Terug
Gepubliceerd op 29/05/2026

Notulen  OCMW-Raad

ma 27/04/2026 - 20:31 Raadzaal
Aanwezig: Roland Strouven, Voorzitter van de raad
Jo Roggen, Chris Jamar, Stijn Doms, Eva Prouvé, leden vast bureau
Danny Ruysen, Voorzitter bijzonder comité sociale dienst
Ingrid Claes, Elke Allard, Kevin Huybrechts, Nadia Najem, Kris Swinnen, Katrien Weckx, Herman Cox, Tom Droogmans, Tony Leyssens, OCMW-raadsleden
Herman Stiers, Algemeen directeur
Verontschuldigd: Rita Soetaerts, Joke Debehets, OCMW-raadsleden

De voorzitter van het bijzonder comité meldt dat de gele doos klaar is en door de doelgroep kan afgehaald worden.

  • Openbaar

    • Notulen

      • Goedkeuring notulen en het zittingsverslag van 30 maart 2026.

        Aanwezig: Roland Strouven, Voorzitter van de raad
        Jo Roggen, Chris Jamar, Stijn Doms, Eva Prouvé, leden vast bureau
        Danny Ruysen, Voorzitter bijzonder comité sociale dienst
        Ingrid Claes, Elke Allard, Kevin Huybrechts, Nadia Najem, Kris Swinnen, Katrien Weckx, Herman Cox, Tom Droogmans, Tony Leyssens, OCMW-raadsleden
        Herman Stiers, Algemeen directeur
        Verontschuldigd: Rita Soetaerts, Joke Debehets, OCMW-raadsleden

        De OCMW-raad

        Juridische basis
        1. Het decreet lokaal bestuur inzonderheid art. 32 en 74.
        Voorgaande
        1. De vergadering van de OCMW-raad van 30 maart 2026.
        Probleemstelling

        De notulen en het zittingsverslag van de vergadering van de OCMW-raad van 30 maart 2026 dienen te worden goedgekeurd.

        Motivering

        De ontwerpnotulen en het zittingsverslag werden met de dagorde van de OCMW-raad meegestuurd.

        Indien er geen opmerkingen gemaakt worden, kunnen de notulen worden goedgekeurd.

        Publieke stemming
        Aanwezig: Roland Strouven, Jo Roggen, Chris Jamar, Stijn Doms, Eva Prouvé, Danny Ruysen, Ingrid Claes, Elke Allard, Kevin Huybrechts, Nadia Najem, Kris Swinnen, Katrien Weckx, Herman Cox, Tom Droogmans, Tony Leyssens, Herman Stiers
        Voorstanders: Roland Strouven, Jo Roggen, Chris Jamar, Stijn Doms, Eva Prouvé, Danny Ruysen, Ingrid Claes, Elke Allard, Kevin Huybrechts, Nadia Najem, Kris Swinnen, Katrien Weckx, Herman Cox, Tom Droogmans, Tony Leyssens
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.

        De notulen en het zittingsverslag van de OCMW-raad van 30 maart 2026 goed te keuren.

    • Algemeen beleid

      • Organieke regelgeving

        • Huishoudelijk reglement OCMW-raad - aanpassing.

          Aanwezig: Roland Strouven, Voorzitter van de raad
          Jo Roggen, Chris Jamar, Stijn Doms, Eva Prouvé, leden vast bureau
          Danny Ruysen, Voorzitter bijzonder comité sociale dienst
          Ingrid Claes, Elke Allard, Kevin Huybrechts, Nadia Najem, Kris Swinnen, Katrien Weckx, Herman Cox, Tom Droogmans, Tony Leyssens, OCMW-raadsleden
          Herman Stiers, Algemeen directeur
          Verontschuldigd: Rita Soetaerts, Joke Debehets, OCMW-raadsleden

          De OCMW-raad

          Juridische basis
          1. Het decreet lokaal bestuur, inzonderheid art. 38 en 74.
          Voorgaande
          1. De gemeenteraadsbeslissing van 22 augustus 2019 houdende "Huishoudelijk reglement gemeenteraad.".
          2. De gemeenteraadsbeslissing van 25 augustus 2022 houdende "Huishoudelijk reglement gemeenteraad - aanpassing.".
          Probleemstelling

          De gemeenteraad dient een huishoudelijk reglement vast te stellen.

          Motivering

          Op basis van het modelreglement van de Vereniging van Vlaamse steden en gemeenten (VVSG) werd er door een werkgroep van de gemeenteraad samengesteld uit vertegenwoordigers van elke fractie en onder leiding van de voorzitter een ontwerp van reglement opgesteld aangepast aan de werking van de gemeenteraad van Geetbets.

          Publieke stemming
          Aanwezig: Roland Strouven, Jo Roggen, Chris Jamar, Stijn Doms, Eva Prouvé, Danny Ruysen, Ingrid Claes, Elke Allard, Kevin Huybrechts, Nadia Najem, Kris Swinnen, Katrien Weckx, Herman Cox, Tom Droogmans, Tony Leyssens, Herman Stiers
          Voorstanders: Roland Strouven, Jo Roggen, Chris Jamar, Stijn Doms, Eva Prouvé, Danny Ruysen, Ingrid Claes, Elke Allard, Kevin Huybrechts, Nadia Najem, Kris Swinnen, Katrien Weckx, Herman Cox, Tom Droogmans, Tony Leyssens
          Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.

          Het huishoudelijk reglement als volgt goed te keuren:

          BIJEENROEPING

          Art. 1.

          De OCMW-raad vergadert zo dikwijls als de zaken die tot zijn bevoegdheid behoren het vereisen en dit ten minste tienmaal per jaar.

          De OCMW-raad wordt gehouden op de laatste maandag van de maand, tenzij de voorzitter anders beslist.

          Art. 2

          §1.

          De voorzitter van de raad beslist tot bijeenroeping van de OCMW-raad en stelt de agenda van de vergadering op.

          §2.

          De oproeping wordt verzonden via het persoonlijke e-mailadres dat door de gemeente aan elk raadslid ter beschikking gesteld wordt. De dossiers die betrekking hebben op de agenda worden ter beschikking gesteld op de wijze bepaald in art. 9.

          §1 van dit reglement.

          §3.

          De voorzitter van de raad moet de OCMW-raad bijeenroepen op verzoek van:

          1° een derde van de zittinghebbende leden;

          2° een vijfde van de zittinghebbende leden als zes weken na de datum van de vorige OCMW-raad nog geen bijeenroeping is gebeurd. De periode van zes weken wordt geschorst van 11 juli tot en met 15 augustus;

          3° het college van burgemeester en schepenen;

          4° de burgemeester voor zover het verzoek uitsluitend betrekking heeft op de eigen bevoegdheden van de burgemeester.

          In hun schriftelijke aanvraag aan de algemeen directeur moeten de aanvragers de agenda vermelden met voor elk punt een toegelicht voorstel van beslissing, de datum en het uur van de beoogde vergadering. De algemeen directeur bezorgt vervolgens de voorstellen aan de gemeentevoorzitter van de raad. De aanvraag moet ondertekend zijn door minstens het vereiste aantal raadsleden en moet tijdig ingediend worden zodat de voorzitter de oproepingstermijnen, bepaald in art. 2.

          §4 van dit reglement, kan nakomen.

          De voorzitter roept de vergadering bijeen op de voorgestelde datum en het aangewezen uur en met de voorgestelde agenda. De voorzitter kan punten aan de agenda toevoegen.

          §4.

          De oproeping wordt minstens acht dagen vóór de dag van de vergadering bezorgd aan de OCMW-raadsleden. In spoedeisende gevallen kan gemotiveerd van deze oproepingsperiode worden afgeweken. Het is de bevoegdheid van de voorzitter van de raadom die spoedeisendheid vast te stellen.

          Een gezamenlijke oproeping in spoedeisende gevallen kan enkel als er zowel voor de OCMW-raad als de OCMW-raad spoedeisende punten zijn.

          §5. 

          De oproeping vermeldt in elk geval de plaats, de dag, het tijdstip en de agenda van de vergadering. De agendapunten moeten voldoende duidelijk omschreven zijn. Voor elk punt dat ter stemming voorligt moet een toegelicht voorstel van beslissing toegevoegd zijn. Minstens één dergelijk punt moet op de agenda staan.

          Een gezamenlijke oproeping bevat duidelijk onderscheiden agenda’s voor de OCMW-raad en de OCMW-raad.


           

          Art. 3.

          OCMW-raadsleden kunnen uiterlijk vijf dagen vóór de vergadering punten aan de agenda van de OCMW-raad toevoegen. Hiertoe bezorgen ze hun toegelicht voorstel van beslissing aan de algemeen directeur, die de voorstellen bezorgt aan de gemeentevoorzitter van de raad. Een lid van het college van burgemeester en schepenen, noch het college als orgaan, kan van deze mogelijkheid gebruik maken.

          De algemeen directeur deelt de aanvullende agendapunten, zoals vastgesteld door de voorzitter van de raad, onmiddellijk mee aan de OCMW-raadsleden, samen met de bijbehorende toegelichte voorstellen.

          FYSIEK, DIGITAAL OF HYBRIDE

          Art. 4.

          §1.

          De OCMW-raad kan enkel digitaal vergaderen in volgende uitzonderlijke omstandigheden:

          • Een gezondheidscrisis, milieuramp of andere ernstige crisissituatie waarbij het de burgers afgeraden of verboden wordt om samen te komen;
          • Een ernstige verstoring van de openbare orde waardoor het voor de raadsleden onmogelijk gemaakt wordt om fysiek te vergaderen;
          • Een dringende noodzakelijke of spoedeisende beslissing van de raad die niet kan wachten en wanneer een fysieke vergadering niet tijdig georganiseerd kan worden.

          Pas nadat de voorzitter van de raad vastgesteld heeft dat een dergelijke uitzonderlijke omstandigheid zich effectief voordoet, wordt overgegaan tot een digitale vergadering van de OCMW-raad.

          Dezelfde voorwaarden voor de oproeping gelden als in art. 2 van dit reglement, met daarbij de duidelijk vermelding dat het om een digitale vergadering gaat, inclusief de link met de toegang tot de digitale vergadering.

          Is de oproeping voor vergadering reeds verstuurd, dan blijft die geldig, maar wordt op dezelfde wijze een aanvulling gestuurd die duidelijk maakt dat de vergadering enkel digitaal zal doorgaan, inclusief de link met de toegang tot de digitale vergadering. Van die aanvulling kan geen gebruik gemaakt worden om nog bijkomende punten aan de agenda toe te voegen. Ook de bekendmaking voor het publiek wordt op dezelfde wijze als in art. 8.

          §1 van dit reglement aangevuld.

          De voorwaarden uit het besluit van de Vlaamse Regering van 10 september 2021 over de voorwaarden voor digitaal of hybride vergaderen voor de organen van de lokale besturen gelden onverminderd.
          §2.

          De OCMW-raad kan enkel hybride vergaderen in volgende omstandigheden:

          • Een ernstige verstoring van de openbare orde waardoor het mogelijk onveilig of moeilijk is voor sommige raadsleden om naar de fysieke vergadering te komen;
          • Een raadslid dat wil deelnemen aan de vergadering maar dat niet kan omdat hij/zij door een arts in quarantaine is geplaatst wegens uitzonderlijke medische redenen of wegens persoonlijke of professionele redenen. Het raadslid richt het verzoek via e-mail aan de algemeen directeur en de voorzitter van de raad.

          Pas nadat de voorzitter van de raadvastgesteld heeft dat een dergelijke uitzonderlijke omstandigheid zich effectief voordoet, wordt overgegaan tot een hybride vergadering van de OCMW-raad.

          De voorzitter van de raad is steeds fysiek aanwezig bij een hybride vergadering.

          Dezelfde voorwaarden voor de oproeping gelden als in art. 2 van dit reglement, met daarbij de duidelijk vermelding dat het om een hybride vergadering gaat, inclusief de link met de digitale toegang tot de hybride vergadering. De oproeping vermeldt welke raadsleden digitale toegang hebben.

          Is de oproeping voor vergadering reeds verstuurd, dan blijft die geldig, maar wordt op dezelfde wijze een aanvulling gestuurd die duidelijk maakt dat de vergadering hybride zal doorgaan, inclusief de link met de digitale toegang tot de vergadering. Van die aanvulling kan geen gebruik gemaakt worden om nog bijkomende punten aan de agenda toe te voegen. Ook de bekendmaking voor het publiek wordt op dezelfde wijze als in art. 8.

          §1 van dit reglement aangevuld.

          De voorwaarden uit het besluit van de Vlaamse Regering van 10 september 2021 over de voorwaarden voor digitaal of hybride vergaderen voor de organen van de lokale besturen gelden onverminderd.

          OPENBAAR OF BESLOTEN

          Art. 5.

          §1.

          De vergaderingen van de OCMW-raad zijn in principe openbaar.

          §2.

          De vergadering is niet openbaar als:

          1° het om aangelegenheden gaat die de persoonlijke levenssfeer raken. Zodra een dergelijk punt aan de orde is, beveelt de voorzitter de behandeling in besloten vergadering;

          2° de OCMW-raad met twee derde van de aanwezige leden en op gemotiveerde wijze beslist tot behandeling in besloten vergadering, in het belang van de openbare orde of op grond van ernstige bezwaren tegen de openbaarheid.

          De vergaderingen over de beleidsrapporten (= het meerjarenplan, de aanpassingen van het meerjarenplan en de jaarrekening) zijn in elk geval openbaar.

          Art. 6.

          De besloten vergadering kan enkel plaatsvinden na de openbare vergadering, uitgezonderd in tuchtzaken.

          Bij een gezamenlijke oproeping opent de voorzitter eerst de openbare zitting van de OCMW-raad, waarbij de voorzitter de vergadering van de OCMW-raad schorst nadat de agenda van het openbare deel afgewerkt is. Tijdens deze schorsing van de OCMW-raad opent de voorzitter de openbare zitting van de OCMW-raad, gevolgd door de eventuele besloten zitting van de OCMW-raad. Na het sluiten van de vergadering van de OCMW-raad, opent de voorzitter het besloten deel van de OCMW-raad.

          Als tijdens de openbare vergadering van de OCMW-raad blijkt dat de behandeling van een punt in besloten zitting moet worden voortgezet, kan de openbare vergadering van de OCMW-raad, enkel met dit doel, worden onderbroken.

          Als tijdens de besloten vergadering van de OCMW-raad blijkt dat de behandeling van een punt in openbare zitting moet gebeuren, dan wordt dat punt opgenomen op de agenda van de eerstvolgende OCMW-raad. In geval van dringende noodzakelijkheid van het punt, of in geval van de eedaflegging van een personeelslid kan de besloten zitting, enkel met dat doel, worden onderbroken.

          Art. 7.

          De OCMW-raadsleden, alsmede alle andere personen die krachtens de wet of het decreet de besloten vergaderingen van de OCMW-raad bijwonen, zijn tot geheimhouding verplicht.

          INFORMATIE VOOR HET PUBLIEK

          Art. 8.

          Plaats, dag, uur en agenda van de OCMW-raadsvergadering en de agenda ervan worden openbaar bekend gemaakt door publicatie op de webtoepassing van de gemeente. Dit gebeurt uiterlijk acht dagen voor de vergadering. Deze bekendmaking wordt gecommuniceerd via de socialemediakanalen van het lokaal bestuur.

          Indien raadsleden punten aan agenda toevoegen, wordt de aangepaste agenda binnen de 24 uur nadat hij is vastgesteld, op dezelfde wijze bekendgemaakt

          In spoedeisende gevallen wordt de agenda uiterlijk 24 uur nadat hij is vastgesteld, en uiterlijk vóór de aanvang van de vergadering, op dezelfde wijze bekendgemaakt.


           

          INFORMATIE VOOR RAADSLEDEN

          Art. 9

          §1.

          Vanaf de verzending van de oproeping worden op het netwerk van de gemeente voor de raadsleden alle stukken ter beschikking gesteld die horen bij de agenda. In het bijzonder gaat het over de verklarende nota's, de feitelijke gegevens, de eventueel verleende adviezen en de gemotiveerde ontwerpen van beslissing.

          Ook de nog goed te keuren notulen en het nog goed te keuren zittingsverslag van de vorige vergadering worden op dezelfde wijze ter beschikking gesteld.

          §2.
          De ontwerpen van meerjarenplan, aanpassingen van het meerjarenplan en jaarrekening worden op zijn minst veertien dagen vóór de vergadering waarop ze besproken worden aan ieder lid van de OCMW-raad bezorgd.

          Vanaf het ogenblik dat het ontwerp van het beleidsrapport bezorgd is aan de raadsleden, wordt aan hen ook de bijbehorende documentatie ter beschikking gesteld.

          Deze stukken worden op dezelfde wijze bezorgd aan de raadsleden zoals in art. 9.

          §1 van dit reglement.

          Art. 10.

          Aan de raadsleden moet, op hun verzoek, door de algemeen directeur of de door hem aangewezen personeelsleden technische toelichting worden verstrekt over de stukken in de dossiers voor de vergadering van de OCMW-raad.

          Onder technische toelichting wordt verstaan het verstrekken van inlichtingen ter verduidelijking van de feitelijke gegevens die in de dossiers voorkomen en van het verloop van de procedure.

          De raadsleden richten hun verzoek mondeling of per e-mail aan de algemeen directeur. Vragen worden op dezelfde wijze beantwoord als ze gesteld worden, tenzij het raadslid en de algemeen directeur (of het aangewezen personeelslid) anders overeenkomen.

          Art. 11

          §1.

          De OCMW-raadsleden hebben, ongeacht de drager, het recht van inzage in alle dossiers, stukken en akten betreffende het bestuur van de gemeente.

          §2.

          De notulen van het college van burgemeester en schepenen worden, uiterlijk op dezelfde dag als de vergadering van het college volgend op deze waarop de notulen werden goedgekeurd, verstuurd aan de OCMW-raadsleden.

          §3.

          De briefwisseling gericht aan de voorzitter van de raad en die bestemd is voor de OCMW-raad, wordt binnen de drie dagen via e-mail meegedeeld aan de OCMW-raadsleden.

          §4.

          De raadsleden hebben via het netwerk van de gemeente steeds toegang tot alle volgende documenten die opgemaakt zijn tijdens de huidige bestuursperiode:

          • De goedgekeurde notulen van de OCMW-raad;
          • De goedgekeurde notulen van het college van burgemeester en schepenen;
          • De adviezen van het bijzonder comité voor de sociale dienst aan de OCMW-raad of het college van burgemeester en schepenen;
          • De beslissingen van de deontologische commissie;
          • De adviezen van de gemeentelijke adviesraden.


           

          §5.

          Alle andere dossiers, stukken en akten die betrekking hebben op het bestuur van de gemeente dan die in art. 9 en art. 11.

          § 2 tot § 4 van dit reglement, kunnen door de raadsleden op vraag geraadpleegd worden.

          De raadsleden vragen inzage via e-mail aan de algemeen directeur. Daarbij geven ze duidelijk aan welke concrete stukken ze wensen in te zien. Het moet gaan om een vraag die niet onredelijk is. Uiterlijk drie dagen na ontvangst van de aanvraag antwoordt de algemeen directeur via e-mail met de manier waarop de stukken beschikbaar gesteld worden. De stukken worden vanaf dat moment minstens acht dagen beschikbaar gesteld. Indien een raadslid vermoedt dat een opgevraagd stuk onvolledig is, meldt het raadslid dit onmiddellijk aan de algemeen directeur.

          Ook als de inzage geweigerd wordt, antwoordt de algemeen directeur binnen dezelfde termijn via een e-mail met daarin de motivering waarom de inzage geweigerd wordt.

          §6.

          De OCMW-raadsleden kunnen via een gelijkaardige procedure en termijnen als in §5 van dit artikel een afschrift verkrijgen van die dossiers, stukken en akten. De gevraagde afschriften worden ter afhaling klaargelegd op het secretariaat van de gemeente. Er wordt geen vergoeding gevraagd voor een geleverd afschrift, tenzij de aanvraag zeer omvangrijk is.

          Art. 12.

          Raadsleden hebben het recht de gemeentelijke instellingen, en diensten die de gemeente opricht en beheert, te bezoeken. Dat geldt ook voor de instellingen en diensten van de autonome gemeentebedrijven.

          Om de algemeen directeur in de mogelijkheid te stellen dit bezoekrecht praktisch te organiseren, delen de raadsleden minstens drie dagen vooraf schriftelijk mee welke instellingen of diensten ze willen bezoeken en welke dag en welk uur hun voorkeur heeft.

          Tijdens het bezoek van een inrichting of dienst van de gemeente mogen de raadsleden zich niet mengen in de werking. De raadsleden zijn op bezoek en gedragen zich als een bezoeker.

          Art. 13.

          Raadsleden hebben het recht om schriftelijke en mondelinge vragen te stellen aan het college van burgemeester en schepenen over gemeentelijke aangelegenheden. Daarvoor is geen toegelicht voorstel van beslissing nodig.

          Raadsleden stellen hun schriftelijke vragen via een e-mail aan de burgemeester en de algemeen directeur. De burgemeester bevestigt meteen via e-mail de ontvangst van de vraag. Binnen de 10 dagen na de ontvangst beantwoordt de burgemeester, of een door de burgemeester aangewezen schepen, via e-mail de vraagsteller. Ook de algemeen directeur ontvangt deze e-mail.

          Raadsleden hebben twee mogelijkheden om mondelinge vragen te stellen:

          1. Ten laatste de werkdag voor de raadsvergadering kunnen de raadsleden via een e-mail aan de voorzitter van de raad, de burgemeester en de algemeen directeur hun mondelinge vragen bezorgen. In dat geval kan het raadslid de vragen mondeling stellen op de OCMW-raad en antwoordt de burgemeester of een schepen meteen.
          2. Raadsleden kunnen hun mondelinge vragen ook stellen zonder deze via e-mail (tijdig) bezorgd te hebben. Het raadslid vraagt het woord wanneer het moment voor mondelinge vragen aangebroken is. Op deze mondelinge vragen wordt ten laatste tijdens de volgende zitting geantwoord door de burgemeester of een schepen.


          De mondelinge vragen worden gesteld na afhandeling van de agendapunten van de openbare vergadering van de OCMW-raad waarover gestemd moet worden. Is het conform art. 5.

          §2 van dit reglement niet mogelijk de vraag te behandelen in het openbare deel van de vergadering, dan wordt die behandeld bij de start van het besloten deel.


           

          QUORUM

          Art. 14.

          §1.

          Vooraleer aan de vergadering van de OCMW-raad deel te nemen, tekenen de leden de aanwezigheidslijst. De namen van de leden die deze lijst tekenden, worden in de notulen vermeld.

          §2.

          De OCMW-raad kan enkel beraadslagen of beslissen als de meerderheid van de zittinghebbende leden aanwezig is.

          Indien een kwartier na het vastgestelde uur niet voldoende leden aanwezig zijn om geldig te kunnen beraadslagen, stelt de voorzitter vast dat de vergadering niet kan doorgaan.
          Indien tijdens de vergadering het quorum niet meer gehaald wordt, schorst de voorzitter de vergadering voor een kwartier. Stelt de voorzitter na de heropening vast dat er nog steeds niet voldoende leden aanwezig zijn om geldig te vergaderen, dan sluit de voorzitter de vergadering.

          De agendapunten die niet afgehandeld zijn, worden hernomen bij de start van de eerstvolgende raadsvergadering. Ze worden ook op die wijze opgenomen in de agenda.

          §3.

          De OCMW-raad kan echter, als hij eenmaal bijeengeroepen is zonder dat het vereiste aantal leden aanwezig is, na een tweede oproeping, ongeacht het aantal aanwezige leden, op geldige wijze beraadslagen en beslissen over de onderwerpen die voor de tweede maal op de agenda voorkomen.

          In de oproeping wordt vermeld dat het om een tweede oproeping gaat. In de tweede oproeping worden de bepalingen van artikel 26 van het decreet over het lokaal bestuur overgenomen.

          VERGADEREN

          Art. 15.

          §1.

          De voorzitter van de raad zit de vergaderingen van de OCMW-raad voor, en opent en sluit de vergaderingen.

          §2.

          Op vraag van een raadslid, of op eigen initiatief, kan de voorzitter de vergadering schorsen als dat wenselijk is. De duur van de schorsing wordt bepaald door de voorzitter van de raad. Van deze schorsing wordt melding gemaakt in de notulen.

          §3.

          Het laten deelnemen van derden aan de vergadering is slechts toegelaten in de gevallen bepaald in het decreet over het lokaal bestuur en de reglementen van de OCMW-raad.

          Buiten deze gevallen kunnen derden bij de behandeling van een bepaald agendapunt slechts toegelaten worden met het oog op het verstrekken van informatie, toelichtingen en/of technische adviezen inzake materies, waarin zij uit hoofde van hun vorming, kwalificatie en/of beroepservaring als deskundig worden erkend.

          De voorzitter kan derden uitnodigen. Derden kunnen in geen geval deelnemen aan de besluitvorming en mogen het besloten deel van de vergadering enkel bijwonen gedurende de toelichting die ze geven. De voorzitter bepaalt wanneer een derde tijdens de raad het woord krijgt.

          §4.

          De voorzitter van de raad geeft bij het begin van de raad kennis van de tot de raad gerichte verzoeken en doet alle mededelingen die de raad aanbelangen.

          De OCMW-raad vat daarna de behandeling aan van de punten die vermeld staan op de agenda, in de daardoor bepaalde volgorde, tenzij de raad er anders over beslist.


           

          §5.

          Een punt dat niet op de agenda van de OCMW-raad voorkomt, mag niet in bespreking worden gebracht, behalve in spoedeisende gevallen.

          Tot spoedbehandeling kan enkel worden besloten door ten minste twee derde van de aanwezige leden. De namen van die leden en de motivering van de spoedeisendheid worden in de notulen vermeld.

          Art. 16.

          §1.

          Nadat het agendapunt werd toegelicht, vraagt de voorzitter van de raad of er vragen zijn.

          De voorzitter verleent het woord in volgorde van de aanvragen en, in geval van gelijktijdige aanvraag, op basis van de rangorde van de raadsleden.

          §2.

          De voorzitter kan op elk moment in de vergadering het woord geven aan de algemeen directeur.

          §3.

          Het woord kan door de voorzitter niet geweigerd worden voor een rechtzetting van beweerde feiten.

          In de volgende gevallen en volgorde krijgt iemand voorrang om te spreken, waardoor de bespreking van de hoofdvraag of het voorstel van beslissing tijdelijk wordt onderbroken:

          1° om te vragen dat men niet zal besluiten;

          2° om de verdaging te vragen;

          3° om een punt te verwijzen naar een raadscommissie of naar de deontologische commissie;

          4° om voor te stellen dat een ander dan het in bespreking zijnde probleem bij voorrang zou behandeld worden;

          5° om te eisen dat het voorwerp van de beslissing concreet zou omschreven worden;

          6° om naar het reglement te verwijzen.

          §4.

          Niemand mag onderbroken worden wanneer hij/zij spreekt, behalve door de voorzitter voor een verwijzing naar het reglement of voor een terugroeping tot de orde.

          Als een OCMW-raadslid, aan wie het woord werd verleend, afdwaalt van het onderwerp, kan alleen de voorzitter hem tot de behandeling van het onderwerp terugbrengen. Indien na een eerste verwittiging het lid verder van het onderwerp blijft afdwalen, kan het woord door de voorzitter ontnomen worden. Elk lid, dat in weerwil van de beslissing van de voorzitter, tracht aan het woord te blijven, wordt geacht de orde te verstoren.

          Dit geldt eveneens voor zij die het woord nemen zonder het te hebben gevraagd en gekregen, en die aan het woord blijven in weerwil van het bevel van de voorzitter.

          Elk scheldwoord, elke beledigende uitdrukking en elke persoonlijke aantijging worden geacht de orde te verstoren.

          §5.

          Nadat de leden voldoende aan het woord zijn geweest, sluit de voorzitter de bespreking.

          Art. 17

          §1.

          De voorzitter is belast met de handhaving van de orde in de raadsvergadering. Van de handelingen die de voorzitter in dit verband stelt, wordt melding gemaakt in de notulen.

          §2.

          Elk raadslid dat de orde verstoort, wordt door de voorzitter tot de orde teruggeroepen. Elk lid dat tot de orde werd teruggeroepen, mag zich verantwoorden, waarna de voorzitter beslist of de terugroeping tot de orde gehandhaafd of ingetrokken wordt.


           

          §3.

          De voorzitter kan, na een voorafgaande waarschuwing, elke toehoorder die openlijk tekens van goedkeuring of van afkeuring geeft of die op een andere wijze wanorde veroorzaakt, uit de zaal doen verwijderen.

          De voorzitter kan bovendien een proces-verbaal opmaken tegen die persoon en dat proces-verbaal bezorgen aan het openbaar ministerie met het oog op de eventuele vervolging van de betrokkene.

          §4.

          Wanneer de vergadering rumoerig wordt, en daardoor het normale verloop van de bespreking in het gedrang wordt gebracht, kondigt de voorzitter aan dat hij/zij, bij voortzetting van het rumoer, de vergadering zal schorsen of sluiten.

          Indien de wanorde toch aanhoudt, schorst of sluit de voorzitter de vergadering. De raadsleden en de toehoorders moeten dan onmiddellijk de zaal verlaten.

          STEMMEN

          Art. 18.

          §1.

          Voor elke stemming in de OCMW-raad omschrijft de voorzitter het voorwerp van de stemming waarover de vergadering zich moet uitspreken.

          §2.

          De beslissingen worden bij volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen genomen. De volstrekte meerderheid is gelijk aan meer dan de helft van de stemmen, onthoudingen, blanco en ongeldige stemmen niet meegerekend. Bij staking van stemmen is het voorstel verworpen.

          §3.

          De OCMW-raadsleden stemmen niet geheim, behalve in de volgende gevallen:

          1° de vervallenverklaring van het mandaat van OCMW-raadslid en van schepen;

          2° het aanwijzen van de leden en het beëindigen van deze aanwijzing van de gemeentelijke bestuursorganen en van de vertegenwoordigers van de gemeente in overlegorganen en in de organen van andere rechtspersonen en feitelijke verenigingen;

          3° individuele personeelszaken.

          §4.

          De voorzitter stemt als laatste, behalve bij geheime stemming.

          Art. 19

          §1.

          De OCMW-raadsleden stemmen mondeling.

          De mondelinge stemming geschiedt door elk raadslid ‘ja’, ‘neen’ of ‘onthouding’ te laten uitspreken. Zij doen dat (met uitzondering van de voorzitter) in wijzerzin volgens de zitplaatsen.

          Art. 20.

          Bij een geheime stemming worden voorbereide stembriefjes gebruikt en wordt uniform schrijfmateriaal ter beschikking gesteld, zodat het niet mogelijk is om aan de stembriefjes te zien welke pen er gebruikt is

          De raadsleden stemmen ‘ja’, ‘neen’ of onthouden zich. De onthouding gebeurt bij een geheime stemming door het afgeven van een blanco stembriefje.

          Voor de stemming en de stemopneming is het bureau samengesteld uit de voorzitter en de jongste twee raadsleden. Ieder raadslid is gemachtigd de regelmatigheid van de stemopnemingen na te gaan.

          Vooraleer tot de stemopneming over te gaan, wordt het aantal stembriefjes geteld. Stemt dit aantal niet overeen met het aantal raadsleden die aan de stemming hebben deelgenomen, dan worden de stembriefjes vernietigd en wordt elk raadslid uitgenodigd opnieuw te stemmen.

          Opm: E-notulen bevat de mogelijkheid dat er geheim gestemd wordt via de toepassing.


           

          Art. 21.

          Voor elke benoeming tot ambten, elke contractuele aanstelling, elke verkiezing en elke voordracht van kandidaten wordt tot een afzonderlijke stemming overgegaan. Als bij de benoeming, de contractuele aanstelling, de verkiezing of de voordracht van kandidaten de vereiste meerderheid niet wordt verkregen bij de eerste stemming, wordt opnieuw gestemd over de twee kandidaten die de meeste stemmen hebben behaald.

          Als bij de eerste stemming sommige kandidaten een gelijk aantal stemmen behaald hebben, dan wordt de jongste kandidaat tot de herstemming toegelaten. Personen worden benoemd, aangesteld, verkozen of voorgedragen bij volstrekte meerderheid van stemmen. Bij staking van stemmen heeft de jongste kandidaat de voorkeur.

          Art. 22

          §1.

          De OCMW-raad stemt over het eigen deel van elk beleidsrapport.

          §2.

          De gemeenteraad stemt telkens over het geheel van het eigen deel van het beleidsrapport.

          In afwijking daarvan kan elk gemeenteraadslid de afzonderlijke stemming eisen over een of meer onderdelen die hij/zij aanwijst in het gemeentelijke deel van het beleidsrapport.  In dat geval mag de gemeenteraad pas over het geheel van zijn deel van het beleidsrapport stemmen na de afzonderlijke stemming.

          Als deze afzonderlijke stemming tot gevolg heeft dat het ontwerp van beleidsrapport moet worden gewijzigd, wordt de stemming over het geheel verdaagd tot een volgende vergadering van de gemeenteraad.

          Is er in de OCMW-raad een afzonderlijke stemming geweest, waardoor de stemming over het geheel verdaagd is naar een volgende vergadering van de OCMW-raad en had de gemeenteraad ervoor zijn deel van het beleidsrapport al vastgesteld, dan vervalt die vaststelling en stelt de gemeenteraad het gewijzigde ontwerp van beleidsrapport vast op een volgende vergadering.

          NOTULEN, ZITTINGSVERSLAG EN ONDERTEKENING

          Art. 23.

          §1.

          De notulen van de OCMW-raad vermelden, in chronologische volgorde, alle besproken onderwerpen, alsook het gevolg dat gegeven werd aan die punten waarover de OCMW-raad geen beslissing heeft genomen.

          Zij maken eveneens duidelijk melding van alle beslissingen. Behalve bij geheime stemming of bij unanimiteit, vermelden de notulen voor elk raadslid of die voor of tegen het voorstel heeft gestemd of zich onthield. 

          De notulen en het zittingsverslag van de vergadering van de OCMW-raad worden onder de verantwoordelijkheid van de algemeen directeur opgesteld overeenkomstig de bepalingen van artikel 277 en 278 van het decreet over het lokaal bestuur.

          §2.

          De zittingsverslagen van de vergaderingen van de OCMW-raad vermelden, in chronologische volgorde, alle besproken onderwerpen, de essentie van de tussenkomsten en van de mondeling en schriftelijk gestelde vragen en antwoorden.

          Een raadslid kan vragen om in het zittingsverslag de rechtvaardiging van zijn stemgedrag op te nemen.

          §3.

          Als de OCMW-raad een aangelegenheid overeenkomstig artikel 5.

          §2 en artikel 6 van dit reglement in besloten vergadering behandelt, vermelden de notulen alleen de beslissingen en wordt over die aangelegenheid geen zittingsverslag opgesteld.

          §4.

          Tijdens de vergaderingen van de OCMW-raad mogen geen audio- of audiovisuele opnames gemaakt worden, behalve door wie verantwoordelijk is voor het opmaken van de notulen en het zittingsverslag. Deze opnames zijn geen bestuursdocumenten, maar louter een administratief hulpmiddel. Ze mogen enkel gebruikt en geraadpleegd worden ter ondersteuning van de opmaak van het ontwerpzittingsverslag en de ontwerpnotulen. Vanaf het moment dat de ontwerpnotulen en het ontwerpzittingsverslag opgemaakt zijn, worden de opnames meteen en definitief gewist. Er wordt niet gewacht op de goedkeuring van de ontwerpen.

          De voorzitter van de raadkan in uitzonderlijke omstandigheden toch opnames toelaten tijdens het openbare deel van de raadsvergadering. De OCMW-raad wordt daarvan op de hoogte gebracht bij het begin van de vergadering.

          Art. 24.

          §1.

          De nog goed te keuren notulen en het nog goed te keuren zittingsverslag van de vorige raadsvergadering worden ter beschikking gesteld van de raadsleden zoals bepaald in art. 9. §1 van dit reglement.

          De goedkeuring van de notulen en het zittingsverslag is het eerste agendapunt.

          Elk OCMW-raadslid heeft het recht opmerkingen te maken over de redactie van de notulen en het zittingsverslag van de vorige vergadering. Als die opmerkingen door de OCMW-raad worden aangenomen, worden de notulen en het zittingsverslag in die zin aangepast.

          Over de goedkeuring van de notulen en het zittingsverslag wordt gestemd. Ze worden door de voorzitter van de OCMW-raad en de algemeen directeur ondertekend.

          In het geval de OCMW-raad bij spoedeisendheid werd samengeroepen, kan de OCMW-raad beslissen om opmerkingen toe te laten op de eerstvolgende vergadering.

          §2.

          Als de OCMW-raad het wenselijk acht, worden de notulen geheel of gedeeltelijk staande de vergadering opgemaakt en ter plekke door de algemeen directeur en een meerderheid van de aanwezige raadsleden ondertekend.

          Art. 25.

          De reglementen, beslissingen, akten, brieven en alle andere stukken worden ondertekend zoals bepaald in artikel 279 tot 283 van het decreet over het lokaal bestuur.

          De stukken, die niet vermeld worden in artikel 279.

          §1 tot §3 en §5 van het decreet over het lokaal bestuur, worden ondertekend door de burgemeester en medeondertekend door de algemeen directeur. Zij kunnen deze bevoegdheid overdragen conform artikel 280 en artikel 283 van het decreet over het lokaal bestuur.

          VERGOEDINGEN RAADSLEDEN

          Art. 26.

          §1.

          Aan de OCMW-raadsleden, met uitzondering van de burgemeester en de schepenen, wordt presentiegeld verleend voor de volgende vergaderingen waarop zij aanwezig zijn:

          1° de vergaderingen van de OCMW-raad die niet op dezelfde dag als de vergadering van de gemeenteraad gehouden worden.

          2° de vergaderingen van de OCMW-raadscommissies (incl. deze waarvoor raadsleden overeenkomstig art. 37.§3, vierde lid van het decreet over het lokaal bestuur zijn aangewezen als leden met raadgevende stem) ;

          3° de vergaderingen met de vertegenwoordigers van de intern verzelfstandigde agentschappen;

          4° de vergadering waarvoor men in principe recht op presentiegeld heeft, maar waarvoor het aanwezigheidsquorum niet werd bereikt;

          5° de vergaderingen die slechts gedeeltelijk werden bijgewoond;

          6° de vergaderingen die werden hervat op een andere dag;

          7° de vergaderingen van de deontologische commissie.


           

          §2.

          Het presentiegeld bedraagt € 124,98, geïndexeerd overeenkomstig artikel 18 van het besluit van de Vlaamse Regering d.d. 06 juli 2018 houdende het statuur van de lokale mandataris, voor de vergaderingen van de OCMW-raad.

          De voorzitter van de raad ontvangt een dubbel presentiegeld voor de vergaderingen van de OCMW-raad, die niet op dezelfde dag als de vergadering van de gemeenteraad gehouden worden, die de voorzitter voorzit.

          Art. 27.

          Aan alle OCMW-raadsleden wordt een tablet ter beschikking gesteld. Dat toestel wordt gebruikt voor het raadswerk in de gemeente en het OCMW.

          Het toestel beschikt over een beveiligde toegang tot het netwerk van de gemeente en het OCMW. Toegang tot de bestaande mappenstructuur van de administratie is niet toegestaan. Het toestel is voorzien van de software die nodig is om de taken die horen bij het raadslidmaatschap goed te kunnen uitoefenen, en dat binnen een beveiligde omgeving. Een raadslid bewaart geen persoonsgegevens of vertrouwelijke informatie lokaal op het toestel.

          Elk raadslid krijgt een mailbox en e-mailadres van de gemeente. Raadsleden gebruiken enkel dit e-mailadres voor e-mails die te maken hebben met het raadslidmaatschap en gebruiken het e-mailadres ook enkel daarvoor. Het automatische doorsturen van e-mails naar een persoonlijk e-mailadres is verboden. Inhoudelijke dossiers of informatie van het bestuur mogen niet worden doorgestuurd naar private mailboxen, niet gekopieerd worden en niet gedeeld worden via onvoldoende beveiligde platformen zoals Dropbox of Google Drive.

          Het is verboden voor de raadsleden om met hun account van het bestuur in te loggen op een ander toestel dan de laptop of tablet die ter beschikking gesteld is.

          Wanneer het mandaat ten einde komt, hebben de raadsleden 7 dagen tijd om het toestel terug te bezorgen en eventuele private berichten, die toch in de mailbox terechtgekomen zouden zijn, te wissen. Het is verboden om informatie en berichten te wissen die rechtstreeks of onrechtstreeks te maken hebben met het raadslidmaatschap of de gemeente. Er wordt door de ICT-dienst een back-up gemaakt van de gegevens op de laptop en in de mailbox. Deze back-up is enkel raadpleegbaar nadat de OCMW-raad of de OCMW-raad daartoe expliciet beslist. Dat kan enkel in uitzonderlijke en gemotiveerde situaties.

          Art. 28

          §1.

          OCMW-raadsleden kunnen de kosten van studiedagen of vormingscursussen, (ingericht door overheidsinstanties, onderwijsinstellingen of de VVSG), terugvorderen van het gemeentebestuur, voor zover deze cycli of studiedagen noodzakelijk of verrijkend zijn voor de uitoefening van hun mandaat. Deze kosten moeten worden verantwoord met bewijsstukken.

          De terugvorderbare kosten mogen niet buitensporig zijn en moeten vergelijkbaar zijn met deze van vormingsinitiatieven voor gemeente- en OCMW-personeel. Ze betreffen in principe enkel vormingscycli of studiedagen in het binnenland. Voor buitenlandse bezoeken geeft het bureau van de raad een voorafgaand advies.

          Er worden geen kosten vergoed voor het behalen van bijkomende diploma’s.

          De relevantie en de kostprijs van de vorming worden beoordeeld door de algemeen directeur in overleg met de vormingsambtenaar.

          §2.

          Terugbetaling van bijkomende kosten veroorzaakt door een specifieke gezinssituatie wegens aanwezigheid op een raads- of commissievergadering, is mogelijk. Een verzoek tot terugbetaling met verantwoordingsstukken kan worden ingediend bij de algemeen directeur.

          Verplaatsingskosten van raadsleden, noodzakelijk voor de uitoefening van hun mandaat, worden door het gemeentebestuur terugbetaald na voorlegging van bewijsstukken, op basis van de wettelijk vastgestelde tarieven.

          Jaarlijks wordt een overzicht gemaakt van de terugbetaling van de kosten van de mandatarissen. Dat document is openbaar.

          §3.

          De gemeente sluit een verzekering af om de burgerlijke aansprakelijkheid, met inbegrip van de rechtsbijstand, te dekken die bij de normale uitoefening van hun mandaat persoonlijk ten laste komt van de OCMW-raadsleden.

          De gemeente sluit naast de verzekering, vermeld in het eerste lid, de volgende verzekeringen af:

          • een verzekering om de bestuurdersaansprakelijkheid te dekken die persoonlijk ten laste komt van OCMW-raadsleden bij de normale uitoefening van hun mandaat, als ze de gemeente vertegenwoordigen als lid van de raad van bestuur of als dagelijks bestuurder in een rechtspersoon indien die rechtspersoon geen bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering heeft afgesloten voor de vertegenwoordigende mandataris;
          • een verzekering voor ongevallen die de OCMW-raadsleden overkomen in het kader van de normale uitoefening van hun mandaat.
        • Deontologische code OCMW-raad - aanpassing.

          Aanwezig: Roland Strouven, Voorzitter van de raad
          Jo Roggen, Chris Jamar, Stijn Doms, Eva Prouvé, leden vast bureau
          Danny Ruysen, Voorzitter bijzonder comité sociale dienst
          Ingrid Claes, Elke Allard, Kevin Huybrechts, Nadia Najem, Kris Swinnen, Katrien Weckx, Herman Cox, Tom Droogmans, Tony Leyssens, OCMW-raadsleden
          Herman Stiers, Algemeen directeur
          Verontschuldigd: Rita Soetaerts, Joke Debehets, OCMW-raadsleden

          De OCMW-raad

          Juridische basis
          1. Het decreet lokaal bestuur, inzonderheid art. 39  en 74.
          Voorgaande
          1. De OCMW-raadsbeslissing van 28 oktober 2019 houdende "Deontologische code gemeenteraad.".
          Probleemstelling

          De OCMW-raad dient een deontologische code vast te stellen.

          Motivering

          Op basis van het modelreglement van de Vereniging van Vlaamse steden en gemeenten (VVSG) werd er door een werkgroep van de OCMW-raad samengesteld uit vertegenwoordigers van elke fractie en onder leiding van de voorzitter een ontwerp van deontologische code opgesteld.

          Publieke stemming
          Aanwezig: Roland Strouven, Jo Roggen, Chris Jamar, Stijn Doms, Eva Prouvé, Danny Ruysen, Ingrid Claes, Elke Allard, Kevin Huybrechts, Nadia Najem, Kris Swinnen, Katrien Weckx, Herman Cox, Tom Droogmans, Tony Leyssens, Herman Stiers
          Voorstanders: Roland Strouven, Jo Roggen, Chris Jamar, Stijn Doms, Eva Prouvé, Danny Ruysen, Ingrid Claes, Elke Allard, Kevin Huybrechts, Nadia Najem, Kris Swinnen, Katrien Weckx, Herman Cox, Tom Droogmans, Tony Leyssens
          Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.

          De deontologische code als volgt op te stellen:

          Art. 1 – Voorkomen van (de schijn van) belangenvermenging en cliëntelisme

          §1.

          Een lokale mandataris staat in al zijn handelen, in het besluitvormingsproces en in het contact met burgers, steeds in dienst van het algemeen belang.

          §2.

          Een lokale mandataris gaat actief en uit zichzelf alle vormen van belangenvermenging (en de schijn ervan) tegen. Dit betekent dat:

          • een lokale mandataris de (in de regelgeving bepaalde) met het ambt onverenigbare functies niet vervult en erover waakt geen verboden handelingen uit te voeren of verboden overeenkomsten aan te gaan;
            Onverenigbaarheden: Decreet Lokaal Bestuur, Art. 10
            Verboden handelingen: Decreet Lokaal Bestuur, Art. 27, §2
          • een lokale mandataris niet deelneemt aan een bespreking en stemming, noch probeert het proces van besluitvorming in een andere fase van de besluitvorming in zijn voordeel te beïnvloeden, wanneer er sprake is van een beslissing waarbij belangenvermenging speelt;
            Gedrag bij stemming en beraadslaging: Decreet Lokaal Bestuur, Art. 27 §1 en §4
            Gedrag bij stemming en beraadslaging: Wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten, Art. 6
            Gedrag bij stemming en beraadslaging: Burgerlijk Wetboek, Art. 1596
          • een lokale mandataris bij contacten met de burger het algemeen belang vooropstelt en niet de schijn wekt dat door politieke tussenkomst particuliere belangen (kunnen) begunstigd worden (cliëntelisme).

          §3.

          Een lokale mandataris vervult de rol van aanspreekpunt en informatiebemiddelaar voor de burger steeds op neutrale basis, zonder persoonlijke bevoordeling van een of meerdere burgers in een dossier dan wel het wekken van de schijn daarvan.

          §4.

          Ter voorkoming van overschrijding van de onder 1.1 en 1.2 beschreven normen, engageren alle mandatarissen zich tot het aanleveren, en up-to-date houden van de volgende gegevens bij de algemeen directeur:

          • een lijst van alle betaalde en onbetaalde mandaten en bestuurlijke nevenfuncties;
          • een lijst waarin zijn opgenomen: de substantiële financiële belangen (bijvoorbeeld aandelen of opties) in een onderneming waarmee de gemeente zaken doet of waarin de gemeente een belang heeft.

          De aangelegde lijsten zijn op aanvraag door de lokale mandatarissen in te kijken bij de algemeen directeur.

          §5.

          Ter voorkoming van overschrijding van de norm beschreven onder § 3 zorgt de algemeen directeur ervoor dat dossierbehandelende personeelsleden alle tussenkomsten opnemen in het desbetreffende administratieve dossier. Louter informatieve vragen of vragen/tussenkomsten van uitvoerende mandatarissen in het kader van hun functionele en hiërarchische relaties met de behandelende personeelsleden of diensten, vallen daarbuiten.

           

          Toelichting bij belangenvermenging en de schijn ervan

          Belangenvermenging betekent dat het algemeen belang wordt vermengd met het rechtstreekse belang van de mandataris, hetzij persoonlijk, hetzij als vertegenwoordiger, hetzij via het persoonlijke belang van de huwelijkspartner, van de wettelijke samenwonende partner, of van bloed- en aanverwanten tot en met de vierde graad van de mandataris. Hierdoor is de zuiverheid van besluitvorming of handelen in het algemeen belang niet langer gewaarborgd. Niet alleen feitelijke belangenvermenging, maar ook de schijn ervan moeten worden vermeden.

          Een aantal termen vragen om verduidelijking:

          ‘Belang’: niet alleen financiële maar ook ‘morele’ belangen worden hieronder verstaan. Bijvoorbeeld: de OCMW-raad beslist over het tot bouwgrond maken van het stukje natuur palend aan de tuin van de mandataris.

          ‘Rechtstreeks belang’: een belang van de mandataris dat wordt bevorderd of benadeeld door een voorliggende beslissing. De vraag moet gesteld worden: kan iemand nog met redelijke zekerheid objectief aanwezig zijn/meebeslissen in een bestuursorgaan? Bijvoorbeeld: in de raad wordt over extra financiële ondersteuning beslist voor de sportclub waarvan een lokale mandataris de voorzitter is.

          ‘Persoonlijk belang’: het moet gaan om een belang dat gebonden is aan de persoon van de mandataris. Dit in tegenstelling tot een collectief belang dat overlapt met het belang van de mandataris. Bijvoorbeeld: de mandataris die een auto bezit mag wél meestemmen over het parkeerbeleid in de gemeente.

          ‘De schijn van’: niet zozeer het toevallige beeld van de burger is hierbij leidend. Het gaat erom dat bepaalde gedragingen van de lokale mandataris het voor de burger aannemelijk maken dat deze mandataris in de verleiding kan komen om de belangen te vermengen. Bijvoorbeeld: een mandataris is jongerenbegeleider. Vanwege overlast wordt de locatie waar de mandataris werkt mogelijk gesloten. De mandataris start een petitie en stuurt een ingezonden brief naar de krant. De mandataris neemt vervolgens ook deel aan de beraadslaging en stemming over de sluiting van de locatie. De in Art. 1.3 vastgelegde verplichting gaat verder dan de bestaande wetgeving. De OCMW-raad ziet het aanleveren van deze gegevens als een beschermmaatregel voor de mandatarissen. Naast het feit dat transparantie op belangen en netwerken mogelijke suggestieve aantijgingen ontmoedigt, zal deze er ook voor zorgen dat mandatarissen elkaar gemakkelijker waarschuwen bij mogelijke risico’s op belangenvermenging

          Toelichting bij cliëntelisme en de schijn ervan

          Lokale mandatarissen zijn een aanspreekpunt voor burgers. Mandatarissen kunnen hen de geijkte paden wijzen of hun ongenoegen over de werking van het lokaal bestuur aanhoren. Er zitten echter grenzen aan deze rol. Die grens wordt getrokken bij cliëntelisme: een vorm van politieke klantenbinding door het aanbieden of uitvoeren van diensten en hulp aan individuele burgers met het doel de stem van die burger te winnen. In essentie zet een mandataris zich in die gevallen in voor het particulier belang en niet het algemeen belang.

          Er wordt dan ook wel gesproken over ‘dienstbetoon’. Tussenkomsten om dossiers te bespoedigen dan wel te beïnvloeden vallen hier bijvoorbeeld onder.

           

          Art. 2 – Tegengaan van oneigenlijke beïnvloeding en de schijn ervan

          §1

          Een lokale mandataris mag zijn invloed en stem niet laten kopen of beïnvloeden door, noch aanbieden voor geld, goederen, diensten of andere gunsten die hem gegeven of beloofd werden.

          Regelgeving inzake corruptie: Strafwetboek, Art. 245

          §2

          Een lokale mandataris moet actief en uit zichzelf de schijn van beïnvloeding en partijdigheid tegengaan. De mandataris doet dit door:

          • geen geschenken, diensten of andere voordelen te aanvaarden, behalve diegene die van een geringe geldwaarde zijn (zoals een bloemetje) en waarbij het beeld van beïnvloeding minimaal is;
          • niet in te gaan op uitnodigingen betaald door anderen, behalve als deze direct relevant zijn voor de goede invulling van het ambt, functioneel zijn opgezet en van (relatief) beperkte waarde zijn. Bovendien houdt de mandataris rekening met de timing en context waarbinnen de uitnodiging wordt gedaan, met het doel de schijn van beïnvloeding te minimaliseren.

          §3

          Het geven van geschenken aan, dan wel het uitnodigen van derden gebeurt nooit in eigen naam, maar altijd in naam van het lokaal bestuur. Daarbij zal men er steeds waakzaam voor zijn alle vormen van partijdigheid, bevoordeling en/of uitsluiting te vermijden.

          §4

          Ter bevordering van de transparantie en het voorkomen van enige schijn van beïnvloeding spreken de mandatarissen onderling af dat:

          • geschenken met een meer dan geringe geldwaarde die toch bij een mandataris in het bezit komen, worden gemeld aan de algemeen directeur. De mandataris meldt het hoe dan ook wanneer een geschenk op het thuisadres wordt afgeleverd. De algemeen directeur registreert de giften en geeft ze in alle transparantie een bestemming binnen het lokaal bestuur. Buitensporige geschenken worden alsnog teruggestuurd.
          • uitnodigingen die bestemd zijn voor de gehele OCMW-raad, door de OCMW-raad worden beoordeeld. Het is de raad als geheel die de uitnodiging accepteert dan wel afwijst. 

          Toelichting 

          Burgers wensen mandatarissen die met de voeten in de figuurlijke klei staan. Het is dan ook niet ongewoon dat mandatarissen aanwezig zijn bij festivals of sportwedstrijden e.d.m. Hiervoor ontvangen ze veelal ook een uitnodiging. Net als de (meestal kleine) geschenken die een mandataris kan ontvangen, zullen de meeste mandatarissen aangeven dat deze hun besluitvorming niet zomaar zullen beïnvloeden. Toch moet men opletten. Beïnvloeding werkt subtiel en de meeste mensen zullen er onbewust na verloop van tijd toch gevoelig aan raken. Belangrijker nog: een mogelijk onschuldig geschenk of een gepaste uitnodiging kan nog altijd een negatieve reactie opwekken. De schijn van beïnvloeding is nooit ver weg, vooral niet in dossiers waarover veel te doen is. Daarom moeten mandatarissen ook rekening houden met het moment waarop en de context waarin een geschenk of uitnodiging wordt overhandigd. Een geschenk in ontvangst nemen tijdens de onderhandelingsfase bij een gunning of op een uitnodiging ingaan voor een bezoek aan een uiterst gecontesteerd initiatief, kan onverstandig zijn, omdat het een schijn van beïnvloeding nalaat.

           

          Art. 3 – Verantwoord gebruik van faciliteiten en middelen van het lokaal bestuur 

          Terugbetaling en verantwoording kosten: Besluit van de Vlaamse regering van 6 juli 2018 houdende het statuut van de lokale mandataris, Art. 35

          §1

          Een lokale mandataris gebruikt de voorzieningen en eigendommen van het lokaal bestuur niet voor privédoeleinden.

          §2

          Lokale mandatarissen gaan verantwoord en op een sobere wijze om met de publieke middelen en vergoedingen die tot hun beschikking staan.

          §3

          Lokale mandatarissen die gebruik maken van de onkostenvergoedingen leggen hier op een transparante wijze en volgens de afgesproken procedure verantwoording over af.

          Bepaling van en procedure voor terugbetaling specifieke kosten (huishoudelijk reglement): Decreet Lokaal Bestuur, Art. 38

          §4

          De algemeen directeur rapporteert jaarlijks over de gedeclareerde onkostenvergoedingen aan de OCMW-raad.

          Art. 4 – Zorgvuldige omgang met informatie

          §1

          De lokale mandataris bewaakt het geheime karakter en de vertrouwelijkheid van informatie. Dit betekent dat de mandataris:

          • het beroepsgeheim eerbiedigt wanneer hij kennisneemt van geheime informatie;
            Beroepsgeheim: Strafwetboek, Art. 458
          • zich gebonden weet door de geheimhoudingsplicht voor de feiten, meningen en overwegingen gedeeld tijdens een besloten vergadering.
            Geheimhoudingsplicht: Decreet Lokaal Bestuur, Art. 29, §4
            Openbaarheid van de vergadering: Decreet Lokaal Bestuur, Art. 2Vertrouwelijkheid van informatie: Wet van 27 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten, Art. 10, §2
            Gegevensbescherming: Algemene Verordening
            Gegevensbescherming van 27 april 2016
          • Een uitzondering kan worden gemaakt wanneer de wet de openbaarheid voorschrijft.
            Toegang tot bestuursdocumenten: Bestuursdecreet, art. II.26 e.v.

          §2

          Lokale mandatarissen gaan discreet en voorzichtig om met de informatie waartoe zij toegang hebben. Dit houdt onder andere in dat de mandataris:

          • over (nog) niet openbare informatie niet communiceert;
          • feiten en omstandigheden ten aanzien van derden in de juiste context plaatst.

          §3

          Lokale mandatarissen gebruiken de informatie waartoe zij toegang hebben vanuit hun ambt nooit voor het eigen belang of voor het persoonlijke of zakelijke belang van derden.

           

          §4

          Lokale mandatarissen zijn open en eerlijk over de redenen en inzichten op basis waarvan zij hun stem uitbrengen.

          §5

          Voor de eenduidigheid en transparantie over informatieaanvraag, -ontvangst en deling spreken de lokale mandatarissen af dat communicatie die verband houdt met de concrete afhandeling van dossiers, steeds via hun officieel emailadres verloopt

          Art. 5 – Respectvolle omgang met anderen

          §1

          Lokale mandatarissen gaan op respectvolle wijze om met elkaar, de algemeen directeur en andere personeelsleden, evenals met de burgers, in woord, gebaar en geschrift.

          §2

          Lokale mandatarissen zaaien geen twijfel over elkaars integriteit. Zij erkennen en bevestigen elkaar actief in hun streven naar het dienen van het algemeen belang vanuit hun ambt, rol en politieke kleur.

          §3

          Lokale mandatarissen onthouden zich in het openbaar, dus ook in openbare raads- en commissievergaderingen, van negatieve uitlatingen over individuele personeelsleden.

          §4

          Een lokale mandataris staat op dezelfde gewetensvolle manier ten dienste van alle burgers, zonder onderscheid van geslacht, geaardheid, huidskleur, afstamming, sociale stand, nationaliteit, filosofische en/of religieuze overtuiging, ideologische voorkeur of persoonlijke gevoelens. 

          §5

          Bij onenigheid in de onderlinge omgang of de gang van zaken tijdens of buiten vergaderingen gaan mandatarissen, mogelijk onder begeleiding, in eerste instantie het gesprek aan met elkaar. 

          Toelichting 

          Waar liggen de grenzen binnen het politieke spel? Een grap kan nog. Een verhitte discussie kan voorvallen wanneer de dossiers ergens over gaan. Kritiek kan worden geleverd op de resultaten van beleid in de praktijk.  De integriteit van een collega-mandataris in het publiek betwijfelen, een schepen seksistisch toespreken, een personeelslid met naam en toenaam aan de publieke schandpaal nagelen, … zijn dan weer evidente voorbeelden die de grenzen overschrijden. Ook in het heetst van de politieke strijd moeten lokale mandatarissen beseffen dat dergelijk gedrag schadelijk is voor de geloofwaardigheid van het lokaal bestuur en op termijn nefaste gevolgen kan hebben voor de kwaliteit van het gezamenlijke proces van besluitvorming.

           

          Deel 3: Naleving en Handhaving

          Art. 6 en 7: Het voorkomen van mogelijke schendingen 

          Art. 6

          Wanneer een lokale mandataris twijfelt of een eigen handeling een overtreding van de code zou kunnen zijn, moet dit bespreekbaar gemaakt kunnen worden. Dit kan zijn binnen de eigen fractie, met een collega-mandataris, met de algemeen directeur of eventueel met een externe deskundige, zoals een medewerker van de VVSG (contactformulier VVSG).

          Art. 7

          Wanneer een lokale mandataris twijfelt over een nog niet uitgevoerde handeling van een andere lokale mandataris, dan waarschuwt hij die persoon, mogelijk met het advies om informatie in te winnen bij de algemeen directeur of een medewerker van de VVSG (contactformulier VVSG).

          Art. 8 en 9: Het signaleren van vermoedens van schendingen van de deontologische code

          Art. 8

          Wanneer een lokale mandataris eraan twijfelt of een regel van de deontologische code is overtreden door een andere lokale mandataris, dan kaart de mandataris dit bij voorkeur aan bij de mandataris in kwestie. Indien er goede redenen zijn om dit niet te doen, dan zal de mandataris de kwestie voorleggen aan de algemeen directeur of een medewerker van de VVSG (contactformulier VVSG). 

          Al dan niet na een gesprek met de algemeen directeur of een medewerker van de VVSG, kan de mandataris overgaan tot een formele melding bij de voorzitter van de deontologische commissie. Vanaf dit moment start het formele handhavingsproces onder mandaat van de deontologische commissie.

          Art. 9

          De volgende personen kunnen een melding van een schending van de deontologische code doen bij de deontologische commissie:

          • alle lokale mandatarissen van het lokaal bestuur;
          • de algemeen directeur, indien de algemeen directeur zelf een vermoeden van een schending heeft, dan wel in naam van een personeelslid van het lokaal bestuur.

          Toelichting 

          De deontologische commissie is een commissie ‘van, voor en door’ mandatarissen. Om deze reden kunnen alleen zij formeel een melding doen. Gegeven de rol van de algemeen directeur, zal ook deze de mogelijkheid hebben een melding te maken. Dit sluit niet uit dat eventuele vermoedens van schendingen via andere kanalen aangebracht kunnen worden (denk aan burgers, de klachtencoördinator, …) bij een van de personen die een formele melding kunnen doen.

          Burgers, leveranciers en anderen die een klacht willen indienen, verwijzen we graag door naar de daarvoor bestemde procedure.

           

          Art. 10,11, 12, 13, 14 en 15 : Het duiden en onderzoeken van vermoedens van schendingen van de deontologische code.

          Art. 10

          De OCMW-raad richt een deontologische commissie op  voor de OCMW-raad.

          Het doel van de deontologische commissie is eerst en vooral het bevorderen van het zelfcorrigerend vermogen van het lokaal bestuur.

          In de deontologische code worden de volgende zaken vastgelegd over de deontologische commissie:

          a. samenstelling

          b. bevoegdheid

          c. werking 

          a. Samenstelling

          • Het aantal leden van de deontologische commissie bedraagt 1 per fractie en evenveel als het aantal fracties in de OCMW-raad, aangevuld met de voorzitter van de OCMW-raad, die wordt toegevoegd als voorzitter van de deontologische commissie. Onafhankelijke raadsleden zijn geen onderdeel van een fractie en zijn niet vertegenwoordigd in de deontologische commissie.
          • Bij aanmelding van meer dan één fractielid beslist de raad welk fractielid zal zetelen in de deontologische commissie. 
          • Iedere fractie draagt één of meer plaatsvervangers voor, in geval een lid van de commissie afwezig is of betrokken is bij een voorliggende zaak.
            • Gaat het om een mogelijke schending van de code door een lid van de commissie, dan wordt tijdens de hele procedure daarover het lid vervangen door een plaatsvervanger in de volgorde waarin ze door de fractie werden voorgedragen.
            • Gaat het om een mogelijke schending van de code door de voorzitter van de commissie, dan wordt tijdens de hele procedure daarover de voorzitter vervangen conform de procedure beschreven in art. 7, § 5, derde lid van het Decreet Lokaal Bestuur.
            • De leden van de deontologische commissie zijn lokale mandatarissen uit het eigen lokaal bestuur.
            • Elke fractie wijst het mandaat in de commissie toe met een voordracht gericht aan de voorzitter van de OCMW-raad.
            • De leden van de deontologische commissie leggen een vertrouwelijkheids- en neutraliteitsverklaring af.
            • De deontologische commissie kan externe expertise inroepen wanneer dit nodig wordt geacht. De inschatting of dit nodig is wordt bij de algemeen directeur gelegd, die hierin zelfstandig kan handelen.
            • De algemeen directeur vervult de rol van secretaris in de deontologische commissie en voert onder mandaat van de commissie de ontvankelijkheidstoets en het vooronderzoek uit, mogelijk ondersteund door interne en/of externe specialisten.
            • Wanneer de algemeen directeur zelf betrokken is bij een melding, dan wel om legitieme redenen geen rol kan spelen in het proces, zal deze worden vervangen door het daartoe aangewezen personeelslid. Het vooronderzoek kan indien noodzakelijk ook extern worden gevoerd.

           

          b. Bevoegdheid 

          • Het geven van adviezen en aanbevelingen aan de raad over de inhoud van deze code met het oog op het bijsturen ervan of op de toepassing van de code op een voorliggend vraagstuk.
          • Het opmaken van een jaarlijks verslag ter voorbereiding op de evaluatie van de deontologische code door de OCMW-raad (zie art. 18).
          • Het ontplooien van initiatieven en opleidingen ter sensibilisering op thema’s rondom integriteit, deontologie en de deontologische code.
          • Het zelf uitvoeren, dan wel mandateren, van de voorgeschreven stappen in het proces, van melding tot en met afronding van een melding van een vermoeden van schending van de code.
          • Het formuleren van een gemotiveerd advies aan de raad over het vermoeden van een schending van deze code door een mandataris.

          c. Werking

          • De commissie vergadert twee keer per jaar.
          • De voorzitter van de deontologische commissie is verantwoordelijk voor de oproeping en stelt de agenda op. 
          • De voorzitter roept de commissie in ieder geval bijeen wanneer dat nodig is conform art. 14 van deze code.
          • De commissie streeft naar unanimiteit in haar oordeel. Als dit niet mogelijk blijkt, zal er hoofdelijk worden gestemd. Een simpele meerderheid volstaat dan.
          • De voorzitter van de commissie heeft geen stemrecht in de deontologische commissie, behalve wanneer de commissie gelijk verdeeld is in haar oordeel. Dan heeft de voorzitter de doorslaggevende stem.
          • De vergaderingen van de deontologische commissie zijn niet openbaar.
          • Eventuele communicatie vanuit de deontologische commissie vindt altijd en alleen plaats via de voorzitter van de commissie.

          Toelichting

          De leden van de deontologische commissie worden verzocht neutraal en objectief te oordelen over meldingen van vermoedens van schendingen. Om deze reden wordt ervoor gekozen de verhoudingen in de commissie niet de verhoudingen in de OCMW-raad te laten volgen, maar om iedere fractie één lid voor te laten dragen. Uitzonderlijk zal de fractie die de voorzitter voordraagt twee leden hebben in de commissie. Om de balans tussen de fracties te bewaken zal de voorzitter daarom geen stemrecht hebben, behalve dan wanneer er een gelijke verdeling van stemmen is.

          Art. 11

          De deontologische commissie mandateert de algemeen directeur om een ontvankelijkheidstoets uit te voeren. De algemeen directeur kan daarin bijgestaan worden door interne en/of externe experten.

          Om de ontvankelijkheid te onderzoeken zal altijd een gesprek plaatsvinden met de melder. Een melding is ontvankelijk wanneer aan alle volgende voorwaarden is voldaan:

          • de melding betreft een individuele (zittende) lokale mandataris;
          • het staat vast dat het gaat om een vermoedelijke schending van de deontologische code (en niet bijvoorbeeld om een schending binnen de privésfeer);
          • de melding is voldoende betrouwbaar en concreet (er wordt gekeken naar de kwaliteit van de bron(nen) en de feitelijkheid van de melding);
          • de melding is in alle redelijkheid onderzoekbaar en heeft onderzoek nodig (niet alle vermoedens zijn onderzoekbaar of vragen om onderzoek - denk aan een schending van art. 5 (interpersoonlijke schendingen), waarbij geen getuigen van het voorval aanwezig zijn).

          Iedere melding wordt vertrouwelijk behandeld. In deze fase is de naam van de melder en degene over wie de melding gaat slechts bekend bij de leden van de deontologische commissie en bij de eventueel door de algemeen directeur aangestelde experten.

          Art. 12

          De algemeen directeur formuleert een ontvankelijkheidsadvies en stuurt dit, inclusief de onderliggende stukken die deel uitmaken van het advies, aan de leden van de commissie ter beoordeling. Indien de leden van de deontologische commissie niet binnen de tien werkdagen bezwaar maken op het advies, dan wordt het advies over de ontvankelijkheid formeel omgezet in een beslissing van de deontologische commissie, als uiteindelijk verantwoordelijke voor de beslissing. Indien één lid bezwaar aantekent tegen het advies van de algemeen directeur, zal de deontologische commissie bijeenkomen voor de bespreking en beoordeling van het advies.

          Wanneer het advies luidt dat een melding ontvankelijk is, neemt de algemeen directeur de onderzoeksvraag op in het advies aan de deontologische commissie.

          Wanneer een melding niet-ontvankelijk is, betekent dit meteen het einde van de formele procedure. De melder wordt hierover schriftelijk geïnformeerd door de algemeen directeur, in naam van de deontologische commissie.

          Een melder kan een melding ook zelf intrekken. Wanneer het om een interpersoonlijke schending gaat, betekent dit in principe het einde van de formele procedure. Bij een schending van de andere gedragsregels (bijvoorbeeld belangenvermenging) zal de formele procedure door blijven lopen. De melding is in dit geval niet gebonden aan degene die de melding doet.

          Art. 13

          Bij een ontvankelijke melding start de algemeen directeur, onder mandaat van de commissie, een vooronderzoek. De algemeen directeur kan zich hierbij door interne en/of externe experten bij laten staan.

          De vermeende schender wordt schriftelijk op de hoogte gesteld van het vooronderzoek door de algemeen directeur, behalve wanneer de commissie acht dat dit het vooronderzoek kan schaden. De vermeende schender wordt erop gewezen dat deze zich tijdens het proces mag laten bijstaan door een raadspersoon naar keuze. 

          De commissie bepaalt waaruit het vooronderzoek zal bestaan. Het vooronderzoek bestaat in ieder geval uit:

          • het in kaart brengen van de feitelijke situatie waarop de melding van toepassing is;
          • het nagaan van de beschikbaarheid van relevante (administratieve en feitelijke) informatie;
          • het nagaan van de relevante regelgeving;
          • een gesprek met de vermeende schender, behalve wanneer dit het vooronderzoek kan schaden.

          Art. 14

          De algemeen directeur brengt schriftelijk advies uit aan de deontologische commissie op basis van het vooronderzoek. 

          Het conceptadvies wordt eerst ter lezing voorgelegd aan de voorzitter van de commissie.

          Vervolgens wordt het concept ter inzage voorgelegd aan de vermeende schender, zodat deze de kans heeft schriftelijke opmerkingen te formuleren bij het conceptadvies. Deze opmerkingen worden als bijlage toegevoegd aan het schriftelijk advies aan de commissie. 

          Het advies van de algemeen directeur, waarover de deontologische commissie beraadslaagt, beslaat in principe vijf mogelijke scenario’s waarop de commissie zich zal richten:

          1. Er zijn geen gronden gevonden voor een verder onderzoek of oordeel, of de melding betreft een dusdanige milde vorm van een schending dat ze afgedaan kan worden met het individueel aanspreken van de vermeende schender. 
          2. De vermeende schender heeft de schending erkend, zodat verder onderzoek door de commissie niet nodig is. De commissie wordt geadviseerd het dossier formeel af te sluiten en te komen tot een inschatting van de ernst van de schending.
          3. Er zijn voldoende gronden om te spreken van een deontologische schending. De deontologische commissie wordt geadviseerd om tot een eigen toetsing van de schending te komen en een inschatting te maken van de ernst.
          4. Er zijn voldoende gronden om te spreken van een deontologische schending. Er is echter nood aan verder onderzoek. De commissie wordt geadviseerd over de onderzoeksvraag, wie het onderzoek zou moeten opstarten/uitvoeren (de Vlaamse Regering/de provinciegouverneur, Audit Vlaanderen, een integriteitsspecialist, …) en wat de termijnen zijn.
          5. Er is een gegrond vermoeden van een strafrechtelijk vervolgbaar feit. De deontologische commissie wordt geadviseerd een zelfstandige beslissing te nemen om de melding neer te leggen bij de politie/het parket.

          Art. 15

          De deontologische commissie oordeelt op basis van het advies van de algemeen directeur over de te nemen vervolgstappen.

          De melder en de vermeende schender hebben het recht om in deze fase te worden gehoord door de deontologische commissie. Voor beiden geldt dat zij zich in deze kunnen laten bijstaan door een raadspersoon. Geen van de partijen is verplicht zich te laten horen.

          De commissie kan in het kader van het vooronderzoek ook getuigen horen.

          Na het bestuderen van het advies van de algemeen directeur en het horen van de betrokkenen bespreekt de commissie het vermoeden van schending en wordt een gemotiveerd advies overgemaakt aan de OCMW-raad.   

          De wijze van communiceren vanuit de OCMW-raad over de voorliggende zaak is onderdeel van het advies van de deontologische commissie.

          Indien de deontologische commissie een schending heeft vastgesteld – omdat de schender deze heeft toegegeven of omdat ze uit het onderzoek is gebleken – dan neemt ze in haar advies ook de meest passende, proportionele vorm van afhandeling op, inclusief een beschrijving van de verzwarende en verzachtende omstandigheden bij het voorstel van afhandeling.

          Er wordt een uitzondering gemaakt op deze regel wanneer:

          • er eerst een vervolgonderzoek nodig wordt geacht. Dit vraagt om beoordeling van de rapportage op het vervolgonderzoek.
          • er melding wordt gedaan bij de Vlaamse Regering/Audit Vlaanderen, dan wel wanneer er een politionele aangifte is gedaan. In dit geval informeert de commissie de OCMW-raad over de genomen stap.

          De commissie streeft in haar oordeel naar unanimiteit. Een simpele meerderheid van uitgebrachte stemmen volstaat om tot een oordeel te komen. Indien er evenveel stemmen voor als tegen een oordeel zijn, dan heeft de voorzitter de doorslaggevende stem.

          Een lid van de commissie kan ervoor kiezen een afwijkend standpunt op te tekenen en, met het advies aan de OCMW-raad, mee te sturen.

          Art. 16 en 17: Het zich uitspreken over schendingen van de deontologische code 

          Art. 16

          De OCMW-raad beoordeelt of een mandataris een schending heeft begaan. Hij doet dit op basis van het gemotiveerd advies van de deontologische commissie. 

          Als de raad beslist om af te wijken van het advies, dan moet de vermeende schender de kans krijgen om zich tijdens de besloten zitting van de OCMW-raad uit te spreken over de beslissing.

          Wanneer de OCMW-raad vaststelt dat de deontologische code geschonden werd door een mandataris van de gemeente, dan kan de raad:

          • het gedrag van de mandataris uitdrukkelijk afkeuren;
          • vragen dat de mandataris zich publiekelijk verontschuldigt;
          • een dossier overmaken aan de Vlaamse regering zodat die een tuchtonderzoek kan instellen bij kennelijk wangedrag of grove nalatigheid van of door de burgemeester, een schepen, een districtsburgemeester, een districtsschepen, de raadsvoorzitter of de voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst.

          Art. 17

          Via de OCMW-raadsvoorzitter en de burgemeester communiceert de OCMW-raad over haar oordeel en (indien mogelijk) de gronden daarvan. De deontologische commissie adviseert de OCMW-raad voor haar communicatie.

          Art. 18: Het evalueren van de deontologische code

          Minimaal één keer per bestuursperiode evalueert de raad de deontologische code. De raad vraagt daarvoor eerst advies aan de deontologische commissie. Daarbij wordt onder meer bekeken of de code nog actueel is, of ze nog goed werkt en of ze nageleefd wordt.

        • Deontologische commissie OCMW-raad - oprichting.

          Aanwezig: Roland Strouven, Voorzitter van de raad
          Jo Roggen, Chris Jamar, Stijn Doms, Eva Prouvé, leden vast bureau
          Danny Ruysen, Voorzitter bijzonder comité sociale dienst
          Ingrid Claes, Elke Allard, Kevin Huybrechts, Nadia Najem, Kris Swinnen, Katrien Weckx, Herman Cox, Tom Droogmans, Tony Leyssens, OCMW-raadsleden
          Herman Stiers, Algemeen directeur
          Verontschuldigd: Rita Soetaerts, Joke Debehets, OCMW-raadsleden

          De OCMW-raad

          Juridische basis
          1. Het decreet lokaal bestuur, inzonderheid art. 39 en 74.
          2. De OCMW-raadsbeslissing van 27 april 2026 houdende "Deontologische code OCMW-raad- aanpassing."
          Voorgaande
          1. De gemeenteraadsbeslissing van 27 april 2026 houdende "Deontologische code OCMW-raad - aanpassing.".
          Probleemstelling

          De OCMW-raad dient een deontologische commissie op te richten.

          Motivering

          Het doel van de deontologische commissie is eerst en vooral het bevorderen van het zelfcorrigerend vermogen van het lokaal bestuur.

          De werking wordt geregeld in de deontologische code.

          Het aantal leden van de deontologische commissie bedraagt 1 per fractie en evenveel als het aantal fracties in de gemeenteraad, aangevuld met de voorzitter van de OCMW-raad, die wordt toegevoegd als voorzitter van de deontologische commissie. Onafhankelijke raadsleden zijn geen onderdeel van een fractie en zijn niet vertegenwoordigd in de deontologische commissie.

          Elke fractie wijst het mandaat in de commissie toe met een voordracht gericht aan de voorzitter van de gemeenteraad. 

          Iedere fractie draagt één of meer plaatsvervangers voor.

          Volgende leden en plaatsvervangers werden voorgedragen:

          Open-Dorp: effectieve: Jo Roggen, plaastvervanger: Eva Prouvé.

          cd&v-PLUS: effectieve: Ingrid Claes, plaastvervanger: Herman Cox. 

          Vooruit: effectieve: Tom Droogmans, plaastvervanger: Elke Allard.

          De N-VA fractie bestaat slechts uit 1 raadslid, Kevin Huybrechts.

          N-VA: Kevin Huybrechts.

          Publieke stemming
          Aanwezig: Roland Strouven, Jo Roggen, Chris Jamar, Stijn Doms, Eva Prouvé, Danny Ruysen, Ingrid Claes, Elke Allard, Kevin Huybrechts, Nadia Najem, Kris Swinnen, Katrien Weckx, Herman Cox, Tom Droogmans, Tony Leyssens, Herman Stiers
          Voorstanders: Roland Strouven, Jo Roggen, Chris Jamar, Stijn Doms, Eva Prouvé, Danny Ruysen, Ingrid Claes, Elke Allard, Kevin Huybrechts, Nadia Najem, Kris Swinnen, Katrien Weckx, Herman Cox, Tom Droogmans, Tony Leyssens
          Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.

          De deontologische commissie als volgt op te richten:

          Open-Dorp: effectieve: Jo Roggen, plaastvervanger: Eva Prouvé.

          cd&v-PLUS: effectieve: Ingrid Claes, plaastvervanger: Herman Cox.

          Vooruit: effectieve: Tom Droogmans, plaastvervanger: Elke Allard.

          N-VA: Kevin Huybrechts.

          Voorzitter: Roland Strouven.

      • Personeel

        • Goedkeuring van de documenten gewijzigd in het kader van het revisietraject 2025 van het OFP Prolocus

          Aanwezig: Roland Strouven, Voorzitter van de raad
          Jo Roggen, Chris Jamar, Stijn Doms, Eva Prouvé, leden vast bureau
          Danny Ruysen, Voorzitter bijzonder comité sociale dienst
          Ingrid Claes, Elke Allard, Kevin Huybrechts, Nadia Najem, Kris Swinnen, Katrien Weckx, Herman Cox, Tom Droogmans, Tony Leyssens, OCMW-raadsleden
          Herman Stiers, Algemeen directeur
          Verontschuldigd: Rita Soetaerts, Joke Debehets, OCMW-raadsleden

          De OCMW-raad

          Juridische basis
          1. Het decreet lokaal bestuur, inzonderheid art. 77 en 78.
          2. De Wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid.
          3. De wet van 15 juni 2006 betreffende overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten, inzonderheid art. 2, 4°.
          4. De omzendbrief KB/ABB 2020/2 houdende “Sectoraal akkoord 2020 voor de lokale en provinciale besturen” dd. 28 mei 2020.
          5. Het kaderreglement tweede pensioenpijler contractanten dat met de representatieve vakorganisaties onderhandeld werd in het Vlaamse onderhandelingscomité C1 van 30 maart 2022.
          Voorgaande
          1. De beslissing van de OCMW raad van 28 december 2009 houdende "Aanvullende pensioenregeling contractuelen".
          2. De beslissing van de OCMW raad van 28 september 2020 houdende "Sectoraal akkoord 2020 - koopkrachtverhogende maatregelen - aanpassing rechtspositieregeling".
          3. De beslissing van de OCMW raad van 25 april 2022 houdende "Toetreding tot OFP Prolocus voor de tweede pensioenpijler"
          4. De gemeenteraadsbeslissing van 24 februari 2025 houdende "OFP Prolocus - vertegenwoordiging"
          Probleemstelling

          OFP PROLOCUS heeft in de eerste helft van 2025 een aantal  sleuteldocumenten herzien in het kader van haar revisietraject “passiva-zijde”[1], met name:
          -       Het financieringsplan ;
          -       De beheersovereenkomst;

          Het gaat voornamelijk om technisch-juridische aanpassingen, met als doel om de teksten beter te laten aansluiten bij de praktijk;

          Daarnaast werden er ook een aantal inhoudelijke wijzigingen, zoals bijvoorbeeld in de beheersovereenkomst :

          -       de transparante beschrijving van de aangepaste (goedkopere) kostenregeling;
          -       het inschrijven van een aantal aansprakelijkheidsbeperkingen n.a.v. een wijziging van het Burgerlijk Wetboek,
          -       het bepalen van een praktische regeling m.b.t. de verworven pensioenrechten van aangeslotenen van een fusiebestuur dat haar pensioenverplichtingen niet langer toevertrouwt aan het OFP Prolocus, enz. 

          en in het financieringsplan :

          -       het vervangen van een aantal niet-gebruikte RSZ-inningspercentages door andere RSZ-inningspercentages die moeten toelaten om in de toekomst voor een aantal besturen fijnmaziger te innen,
          -       beschrijving van de praktische toepassing van de pre-financiering bij fusies van besturen enz.



          [1] Dit is het revisietraject dat betrekking heeft op de pensioenverplichtingen ; in 2026 wordt het revisietraject met betrekking tot de “activa-zijde” (de assets) uitgevoerd.

          Motivering

          In het kader van het revisietraject werden ook een aantal technisch-juridische wijzigingen aan het Kaderreglement Tweede Pensioenpijler Contractanten (hierna “het Kaderreglement”) en aan het Bijzonder Reglement voorgesteld, hoofdzakelijk met als doel om het beheer van het DC-Plan te vereenvoudigen; 

          Het Kaderreglement zelf bepaalde dat het begin 2025 door de sociale partners moest geëvalueerd worden, met mogelijks een bijsturing tot gevolg.

          De voorgestelde wijzigingen aan het Kaderreglement werden besproken in het  Comité C1. 

          Bovenvermelde documenten werden goedgekeurd op de Raad van Bestuur van het OFP Prolocus van 23 mei 2025, en bekrachtigd werden op de Algemene Vergadering van 17 juni 2025.

          Het Kaderreglement werd goedgekeurd in het Protocol van Akkoord van 12 november 2025 van het Comité C1.

          In navolging van het bovenvermelde aan het bestuur gevraagd wordt om de wijzigingen aan haar Bijzonder Reglement goed te keuren, en om in te stemmen met de Bijlage bij de Toetredingsakte tot goedkeuring van de wijzigingen aan de beheersovereenkomst en het financieringsplan.

          Publieke stemming
          Aanwezig: Roland Strouven, Jo Roggen, Chris Jamar, Stijn Doms, Eva Prouvé, Danny Ruysen, Ingrid Claes, Elke Allard, Kevin Huybrechts, Nadia Najem, Kris Swinnen, Katrien Weckx, Herman Cox, Tom Droogmans, Tony Leyssens, Herman Stiers
          Voorstanders: Roland Strouven, Jo Roggen, Chris Jamar, Stijn Doms, Eva Prouvé, Danny Ruysen, Ingrid Claes, Elke Allard, Kevin Huybrechts, Nadia Najem, Kris Swinnen, Katrien Weckx, Herman Cox, Tom Droogmans, Tony Leyssens
          Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.

          Artikel 1

          Het bestuur heeft kennis genomen van de wijzigingen aan de beheersovereenkomst en het financieringsplan, alsook van het gewijzigde Kaderreglement en het in uitvoering daarvan gewijzigde Bijzonder Reglement.  

          Artikel 2

          Het bestuur keurt de wijzigingen aan haar Bijzonder Reglement goed.

          Artikel 3

          Het bestuur stemt in met de Bijlage bij de Toetredingsakte tot goedkeuring van de wijzigingen aan de beheersovereenkomst en het financieringsplan.

          Artikel 4

          Het bestuur geeft aan de voorzitter van de raad Roland Strouven en algemeen directeur Herman Stiers het mandaat om de Bijlage bij de Toetredingsakte en het Bijzonder Reglement te ondertekenen, en verzoekt de gemeente/het OCMW Geetbets om deze documenten op de gevraagde wijze zo spoedig mogelijk ter beschikking te stellen van het OFP Prolocus.

Namens OCMW-Raad,

Herman Stiers
Algemeen directeur

Roland Strouven
Voorzitter van de raad