
2. Goedkeuring van de jaarrekening van Fluvius Zenne-Dijle afgesloten op 31 december 2025 (balans, resultatenrekening, winstverdeling, boekhoudkundige besluiten en waarderingsregels).
3. Vaststelling uitkeringen overeenkomstig art. 6:114 en volgend WVV.
4. Kwijting te verlenen afzonderlijk aan de bestuurders, de leden van de regionale bestuurscomités en de commissaris van Fluvius Zenne-Dijle met betrekking tot het boekjaar 2025.
5. Hernieuwing aanwijzing als elektriciteits- en aardgasdistributienetbeheerder door VNR en toestemming om beroep te doen op de werkmaatschappij Fluvius System Operator cv
6. Desgevallend Aanvaarding uitbreiding activiteiten gemeenten voor (neven)activiteiten.
7. Statutaire benoemingen.
8. Statutaire mededelingen.
Artikel 2.
De vertegenwoordiger van de gemeente die zal deelnemen aan de Algemene Vergadering tevens jaarvergadering van de opdrachthoudende vereniging Fluvius Zenne Dijle op 18 juni 2026 (of iedere andere datum waarop deze uitgesteld of verdaagd zou worden), op te dragen zijn stemgedrag af te stemmen op de beslissingen genomen in de gemeenteraad van heden inzake voormeld artikel 1 van onderhavige beslissing.
Artikel 3.
Het college van burgemeester en schepenen te gelasten met de uitvoering van voormelde beslissingen en onder meer kennisgeving hiervan te verrichten aan de opdrachthoudende vereniging Fluvius Zenne-Dijle, ter attentie van het secretariaat (in pdf-versie), uitsluitend op het e-mailadres vennootschapssecretariaat@fluvius.be.
De gemeenteraad
De gemeente werd per aangetekend schrijven van 30 maart 2026 opgeroepen om deel te nemen aan de Algemene Vergadering tevens jaarvergadering van Riobra die op 4 december 2025 plaatsheeft.
De documentatiestukken werden zowel per mail overgemaakt als elektronisch en kunnen worden geraadpleegd op het Extranet van Riobra.
Artikel 432, alinea 3 van het Decreet over het Lokaal Bestuur, bepaalt dat de vaststelling van het mandaat van de vertegenwoordiger dient te worden herhaald voor elke Algemene vergadering.
De agenda van de vergadering kan goedgekeurd worden.
Als vertegenwoordigers voor de algemene vergaderingen voor de duur van de legislatuur werden volgende personen aangeduid: effectieve: Kris Swinnen kris.swinnen@geetbets.be plaatsvervangend: Roland Strouven roland.strouven@geetbets.be
Artikel 1.
Zijn goedkeuring te hechten aan de agenda van de Algemene Vergadering tevens jaarvergadering van de opdrachthoudende vereniging Fluvius Riobra d.d. 23 juni 2026:
1. Kennisneming verslagen van de Raad van Bestuur en van de commissaris van Fluvius Riobra over het boekjaar 2025.
2. Goedkeuring van de jaarrekening van Fluvius Riobra afgesloten op 31 december 2025 (balans, resultatenrekening, winstverdeling, boekhoudkundige besluiten en waarderingsregels).
3. Vaststelling uitkeringen overeenkomstig art. 6:114 en volgend WVV.
4. Kwijting te verlenen afzonderlijk aan de bestuurders, de leden van de regionale bestuurscomités en de commissaris van Fluvius Riobra met betrekking tot het boekjaar 2025.
5. Desgevallend aanvaarding uitbreiding activiteiten gemeenten voor (neven)activiteiten.
6. Statutaire benoemingen.
7. Benoeming van een commissaris.
8. Statutaire mededelingen.
Artikel 2.
De vertegenwoordiger van de gemeente die zal deelnemen aan de Algemene Vergadering tevens jaarvergadering van de opdrachthoudende vereniging Fluvius Riobra op 23 juni 2026 (of iedere andere datum waarop deze uitgesteld of verdaagd zou worden), op te dragen zijn stemgedrag af te stemmen op de beslissingen genomen in de gemeenteraad van heden inzake voormeld artikel 1 van onderhavige beslissing.
Artikel 3.
Het college van burgemeester en schepenen te gelasten met de uitvoering van voormelde beslissingen en onder meer kennisgeving hiervan te verrichten aan de opdrachthoudende vereniging Fluvius Riobra, ter attentie van het secretariaat (in pdf versie), uitsluitend op het e-mailadres vennootschapssecretariaat@fluvius.be.
De gemeenteraad
De raad van bestuur stelt voor de officiële naam van de dienstverlenende vereniging te wijzigen in “C-smart”. De naam C-smart wordt vandaag reeds door de dienstverlenende vereniging gebruikt als merknaam voor haar dienstverlening, waaronder de rol van aankoopcentrale.
De statuten regelen de organisatie en de werking van de dienstverlenende vereniging. Het ontwerp van statutenwijziging werd samen met het advies van de Vlaamse Regering over de statutenwijziging op 27 maart 2026 via e-mail overgemaakt.
Artikel 427 DLB bepaalt dat uiterlijk negentig kalenderdagen voor de algemene vergadering die de statutenwijzigingen moet beoordelen, een door de raad van bestuur opgesteld ontwerp samen met het advies van de Vlaamse Regering over de statutenwijzigingen aan alle deelnemers wordt voorgelegd. De beslissingen daarover van hun raden die de oorspronkelijke statuten hebben goedgekeurd, bepalen het mandaat van de respectieve vertegenwoordigers op de algemene vergadering en worden bij het verslag gevoegd. De algemene vergadering waarvan sprake in deze alinea wordt voorzien op 25 juni 2026.
De gemeente is deelnemer van de dienstverlenende vereniging C-smart (hierna kortweg “C-smart”).
De voorgelegde statutenwijziging strekt tot wijziging van de naam van de dienstverlenende vereniging.
Volgens het advies van de Vlaamse Regering is deze wijziging in overeenstemming met het recht.
Er zijn geen bezwaren voorhanden om goedkeuring van de voorgelegde statutenwijziging te weigeren.
Schepen S. Doms (stijn.doms@geetbets.be) en burgemeester J. Roggen (jo.roggen@geetbets.be) werden aangeduid, respectievelijk als effectieve en plaatsvervangende vertegenwoordiger.
Artikel 1.
Het ontwerp van statutenwijziging van de dienstverlenende vereniging Cipal (C-smart), medegedeeld bij e-mail van 27 maart 2026 en te behandelen op de algemene vergadering van 25 juni 2026 wordt goedgekeurd.
Artikel 2.
De vertegenwoordiger van de gemeente wordt gemandateerd om op de algemene vergadering van de dienstverlenende vereniging Cipal (C-smart) van 25 juni 2026 te handelen en te beslissen conform dit besluit. Indien deze algemene vergadering niet geldig zou kunnen beraadslagen of indien deze algemene vergadering om welke reden dan ook zou worden verdaagd, dan blijft de vertegenwoordiger van de gemeente gemachtigd om deel te nemen aan elke volgende vergadering met dezelfde agenda.
Artikel 3.
Het college van burgemeester en schepenen wordt gelast met de uitvoering van dit besluit en in het bijzonder met het in kennis stellen daarvan aan de dienstverlenende vereniging Cipal (C-smart).
De gemeenteraad
Lokale overheden binnen het grondgebied van de provincie Vlaams-Brabant kunnen gebruik maken van de "Raamovereenkomst in verband met Microsoft licenties en aanverwante dienstverlening voor het provinciebestuur Vlaams-Brabant." Hiervoor is een toetreding nodig.
Het bestuur kan gebruik maken van dit raamcontract waardoor zij is vrijgesteld van de verplichting om zelf een gunningprocedure te organiseren,wat een besparing aan tijd en geld betekent. Het provinciebestuur beschikt daarenboven over een grotere technische expertise voor het voeren van dergelijke gunningprocedure en de schaalgrootte van het provinciebestuur laat toe om gunstiger voorwaarden te bekomen dan mogelijk is op het niveau van het bestuur.
De behoeftes van het bestuur stemmen voldoende overeen met de bepalingen in het bestek en het gebruik van het raamcontract houdt geen exclusiviteit in. Dit raamcontract neemt aanvang op 1 januari 2026 en heeft een looptijd van 4 jaar.
Artikel 1:
De deelname aan de “Raamovereenkomst i.v.m. Microsoft licenties (subscriptions) en aanverwante dienstverlening voor het provinciebestuur Vlaams-Brabant” waarbij de Provincie Vlaams-Brabant optreedt als aankoopcentrale, wordt goedgekeurd.
Artikel 2:
Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering.
De gemeenteraad
OFP PROLOCUS heeft in de eerste helft van 2025 een aantal sleuteldocumenten herzien in het kader van haar revisietraject “passiva-zijde”[1], met name:
- Het financieringsplan ;
- De beheersovereenkomst;
Het gaat voornamelijk om technisch-juridische aanpassingen, met als doel om de teksten beter te laten aansluiten bij de praktijk;
Daarnaast werden er ook een aantal inhoudelijke wijzigingen, zoals bijvoorbeeld in de beheersovereenkomst :
- de transparante beschrijving van de aangepaste (goedkopere) kostenregeling;
- het inschrijven van een aantal aansprakelijkheidsbeperkingen n.a.v. een wijziging van het Burgerlijk Wetboek,
- het bepalen van een praktische regeling m.b.t. de verworven pensioenrechten van aangeslotenen van een fusiebestuur dat haar pensioenverplichtingen niet langer toevertrouwt aan het OFP Prolocus, enz.
en in het financieringsplan :
- het vervangen van een aantal niet-gebruikte RSZ-inningspercentages door andere RSZ-inningspercentages die moeten toelaten om in de toekomst voor een aantal besturen fijnmaziger te innen,
- beschrijving van de praktische toepassing van de pre-financiering bij fusies van besturen enz.
[1] Dit is het revisietraject dat betrekking heeft op de pensioenverplichtingen ; in 2026 wordt het revisietraject met betrekking tot de “activa-zijde” (de assets) uitgevoerd.
In het kader van het revisietraject werden ook een aantal technisch-juridische wijzigingen aan het Kaderreglement Tweede Pensioenpijler Contractanten (hierna “het Kaderreglement”) en aan het Bijzonder Reglement voorgesteld, hoofdzakelijk met als doel om het beheer van het DC-Plan te vereenvoudigen;
Het Kaderreglement zelf bepaalde dat het begin 2025 door de sociale partners moest geëvalueerd worden, met mogelijks een bijsturing tot gevolg.
De voorgestelde wijzigingen aan het Kaderreglement werden besproken in het Comité C1.
Bovenvermelde documenten werden goedgekeurd op de Raad van Bestuur van het OFP Prolocus van 23 mei 2025, en bekrachtigd werden op de Algemene Vergadering van 17 juni 2025.
Het Kaderreglement werd goedgekeurd in het Protocol van Akkoord van 12 november 2025 van het Comité C1.
In navolging van het bovenvermelde aan het bestuur gevraagd wordt om de wijzigingen aan haar Bijzonder Reglement goed te keuren, en om in te stemmen met de Bijlage bij de Toetredingsakte tot goedkeuring van de wijzigingen aan de beheersovereenkomst en het financieringsplan.
Artikel 1
Het bestuur heeft kennis genomen van de wijzigingen aan de beheersovereenkomst en het financieringsplan, alsook van het gewijzigde Kaderreglement en het in uitvoering daarvan gewijzigde Bijzonder Reglement.
Artikel 2
Het bestuur keurt de wijzigingen aan haar Bijzonder Reglement goed.
Artikel 3
Het bestuur stemt in met de Bijlage bij de Toetredingsakte tot goedkeuring van de wijzigingen aan de beheersovereenkomst en het financieringsplan.
Artikel 4
Het bestuur geeft aan de voorzitter van de raad Roland Strouven en algemeen directeur Herman Stiers het mandaat om de Bijlage bij de Toetredingsakte en het Bijzonder Reglement te ondertekenen, en verzoekt de gemeente/het OCMW Geetbets om deze documenten op de gevraagde wijze zo spoedig mogelijk ter beschikking te stellen van het OFP Prolocus.
De gemeenteraad
De gemeenteraadsbeslissing van 24 augustus 2020 betreffende "Poolstok - aansluiting"
Om gebruik te kunnen maken van ondersteuning via Poolstok in het kader van de evaluatie decretale graden moet er toegetreden worden tot het ''Raamovereenkomst voor het uitvoeren van diensten inzake ‘evaluatie top en hoger kader’,PLSTK-2025/1-EVAL" zoals gegund door Poolstok.
Door toe te treden tot de raamovereenkomst moeten we zelf geen procedure voeren om een externe partij in te schakelen.
Door Poolstok is er reeds een marktverkenning gebeurd en werd reeds gekeken welke partijen qua prijs/kwaliteit een correct aanbod leveren, zie bijlage.
De raamovereenkomst heeft een looptijd van tot 1 augustus 2027, tweemaal verlengbaar met één jaar.
Toe te treden tot ''Raamovereenkomst voor het uitvoeren van diensten inzake ‘evaluatie top en hoger kader’,PLSTK-2025/1-EVAL" zoals gegund door Poolstok.
De gemeenteraad
Raadslid I. Claes heeft op 22 en 24 april 2026 via mail dit punt aan de agenda toegevoegd.
Tijdens de vorige gemeenteraad werd door het schepencollege meegedeeld dat er aan de parochiezaal van Rummen geen aanpassingen zullen gebeuren en dat café Moe zal worden gehuurd als alternatief. Daarnaast werd aangekondigd dat de huur van zaal Palace wordt stopgezet vanaf 1 januari 2027.
Deze beslissingen lijken genomen te zijn zonder voorafgaand overleg of duidelijke communicatie met de betrokken verenigingen en gemeentelijke adviesraden. Voor verschillende verenigingen en adviesraden kwam deze informatie, die bovendien via de media bekend werd gemaakt, onverwacht.
Gezien het grote belang van toegankelijke en betaalbare zalen voor het verenigingsleven, vragen wij toelichting over het gevoerde en toekomstige zalenbeleid.
Concreet vragen wij aan het schepencollege:
"De gemeenteraad neemt kennis van de toelichting van het schepencollege betreffende de visie, communicatie en aanpak van het gemeentelijk zalenbeleid.
De gemeenteraad beslist om:
De gemeenteraad neemt kennis van de toelichting van het schepencollege betreffende de visie, communicatie en aanpak van het gemeentelijk zalenbeleid. Het college zal de raad op de hoogte houden.
Namens Gemeenteraad,
Herman Stiers
Algemeen directeur
Roland Strouven
Voorzitter van de raad