Het college
Op 2 maart 2026 werd aan het gemeentebestuur gevraagd om advies uit te brengen binnen de beroepsprocedure omtrent de aanvraag voor voor grondwaterwinning baanstok (hulsbeekstraat) gelegen Hulsbeekstraat zn - kadastraal (afd. 1) sectie A 182 E, (afd. 1) sectie A 231 A en (afd. 1) sectie A 288 B - referentie omgevingsloket OMV_2023007564 - referentie gemeente OMV_2025_00057.
Het advies wordt als bijlage gehecht aan deze beslissing.
Artikel 1.
Het college van burgemeester en schepenen sluit zicht aan met het uitgebracht advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar.
Artikel 2.
Aan de vergunningsaanvraag betreffende grondwaterwinning baanstok (hulsbeekstraat), met betrekking op een terrein met als ligging Hulsbeekstraat zn en met als kadatrale ligging afdeling 1 sectie A nrs. 182E, 231A en 288B verleent het college een voorwaardelijk gunstig advies.
Stedenbouwkundige voorwaarden:
1. De voorliggende vergunning is slechts geldig zolang er een geldige vergunning voor de betreffende grondwaterwinning bij de gemeente gekend is. Van zodra er geen vergunning gekend is voor de grondwaterwinning, dient de container en eventueel bijhorende infrastructuur onmiddellijk verwijderd te worden.
2. De container dient op eigen terrein te worden ingeplant op minimaal 5 meter van het dichtstbijzijnde oeverhoofd van de Hulsbeek.
3. Er worden geen reliëfwijzigingen toegestaan.
4. De wanden van de container dienen in een natuurlijke groentint te worden uitgevoerd in plaats van blauw.
5. De wanden van de container dienen met een natuurlijke houten beplanking te worden afgewerkt.
6. De container dient langs de drie gesloten wanden van het zicht onttrokken te worden door een groenaanplant. De groenvoorziening dient te worden aangeplant als gelaagde, losse beplanting met streekeigen beplanting. Er dient een natuurlijk uitzicht bekomen te worden in plaats van een strakke haag. De groenvoorziening moet worden aangeplant in het eerstvolgende plantseizoen na de uitvoering van de vergunde werken. Uitval van plantgoed dient steeds vervangen te worden.
Milieuvoorwaarden:
1. Elke winningsput moet uitgerust zijn met een peilbuis wanneer de put een diameter heeft van minder dan 600 mm en het water niet wordt opgepompt via een bovengrondse pomp. Op alle putten in dezelfde watervoerende laag moet er minstens 1 debietmeter met een aftapkraantje na de debietmeter geplaatst worden. De aanvrager wordt er op gewezen dat dit verplicht is conform Vlarem II art. 5.53.2.2 en 5.53.3.1.
2. De gegevens van de debietmeting (type, serienummer en merk van de debietmeter) worden aan de gemeente Geetbets bezorgd. Het debiet wordt jaarlijks genoteerd in een register. De exploitant toont aan dat de debietmeter geplaatst is via milieu@geetbets.be.
3. Het aanleveren van het putschema van de reeds geboorde boorput. Er dient tevens ook bewijs te worden aangeleverd met betrekking tot de diepte van de put. Dit dient te gebeuren 1 maand na het boren van de put. De exploitant brengt de gemeente op de hoogte wanneer de put wordt geboord via milieu@geetbets.be.