De gemeenteraad
De notulen en het zittingsverslag van de vergadering van de gemeenteraad van 26 mei 2026 dienen te worden goedgekeurd.
De ontwerpnotulen en zittingsverslag werden met de dagorde van de gemeenteraad meegestuurd.
Indien er geen opmerkingen gemaakt worden, kunnen de notulen en het zittingsverslag worden goedgekeurd.
De notulen en het zittingsverslag van de gemeenteraad van 26 mei 2026 goed te keuren.
De gemeenteraad
De jaarrekening bestaat uit een beleidsnota, een financiële nota, een samenvatting van de algemene rekeningen en een toelichting.
De jaarrekening wordt vastgesteld voor 30 juni van het boekjaar dat volgt op het boekjaar waarop de rekening betrekking heeft.
De gemeente en het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn hebben een geïntegreerde jaarrekening, maar hebben hun eigen bevoegdheid voor de vaststelling ervan. Zowel gemeenteraad als de raad voor maatschappelijk welzijn moet eerst zijn eigen deel van de jaarrekening vaststellen. Daarna kan de gemeenteraad het deel van de jaarrekening vaststellen, goedkeuren, waardoor de jaarrekening in zijn geheel definitief is vastgesteld.
De jaarrekening 2025 van de gemeente en haar OCMW eindigt met een budgettair resultaat van het boekjaar ten bedrage van € 281.003,00.
Zodoende wordt het beschikbaar budgettair resultaat € 2.917.330,00 en de autofinancieringsmarge € 1.105.944,00.
Artikel 1.
De jaarrekening 2025 van de gemeente en haar OCMW eindigt met een budgettair resultaat van het boekjaar ten bedrage van € 281.003,00 , het beschikbaar budgettair resultaat € 2.917.330,00 en de autofinancieringsmarge € 1.105.944,00.
Artikel 2.
De gemeenteraad stelt zijn deel van de jaarrekening over het boekjaar 2025 vast.
De gemeenteraad
De jaarrekening bestaat uit een beleidsnota, een financiële nota, een samenvatting van de algemene rekeningen en een toelichting.
De jaarrekening wordt vastgesteld voor 30 juni van het boekjaar dat volgt op het boekjaar waarop de rekening betrekking heeft.
De gemeente en het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn hebben een geïntegreerde jaarrekening, maar hebben hun eigen bevoegdheid voor de vaststelling ervan. Zowel gemeenteraad als de raad voor maatschappelijk welzijn moet eerst zijn eigen deel van de jaarrekening vaststellen. Daarna kan de gemeenteraad het deel van de jaarrekening vaststellen, goedkeuren, waardoor de jaarrekening in zijn geheel definitief is vastgesteld.
De jaarrekening 2025 van de gemeente en haar OCMW werd opgemaakt volgens de BBC-regelgeving.
Volgens de nieuwe regelgeving BBC2020 moet de gemeente en het OCMW een geconsolideerde jaarrekening opstellen.
De geconsolideerde jaarrekening gemeente en OCMW moet worden vastgesteld door de gemeenteraad.
Artikel 1.
De jaarrekening 2025 van de gemeente en haar OCMW eindigt met een budgettair resultaat van het boekjaar ten bedrage van € 281.003,00, het beschikbaar budgettair resultaat € 2.917.330,00 en de autofinancieringsmarge € 1.105.944,00.
Artikel 2.
De gemeenteraad keurt, het deel van de jaarrekening 2025, zoals vastgesteld door de raad voor maatschappelijk welzijn, goed. Door deze goedkeuring wordt de jaarrekening 2025 in zijn geheel geacht definitief vastgesteld te zijn.
Artikel 3.
De gemeenteraad geeft de opdracht de jaarrekening 2025 over te maken aan de toezichthoudende overheid.
De gemeenteraad
De individuele innemingen en hun vergoedingen werden door de gemeenteraad van 24 februari 2025 goedgekeurd.
Er dient nog een bijkomende inneming te gebeuren van een klein stukje perceel.
Het gaat om een inneming in volle eigendom met een oppervlakte van ongeveer 84 m² in het perceel gelegen te Geetbets en kadastraal gekend als 2e afdeling, sectie E, nr. 22B3 mits een prijs van € 504,00 + € 133,56 wederbeleggingsvergoeding = € 637,56.
De inneming (inneming G18) in volle eigendom met een oppervlakte van ongeveer 84 m² in het perceel gelegen te Galgestraat, 3450 Geetbets, kadastraal bekend als 2e afdeling, sectie E, nr. 22B3 mits een prijs van € 637,56 goed te keuren.
De inneming (inneming G18) in volle eigendom met een oppervlakte van ongeveer 84 m² in het perceel gelegen te Galgestraat, 3450 Geetbets, kadastraal bekend als 2e afdeling, sectie E, nr. 22B3 mits een prijs van € 637,56 goed te keuren.
De gemeenteraad
Er was nood aan een generiek reglement rond de erkenning van verenigingen in Geetbets over de verschillende diensten heen. Door de veelheid aan soorten verenigingen was het ook noodzakelijk om meer te diversifiëren in de verschillende categorieën.
De voordelen van erkenning door de gemeente zijn:
De verschillende adviesraden hebben positief advies gegeven over het erkenningsreglement. Eén generiek reglement over de verschillende diensten heen maakt een duidelijkere een éénvormige werking rond erkenningen van verenigingen mogelijk.
Het erkenningsreglement verenigingen als volgt goed te keuren:
Artikel 1 Erkenningsvoorwaarden
Om in aanmerking te komen voor een erkenning als gemeentelijke vereniging in de gemeente Geetbets, dien je aan volgende voorwaarden te voldoen:
Artikel 2 Sectoren/categorieën
Een vereniging wordt erkend in één van de volgende sectoren. De betrokken diensten bepalen tot welke sector de vereniging behoort op basis van de doelstelling van de vereniging en de onderstaande omschrijvingen. Afhankelijk van de gekozen sector treedt men eventueel toe tot de desbetreffende adviesraad en zal men mogelijks gebruik kunnen maken van de desbetreffende subsidiereglementen.
Artikel 3 Procedure
De erkenningsprocedure loopt als volgt:
Pré-erkenning
Voor een definitieve erkenning volgt een periode van één jaar van pré-erkenning. Tijdens deze periode kan de vereniging reeds gebruik maken van de uitleen en de gunsttarieven bij de huur van infrastructuur. Voor subsidies komt een vereniging pas na definitieve erkenning in aanmerking.
Erkenning:
De pré-erkenning gaat over in een definitieve erkenning na de termijn van één jaar.
De aanvraag tot erkenning wordt op de daartoe bestemde formulieren ingediend bij de betrokken dienst. Bij de aanvraag wordt een overzicht van de activiteiten van het afgelopen jaar toegevoegd.
Jaarlijkse vernieuwing van de erkenning:
De erkenning van een vereniging dient jaarlijks hernieuwd te worden. Hiervoor neemt de betrokken dienst in het najaar contact op met alle erkende verenigingen. Indien een
vereniging geen aanvraagformulier indient, stopt de erkenning.
De jaarlijkse vernieuwing van de erkenning moet niet worden voorgelegd aan de bevoegde adviesraad of het College van burgemeester en schepenen, tenzij de doelstellingen van de vereniging gewijzigd zijn.
Een vereniging dient elke wijziging in bestuurssamenstelling, in de structuur van de
vereniging (vzw-feitelijke vereniging) of in het doel van de vereniging onmiddellijk te melden aan de dienst Vrije Tijd.
Artikel 4 Sanctie
Indien er wordt vastgesteld dat de vereniging door middel van het opgeven van foutieve informatie onrechtmatig een erkenning heeft verkregen, kan het College van burgemeester en schepenen deze erkenning onmiddellijk intrekken voor minstens 1 jaar.
Daarnaast zullen onterecht verworven kortingen worden recht gezet door een terugvordering en dit tot 1 jaar voor de vaststelling van de inbreuk.
De gemeenteraad
Het Decreet houdende de organisatie van Buitenschoolse Opvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten (BOA-decreet) van 03/05/2019 werd al verschillende keren aangepast en gewijzigd. Op 23/1/26 werden de uitvoeringsbesluiten van het Wijzigingsdecreet BOA van 21/11/2025 goedgekeurd door de Vlaams Regering. Hiermee kreeg de laatste wijziging van het BOA-decreet zijn definitieve vorm.
Tegen 1 september 2026 nemen alle lokale besturen volgende stappen:
o Stel een lokaal samenwerkingsverband samen met actoren die relevant zijn voor buitenschoolse activiteiten
o Werk een erkenningskader uit voor de erkenning, het toezicht en de handhaving van het lokale aanbod buitenschoolse opvang en activiteiten
o Werk een subsidiekader uit. Zorg ervoor dat hierin duidelijk is hoe het lokale bestuur de BOA-subsidie zal verdelen en besteden en hoe het lokale bestuur het lokale aanbod zal financieren. Neem daarvoor de nodige beslissingen.
o Neem in het meerjarenplan acties op rond de twee beleidsprioriteiten en koppel hieraan de juiste rapporteringscodes:
• neem de regierol op (rapporteringscode OPG-BOA1) met het oog op:
• financier het lokaal erkend aanbod buitenschoolse opvang en activiteiten (rapporteringscode OPG-BOA2)
De interne coördinatiegroep BOA, heeft een ontwerp van visie voorbereid, alsook een afsprakenkader voor de organisatie van het lokaal samenwerkingsverband.
Ontwerp visie – Het recht van elk kind op vrije tijd staat centraal, zoals verankerd in het VN-Kinderrechtenverdrag. Geetbets vertrekt vanuit de sterktes die vandaag al aanwezig zijn, met een degelijk uitgebouwd opvangaanbod en een breed vrijetijdsaanbod. Tegelijk is er de ambitie om dit aanbod beter op elkaar af te stemmen en waar nodig aan te vullen. Belangrijke uitgangspunten daarbij zijn kwaliteit, toegankelijkheid, samenwerking en het centraal stellen van het kind. Deze visie is het resultaat van een denkdag vrije tijd - kinderopvang en verschillende bijeenkomsten van de kerngroep.
Voorstel afsprakenkader lokaal samenwerkingsverband: opdracht, samenstelling, werking, basiswaarden… - er wordt voorgesteld om te werken met een kerngroep en een ruimer netwerk van Boa-partners. In de kerngroep zijn organisatoren van buitenschoolse opvang, van buitenschoolse activiteiten, gezinnen en het onderwijs vertegenwoordigd; de kerngroep bereidt de uitwerking van BOA actief voor. Het ruimer netwerk wordt actief geïnformeerd over de werking van kerngroep, geconsulteerd en bevraagd over voor hun relevante thema’s – zij zijn het klankbord voor de kerngroep. Het lokaal samenwerkingsverband BOA dat opgericht wordt volgens dit afsprakenkader dient door de gemeenteraad erkend te worden als overlegplatform in uitvoering van het BOA-decreet.
Daarnaast werden ook een erkenningskader voor de organisatie van opvang met subsidiekader, alsook een erkenningskader voor activiteiten met een ondersteuningskader uitgewerkt.
Er wordt gekozen voor twee afzonderlijke lokale erkenningskaders: één voor organisatoren van buitenschoolse opvang en één voor organisatoren van buitenschoolse activiteiten.
Met de invoering van het BOA-decreet worden de voormalige sectorspecifieke erkenningsvoorwaarden voor buitenschoolse opvang vervangen door een lokaal erkenningskader. Het Lokaal Samenwerkingsverband BOA (LSV-BOA) is echter overtuigd van de meerwaarde van de kwaliteitsnormen waaraan organisatoren van buitenschoolse opvang tot op heden moesten voldoen. Daarom worden deze kwaliteitsvereisten in belangrijke mate behouden binnen het lokale erkenningskader voor buitenschoolse opvang.
Tegelijk erkent het LSV-BOA dat de aard en doelstellingen van buitenschoolse activiteiten verschillen van die van opvang. Voor organisatoren van buitenschoolse activiteiten zijn dezelfde uitgebreide kwaliteitsvereisten dan ook niet altijd noodzakelijk of proportioneel. Daarom werd voor deze aanbieders een afzonderlijk en aangepast lokaal erkenningskader uitgewerkt, afgestemd op de specifieke kenmerken van hun aanbod.
Ook wat ondersteuning betreft wordt een onderscheid gemaakt. Erkenning via het lokaal erkenningskader is een voorwaarde om in aanmerking te komen voor het ontvangen van BOA-subsidies, maar geeft niet automatisch garantie op subsidiëring. Omdat buitenschoolse opvang beschouwd wordt als een essentiële basisvoorziening voor kinderen en gezinnen kunnen erkende organisatoren van buitenschoolse opvang naast logistieke ondersteuning eveneens financiële ondersteuning ontvangen. Voor organisatoren van buitenschoolse activiteiten richt de ondersteuning zich op logistieke en inhoudelijke faciliteiten, zonder structurele financiële subsidiëring.
Beide kaders vertrekken vanuit dezelfde kwaliteitsprincipes en zijn opgebouwd rond de zes kerngebieden van het Vlaams kwaliteitskader: organisatorisch beleid, pedagogisch beleid, medewerkersbeleid, toegankelijkheid, kwaliteitszorg - monitoring – evaluatie en verbondenheid - samenwerking.
De kaders leggen de minimale kwaliteitsvoorwaarden vast waaraan organisatoren van buitenschoolse opvang enerzijds en buitenschoolse activiteiten anderzijds moeten voldoen om door het lokaal bestuur erkend te worden.
Financiële gevolgen
Voor het onderdeel buitenschoolse opvang gebeurt de subsidiëring binnen de middelen die door de Vlaamse overheid aan het lokaal bestuur worden toegekend in het kader van het BOA-decreet.
Voor het onderdeel buitenschoolse activiteiten bestaat de ondersteuning voornamelijk uit dienstverlening, communicatie, infrastructuur en administratieve ondersteuning binnen de beschikbare gemeentelijke middelen.
Artikel 1.
De gemeenteraad neemt kennis van en bekrachtigt de visie m.b.t. BOA in Geetbets.
Artikel 2.
De gemeenteraad keurt het afsprakenkader voor het Lokaal Samenwerkingsverband BOA goed, met de samenstelling van de Kerngroep en het Ruimer Netwerk.
Artikel 3.
De gemeenteraad erkent het Lokaal Samenwerkingsverband BOA, dat opgericht wordt volgens dit afsprakenkader, als overlegplatform in uitvoering van het BOA-decreet.
Artikel 4.
De gemeenteraad keurt het ‘erkenningskader voor buitenschoolse opvang met subsidiekader’ goed.
Artikel 5.
De gemeenteraad keurt het ‘erkenningskader voor buitenschoolse activiteiten met ondersteuningskader’ goed.
De gemeenteraad
Indien de Vlaamse Regering bijkomend middelen vrijmaakt voor nieuwe plaatsen kinderopvang voor baby’s en peuters, lanceert Opgroeien een oproep. Dit kunnen zowel nieuwe plaatsen zijn als een omzetting van bestaande plaatsen naar een hoger subsidieniveau. De oproepen en beslissingen kunnen teruggevonden worden op de website van Opgroeien.
(Toekomstige) organisatoren van kinderopvang kunnen ingaan op deze oproep en een aanvraag indienen. Bij elke uitbreidingsronde vraagt Opgroeien aan het desbetreffende lokaal bestuur om een advies te formuleren waarbij elke aanvraag een score krijgt. Deze score wordt berekend aan de hand van beoordelingscriteria, opgesteld door het Lokaal Overleg Kinderopvang (LOK).
Het doel van het advies is een transparante, objectieve en pedagogisch verantwoorde beoordeling te bekomen. Met aandacht voor kwetsbare gezinnen, lokale noden en een kwalitatieve samenwerking in het lokaal opvangnetwerk van gemeente Geetbets.
Het opportuniteitsadvies vergunning kinderopvang baby's en peuters (0 - 2,5 jaar) in bijlage goed te keuren.
De gemeenteraad
Het decreet Lokaal Bestuur bepaalt dat er voor gemeente en OCMW Geetbets in een systeem van organisatiebeheersing dient voorzien te worden. Organisatiebeheersing staat voor het geheel van maatregelen (beheersmaatregelen) om een redelijke zekerheid te bekomen over:
De algemeen directeur rapporteert jaarlijks aan de respectievelijk raden over de aanpak van organisatiebeheersing in de beide besturen.
Een rapport 2025 werd opgesteld en als bijlage aan dit agendapunt toegevoegd.
Hierin wordt het wettelijk kader geschetst en toelichting gegeven over de manier waarop organisatiebeheersing vorm heeft gekregen in onze organisatie.
Neemt kennis van het rapport 2025 voor wat betreft de organisatiebeheersing gemeente en OCMW Geetbets.
De gemeenteraad
In het kader van zijn opdrachten voor noodplanning en crisisbeheer, beschikt het Nationaal Crisiscentrum sinds 2011 over een contactcenter om bij noodsituaties de bevolking te informeren. Voor de periode 2023-2027 is daartoe een raamovereenkomst afgesloten met de Belgische onderneming WEngage.
Elke overheid die met een noodsituatie geconfronteerd wordt, kan hiervan gebruik maken en het contactcenter op elk moment activeren. Door de permanente stand-by (24/7) is het mogelijk om dit infonummer binnen het uur te openen. Het aantal operatoren kan worden aangepast aan de noden. Deze operatoren worden opgeleid in samenwerking met het NCCN en FOD Volksgezondheid.
De stand-by 24/7 van het contactcenter wordt door het NCCN gefinancierd. De ondertekening van de overeenkomst heeft dus geen directe financiële weerslag. Enkel het effectief gebruik van het contactcenter bij een noodbeheer of een oefening valt ten laste van de gemeente. (prijzen in bijlage 4)
Om gebruik te kunnen maken van het contactcenter, moet de gemeente een overeenkomst afsluiten met WEngage. Die overeenkomst heeft als doel de activerings- en gebruiksmodaliteiten van het contactcenter bij noodsituaties te omschrijven en bij de activering een snelle authenticatie mogelijk te maken.
Als lokaal bestuur kan je ervoor kiezen om een eigen informatienummer te openen of om gebruik te maken van de nationale infrastructuur. Beide opties hebben voor- en nadelen.
Een lokaal informatienummer:
Het nationaal informatienummer 1771:
Artikel 1.
Toetreden tot raamovereenkomst met de Belgische onderneming WEngage in het kader van contactcenter noodsituaties.
Artikel 2.
Als personen die het contactcenter kunnen activeren aan te duiden:
- Burgemeester
- NPC
- D5
De gemeenteraad
Raadslid I. Claes heeft op 22 juni 2026 via mail dit punt aan de agenda toegevoegd.
De Vlaamse overheid werkt aan het Grachtenbestand 1.0. Lokale besturen moeten de computergestuurde AI-conceptkaart (versie 0.1) corrigeren via de Grachten Applicatie. De deadline hiervoor is verlengd tot 30 november 2029.
De huidige AI-kaart bevat veel fouten. Diepe tractorsporen, holle wegen of haagkanten worden vaak onterecht als 'gracht' ingekleurd. Daarnaast maakt de software geen juridisch onderscheid tussen een openbare baangracht en een private sloot.
Voor een landelijke en waterrijke gemeente als Geetbets heeft dit grote gevolgen. Een foutieve registratie leidt automatisch tot verplichte bufferstroken, bemestingsbeperkingen (Mestbank) en strengere regels voor gewasbescherming. Dit treft onze landbouwers, fruittelers en inwoners rechtstreeks. CD&V Plus vraagt daarom dat de gemeente dit proces volledig transparant aanpakt en de terreinkennis van onze inwoners, landbouwers en de Landbouwraad actief benut
Overwegende dat :
Artikel 1.
Het college van burgemeester en schepenen bezorgt de gemeenteraad binnen drie maanden een stand van zaken over de grachtenvalidatie in Geetbets, inclusief de verantwoordelijke diensten of partners.
Artikel 2.
Het college start een actief informatie- en participatietraject op met de betrokken inwoners, landbouwers en de lokale Landbouwraad.
Artikel 3.
Het college stelt de voorgestelde wijzigingen en AI-conceptkaarten via een digitale export (Shapefile/GeoPackage) laagdrempelig ter beschikking van de burgers vóór de definitieve goedkeuring.
Artikel 4.
De gemeente hanteert het principe van uiterste zorgvuldigheid en voert bij betwisting eerst een grondig terreinonderzoek uit.
Artikel 5.
Het college koppelt minstens éénmaal per jaar terug naar de gemeenteraad over de voortgang.
Namens Gemeenteraad,
Herman Stiers
Algemeen directeur
Roland Strouven
Voorzitter van de raad