Terug
Gepubliceerd op 20/01/2026

Besluit  College

di 20/01/2026 - 16:00

Omgevingsvergunning voor het bouwen van een carport, zwembad en aanleg parkeerplaatsen en een tijdelijke bronbemaling, referentie omgevingsloket OMV_2025102643 - referentie gemeente OMV_2025_00053

Aanwezig: Jo Roggen, Burgemeester
Chris Jamar, Stijn Doms, Eva Prouvé, schepenen
Herman Stiers, Algemeen directeur
Verontschuldigd: Danny Ruysen, Voorzitter bijzonder comité sociale dienst en schepen

Het college

Juridische basis
  1. Het decreet lokaal bestuur, inzonderheid art. 56.
  2. De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening
  3. Het besluit van de Vlaamse regering houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne en latere wijzigingen (VLAREM II)
  4. Het omgevingsvergunningendecreet en uitvoeringsbesluit
Probleemstelling

Het betreft een aanvraag voor het bouwen van een carport, zwembad en aanleg parkeerplaatsen en een tijdelijke bronbemaling.

Motivering

De omgevingsvergunning wordt als bijlage gehecht aan deze beslissing.

Het college van burgemeester en schepenen geeft de vergunning onder voorwaarde af aan de aanvrager

 

De ingedeelde inrichting of activiteit omvat voortaan:

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid aangevraagd

Hoeveelheidgecoordineerd en vergund

Klasse

16.3.2°a)

 Inrichtingen voor het fysisch behandelen van gassen (samenpersen – ontspannen): Koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen, airconditioninginstallaties, en andere installaties voor het fysisch behandelen van gassen, met uitzondering van inrichtingen die ingedeeld zijn in rubriek 16.9, c), met een geïnstalleerde totale drijfkracht van: 5 kW tot en met 200 kW (Nieuw) klasse 3

10,5 kW

10,5 kW

3

53.2.1°

 Bemaling die technisch noodzakelijk is voor de verwezenlijking van werken of de aanleg van nutsvoorzieningen, allebei met inbegrip van het weer in de ondergrond brengen van bemalingswater en het nuttige gebruik tot maximaal 5000 m³ bemalingswater per jaar: met een netto opgepompt volume per IIOA van maximaal 30.000 m³; (Nieuw) klasse 3

10,5 kW

665 m³

3

 

De voorwaardelijke vergunning wordt afgegeven onder volgende voorwaarden en/of lasten:

Specifieke voorwaarden:

1. De voorwaarde zoals geformuleerd door de Waterbeheerder (Watering van Sint-Truiden) moet strikt nageleefd worden: Terreinophogingen in overstromingsgevoelige zones (d.i. rondom zwembad én achter de carport) zijn niet toegestaan.

2. De verhardingen moeten waterdoorlatend of -passerend zijn en blijven. Zowel de toplaag als de fundering moeten infiltratie van hemelwater door of langs de verhardingsmaterialen plaatselijk in de bodem kunnen infiltreren. De grindverhardingen moeten regelmatig onderhouden (bv. door bodemverdichting tegen te gaan) worden om de waterdoorlatendheid blijvend te garanderen.

3. Er moeten minimaal één streekeigen loofboom van eerste categorie worden aangeplant binnen het landelijk woongebied. De wettelijke plantafstanden moeten hierbij worden gerespecteerd. De aanplant gebeurt bij met een minimaal plantformaat 12/14. Het aanplanten van de boom moet ten laatste uitgevoerd te worden op 31 december 2027. De aanvrager neemt alle nodige voorzorgsmaatregelen om de nieuwe aanplanting te laten slagen. Dit houdt een met zorg uitgevoerde aanplanting met kwalitatief degelijk plantgoed in, het gebruik van een steunpaal of wortelverankering en zo nodig het aanbrengen van een bescherming tegen wild- en/of veelvraat. Bij uitval moet in het eerstvolgende plantseizoen de boom vervangen worden. In ieder geval is de aanvrager er toe gehouden om op zijn perceel minstens één nieuwe hoogstammige bomen tot volle wasdom te brengen.

 

Bijzondere milieuvoorwaarden:

 

4. De gegevens van de debietmeting (type, serienummer en merk van de debietmeter) worden aan de gemeente bezorgd zodra deze gekend zijn. De exploitant neemt bij aanvang en afloop van de bemaling een duidelijke leesbare foto van het debiet op de meter en bezorgt deze foto’s aan de gemeente zodat het totale opgepompte debiet kan worden nagegaan. Dit dient te gebeuren via milieu@geetbets.be.

5. De bronbemaling dient sondegestuurd te worden uitgevoerd. Dit moet ervoor zorgen dat de bemaling afslaat wanneer de grondwaterstand voldoende verlaagd is en weer aanslaat wanneer de grondwaterstand opnieuw te hoog dreigt te worden. Op deze manier kan het opgepompte volume beperkt worden.

6. Het opgepompte grondwater moet worden behandeld door middel van een zandvang en beluchtingsbak vooraleer dit mag worden geloosd in de riolering aan de straatzijde.

7. De exploitant neemt alle voorzorgen teneinde schade aan onroerende goederen binnen de invloedsstraal van een bronbemaling te vermijden. Indien door het onttrekken van het grondwater zettingsgevoelige gronden, inzonderheid veen en turf, ontwaterd kunnen worden, laat hij op zijn kosten voor de ingebruikname van de bronbemaling een plaatsbeschrijving uitvoeren van al de constructies gelegen in zettingsgevoelige gronden die door ontwatering een gevaar zijn voor de stabiliteit van deze constructies binnen de invloedszone. Op deze constructies worden zettingsbakens aangebracht en genivelleerd ten opzichte van een referentiepunt buiten de invloedszone.

8. De exploitant dient de richtlijnen bemalingen ter bescherming van het milieu na te leven.

9. De voorziene warmtepomp moeten geplaatst worden conform de Code van goede praktijk inzake Geluid van buitenunits van residentiële lucht-lucht (airco) en lucht-water warmtepompen (leidraad van het Departement Omgeving, september 2024).

 

Algemene voorwaarden:

 

10. Tijdens het slopen moet de hinder voor de aanpalende buren tot een minimum beperkt worden. De aangrenzende eigendommen dienen gevrijwaard te blijven van nadelige invloeden ten gevolge van de afbraakwerken.

11. Na het slopen van de constructies moet alle bouwafval van het terrein verwijderd worden en afgevoerd worden naar een erkend verwerker.

12. Eventuele putten op het terrein ten gevolge van de sloop worden met goede aarde afgedekt zodat deze gelijkmatig hellend aansluiten op het bestaande terreinniveau.

13. De uitgegraven aarde dient afgevoerd te worden naar een erkend verwerker.

14. De bouwheer wordt er op gewezen omzichtig te werken ter hoogte van het openbaar domein. Bij ontegensprekelijke schade aan het openbaar domein aangericht door de bouwheer, zullen alle kosten aan hem doorverrekend worden.

 

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van andere vergunningen of machtigingen, als die nodig zouden zijn.